Overheidsuitgaven aan ontwikkelingshulp staan vaak onder druk. Volgens veel Nederlanders kunnen we dit geld beter besteden aan armoedebestrijding in eigen land. Wat verklaart dat hulp aan ontwikkelingslanden het moet afleggen tegen hulp binnen Nederland? Kaleidos Research zocht het uit. 

Voor het onderzoek kregen twee gelijke groepen ieder een fictief krantenbericht te lezen over een nieuw hulpprogramma vanuit de Nederlandse overheid. Het ene bericht richtte zich op armoedebestrijding in Nederland, het andere op armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. De rest van het bericht was identiek. Het plan gericht op Nederland kan op veel meer steun rekenen: waar 1 op de 3 (35%) het plan in Nederland steunt, is slechts 1 op de 7 (14%) voorstander van het programma in ontwikkelingslanden. Meer dan de helft (54%) keurt het buitenlandse plan zelfs helemaal af. Wat verklaart dit verschil?

Arm door pech
Denken Nederlanders werkelijk dat de armoede hier groter is dan daar? Nee. Het is voor Nederlanders duidelijk dat de nood in ontwikkelingslanden hoog is. De absolute armoede daar (vertaald naar het aantal beschikbare maaltijden per dag) is volgens Nederlanders groter dan de armoede hier. Bovendien is deze situatie ook niet hun eigen schuld: arme mensen in het buitenland zijn volgens Nederlanders juist vaker dan de minderbedeelden in ons land arm door oorzaken waar ze zelf niks aan kunnen doen. 

Denken Nederlanders werkelijk dat de armoede hier groter is dan daar? Nee

Minder effect, minder affiniteit?
Het is dus niet zo dat men denkt dat de hulpbehoefte hier groter is dan in ontwikkelingslanden. Wel hebben Nederlanders minder vertrouwen in het effect van bestedingen in het buitenland. Daarnaast voelt men zich minder verbonden met de armen in ontwikkelingslanden. We zijn meer betrokken met mensen aan wie we ons verwant voelen, zo laat onderzoek zien. Het verschil in affiniteit met armen in Nederland of met armen in het buitenland is echter klein. Bovendien heeft men ook in Nederlands hulpprogramma’s betrekkelijk weinig vertrouwen. Minder vertrouwen in de effectiviteit en minder affiniteit verklaren dan ook niet waarom er minder steun is voor hulp aan ontwikkelingslanden. 

Morele zorgplicht
Het onderzoek laat zien dat vooral de reikwijdte van de morele zorgplicht van de Nederlandse overheid bepalend is: deze is volgens Nederlanders begrensd. Het is simpelweg niet de morele plicht van de Nederlandse overheid om ontwikkelingslanden te helpen, hoe groot de hulpbehoefte daar ook is. De vanzelfsprekendheid waarmee de overheid voor Nederlanders moet zorgen, geldt dus niet voor hulpbehoevenden in het buitenland.

Het is simpelweg niet de morele plicht van de overheid om armen in het buitenland te helpen

Lastige opgave
Al met al is het een lastige opgave om de steun aan buitenlandse hulpprogramma’s te vergroten. Een campagne om Nederlanders te wijzen op de noodlottige situatie in ontwikkelingslanden, zal waarschijnlijk niet veel effect hebben. Men is er immers al van overtuigd dat de armoede daar groter is dan hier. Ook het vergroten van het gevoel van verbondenheid of geloof in effectiviteit is niet voldoende. Feit is dat voornamelijk  opvattingen over de morele zorgplicht van de Nederlandse overheid de voorkeur voor binnenlandse hulp verklaren. Het is moeilijk om deze opvattingen over moraliteit te verbreden. Ideeën hierover hangen sterk samen met waarden als empathie.  Onderzoek heeft aangetoond dat deze waarden zeer stabiel zijn over tijd en heel moeilijk te beïnvloeden zijn.

Crisis beheerst het sentiment: eerst de problemen hier maar eens oplossen

 

Tijdelijk effect crisis?
Aan de andere kant: ook opvattingen over effectiviteit, moraliteit, affiniteit, noodzaak en schuldvraag kunnen samen niet het gehele verschil in steun voor beide programma’s verklaren. Wat dan wel? In het bijzonder één mogelijke verklaring ligt hier voor de hand, namelijk de financiële situatie in Nederland. Nederlanders zijn na het uitbreken van de economische crisis minder belang gaan hechten aan internationale thema’s en zich meer gaan richten op problemen binnen Nederland. Eerst de problemen hier maar eens oplossen, en dan pas over de grens kijken, lijkt de overheersende gedachte. Vanuit deze redenatie zal de kloof in steun tussen hulp aan het buitenland en hulp binnen Nederland vanzelf kleiner worden. Met meer binnenlandse economische zekerheid, neemt ook het werkveld van de Nederlandse overheid weer toe. Een herhaling van dezelfde studie in economisch minder onzekere tijden is nodig om te achterhalen of dit werkelijk het geval is.

Het onderzoek is eind 2013 afgenomen en maakt gebruik van een zogenaamd vignetten experiment. Dit maakt het mogelijk het effect van de bestemming van de hulp te filteren. Voor het onderzoek werden in totaal 2022 respondenten in twee gelijke representatieve groepen verdeeld. Afgezien van de bestemming van het programma, waren de krantenberichten (en de vragenlijsten) identiek aan elkaar. Het onderzoek is gebaseerd op een vergelijkbare Amerikaanse studie van Lauren Prather (Stanford University).

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Evelien Boonstoppel onderzoekt wat Nederlanders vinden en weten over  internationale vraagstukken en duurzame …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief