Terwijl in de rest van de wereld bij voortschrijdend inzicht is gebleken dat het verlenen van amnestie aan schenders van misdaden tegen de menselijkheid niet altijd de juiste oplossing is en er juist gesproken wordt over het terugdraaien van verleende gratie – ik hebhet over bijvoorbeeld Turkije, Brazilie en Uganda – heeft het Surinaams parlement woensdag voor aanname van een amnestiewet gestemd die Bouterse en alle andere vierentwintig verdachten in het 8 december strafproces immuniteit geeft.

Na drie dagen van intense debat waar vooral leden van de parlementaire oppositie met tal van argumenten hebben geprobeerd de indieners van de verruiming van de Amnestiewet over te halen om in ieder geval niet in voorgestelde vorm en zeker nu niet – nu het 8 decemberproces nog lopende is, deze wet aan te nemen, werd deze woensdagavond 4 april alsnog aangenomen. In ieder geval betekent dit dat Bouterse en alle vierentwintig andere verdachten gratie hebben gekregen voor de Decembermoorden.

De hamvraag is nu of inderdaad de weg naar straffeloosheid in Suriname is ingezet en hoe het zit met de rechtstaat en het democratisch gehalte in het land. Geen enkele vorm van argumentatie tegen aanname van de wet mocht baten. Zelfs het voorstel voor het houden van een referendum afzonderlijk gedaan door parlementariërs Patrick Kensenhuis van de Surinaamse Partij van de Arbeid, onderdeel van de politieke oppositie Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling en Harish Monorath van Nieuw Combinatie, deel uitmakende van de paraplucoalitie partij Megacombinatie, vond geen ingang bij de uiteindelijke voorstemmers.

Doorgedrukt?
Met 28 stemmen voor, 12 tegen en 11 onthoudingen – waaronder dus Monorath – werd een nog op het allerlaatst – rond half tien ’s avonds – ingebrachte gewijzigde versie van de op 19 maart ingediende initiatiefwet alsnog tot wet verheven middels een openbare stemming.  Zo is mij op dit moment van schrijven niet bekend welke amendementen exact zijn doorgevoerd, omdat deze slechts mondeling zijn meegedeeld aan pers en publiek en op het allerlaatst via een notitie op een A4’tje, is uitgedeeld onder de parlementariërs.

De stemming zelf bestond uit het feit dat open en bloot  alle aanwezige parlementariërs mondeling moesten aangeven of ze voor of tegen wetsaanname waren. Het principe van vrije en geheime verkiezingen leek in deze geheel over boord te zijn gegooid, omdat ook duidelijk was dat buiten het gezichtsveld van pers en publiek, druk moet zijn uitgeoefend op politieke partners die in eerste instantie niets van een aanpassing van een amnestiewet afwisten en waar je vanuit hun verleden zou verwachten dat ze tegen de nieuwe wet zouden zijn.  Maar ze stemden voor. Ik heb het over de parlementariërs Paul Somohardjo en Ronnie Brunswijk die in de jaren tachtig nog tegen de militaire overheersing en voor terugkeer van vrijheid en democratie hebben gestreden. In de uren voor aanname van de wetswijziging waren ze duidelijk in een emotionele tweestrijd verwikkeld. Met allerlei bochten en ja maren betoogden waarom ze toch voor wetsaanname gingen stemmen.

Brunswijk zei letterlijk dat hij met pijn in zijn hart vóór deze wet ging stemmen. Somohardjo kon maar niet ophouden dat hij destijds gestreden heeft voor democratie en vrijheid, maar dat het nu andere tijden en omstandigheden zijn en dat onrecht moest worden rechtgetrokken. Want hoe kan het dat al aan andere misdaden gepleegd in de jaren tachtig in het verleden amnestie is verleend,  en voor de plegers van de 8 decembermoorden niet?

Als toeschouwer vraag je je in gemoede af wat voor lekkers deze twee is voorgeschoteld. Betere politieke posities? Behoud van hun ministers die op de schopstoel stonden? Extra ministersposten? Geld of andere rijkdommen? Waarmee heeft men hen gechanteerd waardoor ze ondanks hun beider verleden op woensdagavond 4 april 2012 vóór gratieverlening van alle vijfentwintig 8 decembermoorden verdachten hebben gestemd, terwijl het 8 decemberproces nog lopende is. Vergeven is goed en vergeven moet -volgens mij hebben Brunswijk en Somohardjo dit al gedaan de dag dat ze een politiek pact sloten met Bouterse, daar in die conferentieruimte in het Best Western hotel in Paramaribo, juni 2010.  Maar a priori kwijtschelden van de straf op moord – en niet zomaar moord, maar moord door foltering, marteling, wat deze moord tot een mensenrechtenschennis maakt – enkel en alleen omdat het de president van Suriname en NDP voorzitter Desi Bouterse betreft, is moreel-ethisch, maar ook juridisch, onverkoopbaar.

Twijfel en toch voor
Opvallend was de rol van parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons. Zij wist overduidelijk tijdens de debatten haar partijdigheid niet te onderdrukken. Op het moment dat zij aan de beurt was voor stemming woensdagavond, viel het mij op dat zij net als Somohardjo en Brunswijk niet geheel overtuigd toch voor aanname stemde. Haar voornaamste argument om voor te stemmen was dat de eerder genoemde nationale rust, orde, nationale eenheid, nationale verzoening en vooral nationale ontwikkeling door bekrachtiging van deze wet gegarandeerd zijn. Ze had het alsmaar over dat ze hoopte dat deze wet zou helpen leiden tot rust en orde en dat haar werking zal hebben zoals bedoeld. Ze riep de rechterlijke macht op en met name de rechters in het 8 decemberproces, om creatief om te gaan met de handvaten die door deze nieuwe wet aan haar zijn opgelegd. Volgens haar was ondanks aanname van de wet voldoende ruimte voor de Krijgsraad om haar werk te doen.

Oftewel. Het decemberproces gaat door. Er komt een uitspraak, zeer mogelijk veroordeling van de verdachten, maar tot het uitzitten van hun straf komt het niet. Wat ook opviel aan de parlementsvoorzitter is toen ze nadat de wet was aangenomen, eerst sprak over het al dan niet feliciteren van het parlement met de wetsaanname, maar er direct achteraan opriep tot bezinning. De houding van de parlementsvoorzitter was tekenend voor de rest van de voorstanders. Ze stemden weliswaar voor de wet, maar deden dat met enige reserves. Het feit dat er om één minuut voor twaalf door hen nog amendementen in hun eigen wetsvoorstel zijn ingediend, onderstreept dit.

Rust en orde
Rust, orde, verzoening, vrede, ontwikkeling, allemaal nationaal, was het hoofdargument dat de afgelopen dagen als een mantra door coalitieleden in hun pleidooien werd herhaald.  Op de eerste dag van debatten op maandag 2 april, verklaarde Theo Vishnudatt, fractieleider van de Megacombinatie, dat de wet moest worden aangenomen omdat anders Suriname terecht zou komen in een neerwaartse spiraal van sociale onrust en de nationale ontwikkelingsrichting zou stagneren.

Een politieke zet tegen een ‘politiek proces’
Wat Vishnudatt en voorstemmers als Jenny Simons bedoelden is dat koste wat kost president Bouterse, voorzitter van de tijdens de verkiezingen van 2012 grootste partij van Suriname NDP, en hoofdverdachte in het 8 december proces, uit het gevang moest worden gehouden. Zoniet, dan zou Suriname het wel merken. Sociale onrust,  maatschappelijke destabilisatie zou dan gegarandeerd zijn kopten de kranten dinsdagochtend 6 april. Je vraagt je af wie dan precies voor die destabilisatie zou zorgen. De troepen van korps politie Suriname? De militairen? De leden van de speciale inlichtingsunit CTU van Desi Bouterse geleidt door zoonlief Dino Bouterse? Of Bouterse en de andere dirigenten van deze amnestie zelf? Zouden ze hoogst persoonlijk onlusten ontketenen? Of bedoelden ze het ‘slechts’ figuurlijk? Dat de man die nu president van de republiek Suriname is, onmogelijk een straf kan gaan uitzitten voor moord? Zeker weten werd met hun argumentatie in ieder geval het laatste en mogelijk ook het eerste bedoeld, alleen zullen we dat nooit weten, want de wet ligt er al. NDP-parlementariër Andre Misiekaba legde uit dat het 8 december proces zoals zij dat hebben geanalyseerd, een politiek proces is met partijdige rechters die zeker weten tot een veroordeling van Bouterse zouden komen. Kostte wat kost moest voorkomen worden dat zijn partijvoorzitter en president van Suriname politiek wordt uitgeschakeld zodat ruim baan kan worden gemaakt voor de politieke  oppositie om weer aan de macht te komen. Stuitend vind ik het dat uitgerekend gekozen volksvertegenwoordigers kennelijk niet geloven in een onafhankelijke rechtspraak inzake de Decembermoorden. Misiekaba en vele andere huidige coalitie parlementariërs zaten ook in het parlement toen het 8 december proces begon vijf jaar terug. Waarom is door hen niet eerder geroepen om amnestie, Waarheidscommissie of misschien beter nog: vervanging van de rechters in het 8 december proces omdat ze partijdig zouden zijn? Was die partijdigheid hen toen nog niet bekend? Was toen nog geen sprake van partijdigheid of had men gedacht dat het wel los zou lopen met het 8 december strafproces?

De coalitie gebruikte na afloop van de vergadering sussende woorden en gaf aan dat nu de gratieverlening erdoor (gedrukt) is, Suriname niets hoeft te vrezen omdat – ik herhaal- met aanname rust, orde, verzoening, eenheid en ontwikkeling, allemaal nationaal, verzekerd zijn. Wat men eigenlijk zegt is dat verzet nutteloos is. Een ieder dient zich te onderwerpen aan hun standpunt. Hoe democratisch is dit?

Niet alleen de politieke oppositie, maar ook grote delen van het Surinaams volk zijn tegen gratieverlening van deze moordverdachten. Vele van deze burgers – waaronder ik – hebben geen enkele actieve politieke betrokkenheid en zijn dit ook niet van plan.

Politieke krachtmeting
Alles wijst erop dat met het figuurlijk mes op de keel, coalitiegenoten in het parlement, mensen als Somohardjo en Brunswijk – voor de wetsaanname hebben gestemd.  Er is een numerieke meerderheid van 28 voor de nieuwe amnestiewet, maar  23 andere parlementsleden waren het niet met deze wetswijziging eens. Ze stemden of tegen of onthielden zich van stem. Deze uitslag is uitermate veelzeggend.  Achteraf bezien was deze hele exercitie een politieke krachtmeting van jewelste, met Bouterse en zijn partij als oneervolle ‘winnaar’. De NDP, maar ook de PALU- de coalitiepartij die  in haar geledingen ook een aantal decembermoorden verdachten heeft, en toevallig of niet ook de partij van Bouterse’s advocaat Irvin Kanhai als lid heeft –  hebben politiek gezien op meesterlijke wijze, maar menselijk en democratisch gezien op autoritaire, ondemocratisch wijze met aanname van deze wet, hun politieke ballen laten zien. Hoe weten we nu nog niet, maar Brunswijk met zijn hele A Combinatie fractie en Somohardjo met zijn complete Volksalliantie fractie hebben voor de amnestiewet gestemd. Behalve Nieuw Suriname was de BEP de tweede coalitiepartij dat met haar fractieleden tegen heeft gestemd.

Behalve een interne politieke krachtmeting, stond deze wetsaanname vooral voor een externe politieke krachtmeting dat als doel had niet alleen machtsconsolidatie voor Bouterse en zijn regering, maar ook politieke uitschakeling van de politieke tegenstanders van deze coalitie. Vooralsnog is de machtsconsolidatie gelukt, maar men kan zich vergissen in de politieke uitschakeling van het Nieuw Front. Met deze daad heeft deze coalitie juist electorale voeding gegeven aan de oppositie. Waar men denkt te hebben gewonnen is te terug te vinden in de afsluitende woorden van parlementsvoorzitter Jenny Simons. Namelijk dat de aanname van dit initiatief wetsvoorstel de eerste is van een reeks van initiatief wetsvoorstellen die door het parlement zullen worden aangenomen nadat ze jarenlang onbehandeld zijn gebleven, zoals de Kinderwet. Je kunt je dan in alle oprechtheid afvragen waarom dan niet eerst met een Kinderwet of anti-corruptiewet is begonnen en waarom juist nu een amnestiewet dat gratie verleend aan verdachten van ernstige mensenrechtenschendingen moest worden doorgedrukt.

Een politieke krachtmeting was aanname van deze wet ook richting bondgenoten. Deze Surinaamse regering was zo tof om haar ballen te laten zien, zo concludeer ik uit de woorden van Buitenlandse Zaken minister Winston Lackin. Met een grijns gaf hij na afloop van stemming tijdens een interview met STVS journaal aan dat er niets aan de hand is met de diplomatieke betrekkingen van partners als de Verenigde Staten. “Vanochtend had ik nog een goed onderhoud met de Amerikaanse ambassadeur en over twee weken is Bouterse in Washington. Volgende maand ontvang ik Caricom ministers van Buitenlandse Zaken.” Enzovoorts. Over Nederland herhaalde hij wat de NDP-parlementariërs al eerder hadden gesteld. Dat nu toch eindelijk het dossier dat Nederland heeft over het Suriname van de jaren 80, moet worden opengesteld. Nederland verklaarde vorig jaar dat dit dossier voor de komende 60 jaar gesloten zal blijven. In ieder geval ligt de krachtmeting met Nederland daar. Buitenlandse zaken minister Ulrich Rosenthal reageerde onmiddellijk door ambassadeur Aart Jacobi terug te roepen voor overleg. Volgens het commentaar van de Wereldomroep “een zwaar diplomatiek middel”.

Tweedeling compleet
In de optiek van de indieners was en is het Gods onmogelijk dat hun voorzitter – de president van Suriname – veroordeeld zou worden  voor moord en zijn straf zou moet en uitzitten. Dit, en niets anders, moest koste wat koste voorkomen worden. En dat is hen gelukt. Precies om deze reden, dat koste wat kost, ondanks tegen argumentatie en suggesties hoe zaken beter kunnen worden aangepakt door bijvoorbeeld eerst de afloop van het 8 decemberproces af te wachten en dan pas gratie te verlenen en dit ook te doen middels een breed gedragen maatschappelijke consensus, zoals bijvoorbeeld een referendum. Indien bij een dergelijke toetsing het Surinaams volk had gestemd  voor gratie, zou de door de indieners beoogde maatschappelijke rust, verzoening en nationale eenheid, zijn gegarandeerd.  Door de wijze waarop de wet,. die juridisch en moreel-ethisch van alle kanten rammelt, is doorgedrukt, is juist het tegenovergestelde bereikt.

De tweedeling in de Surinaamse samenleving is versterkt. Het feit dat komende dinsdag 10 april door tegenstanders van de nieuw aangenomen amnestiewet – gewone Surinamers, geen politici – een stille tocht wordt georganiseerd door een samenbundeling van maatschappelijke organisaties om hun teleurstelling over de parlementaire uitspraak en bezorgdheid over de toekomst van Suriname uit te spreken uiten, illustreert deze polarisatie. Het rechtsgevoel  van vele burgers in Suriname, ook heel veel NDP-ers, heeft sinds woensdagavond een enorme deuk opgelopen. De vrees voor straffeloosheid is reëel. Zo verklaarde direct na afloop van de stemming verklaarde NDP-parlementarier Rashied Doekhie in een interview met een journalist van staatszender STVS dat voor de periode vanaf 1 april 1980 tot aan de einddatum van de voorafgaande amnestiewet, 19 augustus 1992, gratie is verleend , maar dat het best mogelijk is dat de periode van gratieverlening voor misdaden zal worden verlengd in het oneindige… Voor mij staat deze uitspraak en de wijze waarop de wet is doorgedrukt voor het begin van de afbrokkeling van de democratie in Suriname. Surinamers mogen zich terecht grote zorgen maken.

Kritiek meegenomen in nieuwe wet – Waarheidscommissie komt
De op het allerlaatste moment ingediende amendementen houden onder meer in dat er in deze aangenomen wet is opgenomen dat er een Waarheidscommissie zal komen die ervoor zal moeten zorgen dat ‘de waarheid’ over de ‘Decembergebeurtenissen’ van 1982 aan het licht komt.  Ook wordt een documentatie commissie gaat woden opgericht dat  ‘onafhankelijk’ de gebeurtenissen van de gehele jaren tachtig – de jaren van militaire overheersing- zal laten optekenen. Ergens voel ik mij als jarenlang pleitbezorger voor een Waarheidscommissie en het onafhankelijk optekenen van de geschiedenis van de jaren tachtig misbruikt door de ondertekenaars van de amnestiewet van 4 april 2012.

Wat ook op het laatste moment is geamendeerd is dat voor de schendingen zoals genoemd in het Moiwana vonnis, geen gratie wordt verleend. Ook moet er als het goed is ergens een zin staan dat geen gratie wordt verleend over mensenrechtenschendingen. Een mooie punt omdat voorstanders zich hemelschreiende doof- en blind hebben getoond voor het feit dat de 8 decembermoorden mensenrechtenschendingen betreffen. Zij betogen dat het gaat om terugdringing van pogingen tot omverwerping van het wettelijk gezag. Postuum worden de vijftien slachtoffers dus van ernstige strafbare feiten beticht zonder dat dit bewezen is. Zal hun waarheid aan het licht komen tijdens de zittingen van de Waarheidscommissie of bij het optekenen van de geschiedenis van het Suriname in de jaren 80 door die onafhankelijke documentatie commissie? Ik wil het niet eens hebben of de decembermoorden verdachten na deze gratieverlening überhaupt nog geneigd zullen zijn om ooit nog de ware waarheid te vertellen.

Nog geen genoeg van Bouterse
[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”14703″,”attributes”:{“alt”:””,”class”:”media-image”}}]]

Vlak voor stemming betuigden de tegenstanders van de wet –  onaangenaam verrast door het op het laatste moment,  nog geen half uur voor aanname ingediende wetswijzigingsvoorstellen –  hun oprechte spijt aan nabestaanden van de decembermoorden en nabestaanden van andere moorden gepleegd tijdens de militaire dictatuur én het gehele Surinaamse volk mdat zij er niet in zijn geslaagd  te voorkomen dat deze wet werd aangenomen.  Het was een emotionele en oprechte vertoning. Weinig geloofwaardig is iemand als Ronnie Brunswijk die vlak voordat hij voor stemming,  spijt betuigde aan de nabestaanden voor hetgeen hij op het punt stond te doen. Hij sprak over hoe in een ver verleden voorouders uit Afrika als slaven zijn gehaald naar Suriname, maar ondanks het geleden leed, in staat waren te vergeven en een verbond met de onderdrukker te sluiten. Hij heeft het over de verschillende vredesverdragen die de marrons met de koloniale machthebbers sloten. Het is zeer verfoeilijk te noemen dat Brunswijk een dergelijke vergelijking maakt.  Ik betreur het dat mijn oproep aan zijn persoon en Paul Somohardjo, totaal niet heeft gebaat. Het is jammer dat mijn analyse dat voorstanders van de amnestiewet overgehaald konden worden om van gedachte te veranderen met  rede en opbouwende suggesties voor alternatieven. Zelfs internationale waarschuwingen van economisch-politieke bondgenoten als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk mochten niet baten. Kennelijk zijn alle voorstanders van deze wet  nauwelijks voor rede vatbaar en zijn ze bereidt eventuele politieke en economische sancties te incasseren omwille v an het lijfsbehoud van hun president, hun voorzitter. Suriname staat momenteel op zijn kop om één man. Wat mij betreft heeft het land nog een ontzettend lange weg te gaan als een stel parlementariërs – onder druk gezet of niet – bereidt is hun reputatie en dat van Suriname op het spel te zetten omwille van één man. Bouterse wordt met aanname van de amnestiewet centraal gesteld voor de ontwikkeling van het land, terwijl het wat de nationale ontwikkeling niet in de eerste plaats om Bouterse zou moeten gaan. Hij is slechts de president op dit moment. Dat bedoelde ik toen ik schreef: Genoeg over Bouterse.  Het belang van deze ene man wordt gelijkgesteld aan het  belang van Suriname. En dat vind ik persoonlijk een uitermate tragisch dieptepunt in de ontwikkeling van Suriname. Ik sluit mij aan in de rij van personen die menen dat 4 april 2012 een zwarte bladzijde voor Suriname is.

Het debat dat gedomineerd werd door de oppositie, heeft de voorstanders van de nieuwe wet wel aan het denken gezet. De laatste moment wijzigingen die zijn aangebracht, zijn daar een uiting van. Helaas konden alle overwegingen niet voorkomen dat van voorgenomen wet geheel werd afgezien. Jammer dat het allemaal zover moest komen. Tegelijkertijd sterkt het mij om mijn stem te laten blijven horen om verdere afbrokkeling van de democratische rechtsstaat Suriname te voorkomen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
nancyderandamie

Over de auteur

Nancy de Randamie keerde in 2002, na 21 jaar in Nederland te hebben gewoond, terug naar haar geboorteland Suriname. Vanuit Sranan Sani …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief