De crisis is een uitgelezen kans om de ontwikkelingssector te hervormen, vindt Yannick du Pont (Spark). Nederlandse organisaties moeten verantwoording afleggen aan hun zuidelijke opdrachtgevers, en economische groei is geen rechtse hobby.

“Only a crisis, real or perceived, produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas lying around. That, I believe, is our basic function: to develop alternatives to existing policies, to keep them alive and available until the politically impossible becomes politically inevitable” – Milton Friedman.

Het moge duidelijk zijn. De ontwikkelingssector zit middenin een identiteitscrisis. Dat werd hoog tijd, vind ik eerlijk gezegd. Na jarenlang te zijn beschermd als ‘heilig huisje’, heeft de politieke en maatschappelijke realiteit de ontwikkelingssector ineens stevig ingehaald. Decennia lang draalden ontwikkelingsorganisaties waar ‘t ging om het doorvoeren van hervormingen. Nu treedt er een paradigmaverandering op, waarvan we niet voor mogelijk hielden dat die kon plaatsvinden. De sector zal zo snel mogelijk het heft in eigen hand moeten nemen en verregaande hervormingen moeten doorvoeren. Het alternatief is een sneu, slopend en tragisch einde.

Er zijn vele zaken die hervorming behoeven. Laat ik me beperken tot een drietal;
1. Er moet meer macht naar het Zuiden,
2. Ontwikkelingsorganisaties moeten nieuwe ‘rechtse’ thema’s omarmen en integreren,
3. Er moeten interne technische veranderingen worden doorgevoerd om de kwaliteit, verantwoording en transparantie van ontwikkelingsprojecten te verbeteren.

Werken voor het Zuiden
Het wordt tijd dat de sector gaat werken voor het Zuiden, niet in naam van het Zuiden. Mijns inziens kan dat alleen als de financieringsstromen worden omgedraaid. De Nederlandse overheid zou voorrang  moeten geven aan initiatieven van organisaties uit ontwikkelingslanden, die er dan vervolgens Nederlandse partners bij kunnen zoeken. De Nederlandse organisatie werkt dan in opdracht van de lokale organisatie over de overheid in het Zuiden.
SPARK werkt sinds enkele jaren voor de overheid in Kosovo aan het opbouwen van een hogere vakschool ondernemerschap. De lokale gemeente waar de school wordt gebouwd verschaft de grond, de nationale overheid financiert (deels). Hierdoor ontstaat omgekeerde accountability. Waar voorheen partijen in ontwikkelingslanden verantwoordingen dienden af te leggen aan Nederlandse organisaties, zijn de rollen nu omgedraaid.
Dit geldt overigens niet voor gevoelig mensenrechtenwerk; daar kan meestal niet worden samengewerkt met de lokale overheid, en voor zulke projecten dient dus een uitzondering te worden gemaakt.

Bij iedere opvolger van het huidige subsidiestelsel, moet de overheid voorrang geven aan aanvragen van organisaties uit de ontwikkelingslanden zelf. Nederlandse organisaties kunnen dan door deze partijen worden uitgenodigd om deel te nemen als onderdeel van door hen geleide consortia. Als het Nederlandse maatschappelijke middenveld haar ontwikkelingsdoelen boven haar eigen belang weet te stellen, zal deze omkering van de verhoudingen een actieve eis aan de huidige Nederlandse regering dienen te worden. Daarmee ontkracht de sector dan gelijk toenemende sceptische geluiden dat ze slechts haar eigen bestaan wil veiligstellen. Gevalletje ‘two birds with one stone’ lijkt me.

Ook de bestuursstructuur van Nederlandse organisaties dient volledig op de schop te gaan. Hoog tijd dat een meerderheid van de leden van de raad van toezicht van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties uit de landen komt waar deze organisaties actief zijn. Hoe kan een organisatie nou beter de belangen dienen van ontwikkelingslanden, dan als haar hoogste bestuursorgaan wordt beheerst door deskundigen uit deze landen zelf? Het is onbegrijpelijk dat dergelijke leden nog op 1 hand te tellen zijn in de gehele Nederlandse sector.

Economie geen rechtse hobby
Dan de nieuwe prioriteiten van het kabinet. Daar valt veel van te vinden, maar de vele negatieve reacties uit de sector op de speciale aandacht voor (duurzame) economische groei zijn absurd. Niet alleen staat inmiddels onomstotelijk vast dat het scheppen van werkgelegenheid en het aanjagen van economische groei – mits juist verdeeld! – niet alleen een sine quo non is voor de oplossing van het armoedevraagstuk, er zijn enorm belangrijke sociale doelen mee te halen. Neem vrouwenemancipatie. Economische onafhankelijkheid van vrouwen is traditioneel een essentiële voorwaarde voor emancipatie. Neem democratiseringsbewegingen. Het is onomstotelijk aangetoond dat deze worden aangejaagd door de opkomende middenklasse, waarvan ondernemers – groot en klein – de basis vormen. De sector moet ophouden over de speciale aandacht voor economische groei te schamperen en af te doen als een rechtse hobby.  Ze moet deze omarmen en actief gaan invullen. Naast het evidente ontwikkelingsbelang zal dit eveneens het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland vergroten. Het biedt een geweldige kans de sector uit de ‘linkse-hobby’ hoek te trekken en zal voor danige politieke en maatschappelijke verbreding van interesse en draagvlak te zorgen. Wederom een makkelijke keus, zou je denken. Cordaid verdient in dit opzicht een pluim met haar interessante nieuwe initiatief met Bart Hartman.

Open over mislukkingen en bestedingen
Tot slot zal de sector broodnodige interne hervormingen dienen door te voeren. Automatische transparantie over bestedingen en resultaten, en speciale aandacht aan mislukkingen en wat hiervan wordt geleerd, zijn van groot belang. Ik hoop dat alle ontwikkelingsorganisaties dit jaar vol vuur strijden om de bokaal voor de meest briljante mislukking in de ontwikkelingssector. Ook moeten ontwikkelingsorganisaties open zijn over hun bestedingen. Per 1 maart 2012 heeft SPARK alle internationale standaarden voor de transparantie van hulpgelden (IATI) doorgevoerd in een online transparantiewebsite. Zo is het voor iedereen duidelijk wat onze uitgaven en resultaten zijn. Uiteraard met speciale eervolle vermeldingen voor mislukkingen in ons werk – en wat we ervan geleerd hebben.
Er zijn veel manieren waarop ontwikkelingsorganisaties hun efficiëntie kunnen vergroten. Gezamenlijke inkoop bijvoorbeeld, waaraan door brancheorganisatie Partos wordt gewerkt. Of door de oprichting van gezamenlijke veldkantoren in de vorm van “Holland Houses” of internationale kantoren op basis van sectoren. Nog altijd houden bijna alle organisaties er een dure autonome veldaanwezigheid op na. Een internationaal kwaliteitskeurmerk voor ontwikkelingsorganisaties (ISO for development), dient eindelijk het licht te zien na jaren gepraat binnen brancheorganisatie Partos. Zou Nederland koploper kunnen worden in het opzetten van een dergelijk keurmerk? Dan moet er wel worden gehandeld, in plaats van lang gepraat over waar we als sector in uitblinken.
Geen beter moment om hervormingen door te voeren dan ten tijde van een stevige crisis. Laten we deze crisis dan ook omarmen en gebruiken voor een broodnodige hervorming.

Yannick du Pont is oprichter van SPARK. Sinds 1994 werkt hij aan ontwikkeling in voormalige conflictgebieden.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief