‘Ga je eindelijk iets positief schrijven over Nigeria?’ Het is een vraag die Nigerianen me vaak stellen als ze horen dat ik journalist ben. Mijn antwoord stelt ze wellicht teleur: je voornemen uitsluitend verslag te doen van positieve zaken doet de realiteit net zoveel onrecht aan als enkel negatief nieuws brengen. Goede journalistiek zoekt naar een balans.

Dat gezegd hebbende, meen ik wel dat het nieuws over Nigeria in het Westen een nogal beperkt perspectief heeft: als het niet gaat over moslimsekte Boko Haram of de olievervuiling in de Niger Delta dan is het wel corruptie of internetfraude. En al te vaak lijken de verslagen rechtstreeks afkomstig uit ‘How to Write About Africa’, het satirische stuk waarin Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina de westerse portrettering van Afrika aan de kaak stelt.

Ik doe het anders
Toen ik besloot me in Nigeria te vestigen als freelance correspondent, nam ik me voor dat ik het anders zou doen. Ik zou niet zomaar komen opdraven bij iedere bom die explodeerde en iedere westerling die werd ontvoerd. Op zijn minst wilde ik een ander soort verhaal toevoegen, dat een breder en menselijker beeld schildert van de samenleving. Mijn reportages, hield ik mezelf voor, zouden oog hebben voor de problemen van dit land, maar ook voor de rijkdom en diversiteit van het dagelijks leven.

Dat was ook wat ik in gedachten had voor een radio-item over de Super Eagles, dat hoge ogen gooide in de Afrika Cup. Ik mocht in Nederland na de finale, er wat over vertellen. Natuurlijk ging ik me niet wagen aan een wedstrijdanalyse, maar ik zou de Afrikaanse voetbalkampioenschappen gebruiken om te vertellen over Nigeria. Ik zou uitleggen hoe de Nigerianen snakken naar goed nieuws. Hoe ze zo zeer zijn gewend aan teleurstelling, dat zelfs toen ze voorstonden in de finale en er nog maar een paar minuten te gaan was, geen enkele fan in mijn buurtcafé hardop een Nigeriaanse zege durfde te voorspellen. En hoe Lagosianen de hele dag in de rij hadden gestaan om benzine te hamsteren, zodat ze genoeg brandstof hadden om de finale op tv te zien als het elektriciteitsbedrijf het weer eens liet afweten. Ik had veel meer te vertellen dan het relaas over 22 mannen die achter een bal aangaan.

Of…
Zondagavond, een paar minuten over zeven, de wedstrijd was net begonnen. Mijn telefoon ging. Een Nederlands nummer lichtte op in het scherm. Het was de eindredacteur van het radioprogramma.’We hebben besloten de Afrika Cup te laten vallen,’ liet hij me weten. ‘We gaan voor nieuws uit Amerika. Maar mochten er rellen uitbreken, dan willen we je natuurlijk graag alsnog bellen.’

‘Ok,’ zei ik. Verder niets. Ik vreesde dat ik in woede iets zou zeggen waar ik later spijt van zou krijgen. De kwaadheid had niets te maken met een afgezegde klus of mijn gekrenkte freelancersego, maar met de voortdurende schending van het recht van een volk om eerlijk te worden gerepresenteerd in de media. De keuze van de radio voor een verhaal uit de overgerapporteerde VS evenals de bereidwilligheid verslag te doen van Nigerianen uitsluitend als ze zich gingen gedragen als ‘fatsoenlijke’ Afrikanen door zich plunderend door de straten te begeven, waren voor mij meer dan enkel irritant. Op dat moment schaamde ik me bijna voor mijn beroep.

Honger naar slecht nieuws
De ochtend na de finale belde de radio weer. Een jonge redacteur–ik vermoed een stagiaire–vond het jammer dat de Nigeriaanse voetbalzege het niet had gehaald in de radioshow en wilde het alsnog suggereren als item voor de uitzending die avond. Ik stemde in, heel goed wetend dat er waarschijnlijk niets van zou komen. Nieuws van gisteren is geen nieuws. Maar ik waardeerde haar poging, en ’s avonds heb ik zelfs nog even met de redactie gebeld om ze te laten weten dat er een controverse was uitgebroken rondom de coach van het Nigeriaanse nationale elftal Stephen Keshi die meteen na de overwinning ontslag zou hebben genomen. Met de voorliefde voor spektakel van het programma in het achterhoofd, nam ik aan dat een koningsdrama als het aftreden van Nigeria’s grootste held van het moment wel op enige Nederlandse belangstelling kon rekenen.

Op een bepaalde manier was ik opgelucht toen ik alleen een beleefd antwoord kreeg: ‘Dank je wel voor de informatie, maar ik denk niet dat we het gaan gebruiken.’ Ik had zojuist ervaren hoe makkelijk je onderdeel wordt van het journalistieke systeem dat de honger naar slecht nieuws voedt.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief