‘s Avonds laat. Heb de halve dag in K18 rondgelopen. Het was indrukwekkend. Ik heb jarenlang in Sudan gewerkt, in het noorden en in het zuiden. Maar ik heb zelden zo’n situatie gezien. Duizenden mensen in het midden van niks, onder stukjes grijs plastic die wij net een paar dagen geleden hadden uitgedeeld. Omgeven door modder en ontelbare acaciabomen. Met een schreeuwend tekort aan water en alleen het voedsel dat hen gegeven wordt. De modder heet ‘black cotton soil’ en is dik en vreselijk plakkerig. Ik ben niet zo heel erg lang maar na een half uur lopen was ik minstens 10 centimeter gegroeid van alle modder die er onder mijn schoenen bleef steken.  

Ik zie een oud besje strompelend meter voor meter afleggen. Ze heeft al weken een enorm abces op haar voet en heeft toch al ruim honderd kilometer gelopen. Ze wordt naar onze kliniek gebracht. Even verder loopt een meisje van zeven jaar, met haar broertje van twee op haar heup. Zou zij haar broertje de hele reis hebben moeten dragen? En in de rij, wachtend op de bus, waakt een troepje jongens over een koffer. Het is een oude maar stevige koffer. Er staat ‘Seven Stars’ op. Dit detail raakt me. Misschien omdat ze opeens zo gewoon lijken.

Vanwege het water dat opraakt is er geen enkele andere optie dan deze mensen te verplaatsen naar andere kampen. Dit gebeurt dan ook. Enkele duizenden per dag worden met bussen en vrachtwagens naar een nieuw kamp vervoerd, ongeveer 70 kilometer verderop: Batil. Probleem is alleen dat er in Batil ook nog steeds te weinig water is – en ook onvoldoende tenten. Van de 15.000 mensen die er in de afgelopen week zijn afgeleverd, heeft de helft nog geen tent ontvangen. Stel je voor: je wordt door geweld van huis en haard verdreven, verliest al je bezittingen en wellicht nog een aantal familieleden onderweg, en komt dan uiteindelijk terecht daar waar je veiligheid en zorg verwacht. En dan moet je alsnog in de modder en in de open lucht slapen. Ik kan mij niet voorstellen hoe mijn familie dit zou ondergaan.

Ondertussen, in K18. Het is minder dramatisch dan een week geleden. Gelukkig wel. Dr. Erna heeft vorige week nog kinderen zien overlijden tijdens de barre tocht van K43 naar K18. Haar ervaringen van vorige week tarten alle verbeelding. Vandaag zijn de omstandigheden iets verbeterd. Niet in het minst doordat zij en het team zich volledig uit de naad gewerkt hebben. Maar deze omstandigheden blijven mensonterend slecht. Een ware noodsituatie.

Arjan Hehenkamp (44) is algemeen directeur van Artsen zonder Grenzen. Hij is in de Zuid-Sudanese regio Jamam, waar in de afgelopen weken tienduizenden vluchtelingen zijn aangekomen. De mensen zijn op de vlucht voor gevechten in de Blauwe Nijlstaat in buurland Sudan.

Lees hier ‘Er is werkelijk niks, behalve 20.000 vluchtelingen’, de eerdere blog van Arjan. Lees hier meer over het werk van Artsen zonder Grenzen in Zuid-Sudan.

Foto’s: Hereward Holland en Louise Roland-Gosselin/ MSF

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_original”,”fid”:”15714″,”attributes”:{“class”:”media-image media-element file-media-original”}}]]

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief