Van de stempel ‘Minst Ontwikkeld Land’ naar ‘ex-Minst Ontwikkeld Land-in-overgangsfase’; het blijkt ontzettend moeilijk voor arme landen om van hun status af te komen. De VN past de spelregels van de in 1971 in werking gestelde categorie regelmatig aan om landen langer als ‘minst ontwikkeld’ te kunnen beoordelen, stelt promovenda Djalita Fialho van het International Institute of Social Studies.

Al in 1994 voldeed Kaapverdië aan de voorwaarden om niet meer tot de minst ontwikkelde landen (MOL/LDC) te behoren. Het land had een goed economisch beleid, een gezond bedrijfsklimaat, politieke stabiliteit, groeiende welvaart en effectieve ontwikkelingshulp. Toch was er veel huiver om deze stap te zetten. Enerzijds was het land zelf bang dat de groei zou stokken door vermindering van ontwikkelingshulp en markttoegang. Anderzijds ontraadden de VN-bureaucraten meermaals de statusverbetering. Ondanks dat het land al drie keer voldeed aan de objectieve voorwaarden van statusverbetering, volgde pas in 2004 het VN-besluit om Kaapverdië uit de MOL-categorie te halen.  

Spelregels aanpassen
Goed beleid, politieke stabiliteit en effectieve ontwikkelingshulp moeten in principe leiden tot statusverbetering van landen. Maar door het aanpassen van de spelregels om landen langer als MOL te kunnen beoordelen, is statusverbetering in veel gevallen geen automatisch gevolg. Daarbij komen de landenclassificaties zoals geografische kenmerken en bnp per hoofd van de bevolking die statusverbetering bemoeilijken. Zo waren er in 1985 nog maar vier landenclassificaties, inmiddels zijn dat er zeventien. Een gemiddeld ontwikkelingsland is nu in drie landengroepen ingedeeld met ieder verschillende regels en instrumenten.

Het stempel Minst Ontwikkeld Land' (MOL/LDC) wordt te lang in stand gehouden en onredelijk lang verlengd

Uit het onderzoek blijkt dat het stempel MOL te lang in stand wordt gehouden en onredelijk lang verlengd wordt. Door het toenemende aantal categorieën is er geen voorspelbaarheid, rationaliteit en transparantie meer over regels en principes. Met als gevolg dat er macht kan worden uitgeoefend over kleinere en zwakkere staten en zij voortdurend afhankelijk zijn van hulp. Het gedrag van de VN-bureaucraten om spelregels te wijzigen en landen in steeds weer nieuwe categorieën onder te verdelen lijkt onlogisch. 

Nieuwe categorie: ex-MOL-in-overgangsfase
Zelfs nu Kaapverdië formeel de nieuwe status heeft, blijft de VN ijveren voor het doorzetten van een speciale status. De VN creëerde een nieuwe impliciete categorie van ‘ex-MOL-in-overgangsfase’. Deze categorie versterkt het machtsevenwicht, houdt het bureaucratische apparaat in werking en legitimeert verdere ontwikkelingsinterventies in deze landen. Kort gezegd: het ontgroeien van de MOL-status betekent niet per definitie het loskomen van een afhankelijkheidsrelatie.

Het ontgroeien van de MOL-status betekent niet per definitie het loskomen van een afhankelijkheidsrelatie

Slechts vier landen hebben sinds het bestaan van de MOL-status statusverbetering gekregen. Naast Kaapverdië zijn Botswana, de Malediven en Samoa van de lijst gehaald. En waar de lijst in 1971 bestond uit 25 landen, zijn dat er nu 48. Er zijn er dus meer bijgekomen dan ‘weggegaan’, wat betekent dat meer landen afhankelijk zijn geworden van hulp en ontwikkelingsinterventies in die landen legitiem zijn. 

Op dit moment zijn drie kandidaten ‘geselecteerd’ voor een statusverbetering: Equatoriaal Guinea, Tuvalu en Vanuatu. Het is maar de vraag of ze die verbetering ook snel krijgen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lida Daniëls is stagiair bij Kaleidos Research, het onderzoeksbureau op het terrein van mondiale vraagstukken. Onlangs rondde ze haar …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief