De afgelopen weken is binnen de ontwikkelingssamenwerkingbranche in Nederland een flinke discussie losgebarsten over het al dan niet loslaten van de internationaal geldende norm van 0,7%. Tot nu houden slechts 5 van de 34 landen zich aan deze norm, waaronder Nederland.

Tijdens de Catshuisonderhandelingen startte de ontwikkelingsbranche  een grote lobby-actie onder de naam ‘Je krijgt wat je geeft’. Het land is in crisis, op vele budgetten moet bezuinigd worden, maar één budget moest absoluut daarvan worden uitgezonderd. De 0,7% norm was heilig. Zelfs Bill Gates bemoeide zich met het Nederlandse beleid.

Nu de Catshuisafspraken van de baan zijn, zwengelt branchevereniging Partos ineens de discussie aan door te stellen dat de 0,7% norm niet heilig is. Het bereiken van doelen is volgens Partos belangrijker dat het blindstaren op financiële middelen. Deze insteek is positief te noemen.  Maar vervolgens komt de aap uit de mouw: ontwikkelingssamenwerking zou in breder verband moeten worden gezien. Duurzaamheid, klimaatbeleid, financiële stabiliteit in ontwikkelingslanden, dit alles moet ook meegenomen worden. Dat gaat vervolgens nog meer kosten dan de huidige 0,7%.

Mooie bedoelingen, maar dit hoort niet thuis onder ontwikkelingssamenwerking.

Het doel van ontwikkelingssamenwerkingsbeleid is ervoor te zorgen dat ontwikkelingslanden uiteindelijk op eigen benen komen te staan. Daar moet dan ook actief naartoe worden gewerkt, in plaats van na te denken over wat we allemaal aan onderwerpen onder ontwikkelingssamenwerking kunnen schuiven. Het ontwikkelingsbeleid is immers bedoeld om toe te werken naar afbouw van ontwikkelingshulp en opbouw van gelijkwaardige economische en politieke relaties.

Ook Paul Hoebink zwengelt in zijn column van 25 mei op ViceVersa.nl nog eens de discussie aan, door te stellen dat landen in Afrika, mede door onze ontwikkelingshulp, nu groeicijfers laten zien. De groei komt echter vooral door export van grondstoffen en de concurrentie met Azië in de productiesector, en niet door hulp.

We moeten om te beginnen stoppen ontwikkelingslanden als zielig te zien. Dat vraagt om een zakelijke benadering, waarbij duidelijke afspraken met deze landen worden gemaakt en waarbij wordt vastgelegd wanneer de hulp eindigt en wat de wederzijdse rechten en plichten zijn.

Ontwikkelingssamenwerking is een achterhaalde term. Het beleid moet vervangen worden door een buitenlands beleid, waarbij wederzijdse verplichtingen worden vastgelegd.

Laten we stoppen met ontwikkelingssamenwerking en het klassieke ontwikkelingsbeleid beperken tot de strikte hulpactiviteiten en alles andere onderbrengen, daar waar het hoort: onder het handelsbeleid en het algemene buitenlandbeleid. Dan kunnen we de 0,7%-norm inderdaad loslaten, volledig.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief