Ik dacht ze te slim af te zijn geweest. Toen mijn eerste elektriciteitsrekening kwam, stuurde ik een bevriende Nigeriaan naar het kantoor van de Power Holding Company of Nigeria (PHCN) om te betalen. Als ik en mijn blanke snoet zich zouden vertonen, zouden de PHCN-nota’s wel eens op geheimzinnige wijze de hoogte kunnen inschieten, was mij verzekerd. De eerste lichtrekening voor mijn poppenhuis bedroeg omgerekend 2,50 euro.

Ik nam aan dat het een realistische rekening was en dat mijn twee ventilatoren, laptop en wat spaarlampen in een maand niet veel meer aan energie peuzelden. Ik feliciteerde mezelf met mijn succesvolle strategie om hoge rekeningen te vermijden en reisde af naar Nederland met een gevoel van opluchting. Wat een dwaas was ik.

Toen ik terugkwam in Lagos, wachtte mij een nieuwe rekening. Voor de maand oktober, waarvan ik drieënhalve week in het buitenland was, werd mij 8000 naira gerekend. Zestien keer zoveel als de maand ervoor. Aannemend dat het niet langer geheim was dat er een blanke was komen wonen in de straat, toog ik dit keer zelf naar het kantoor van het elektriciteitsbedrijf. Ik en mijn paspoort met visastempels die mijn afwezigheid voor het grootste deel van de maand bevestigden. Zulk bewijs zou zelfs de PHCN-functionaris ervan overtuigen dat er een vergissing was gemaakt en dat mijn rekening aanzienlijk omlaag moest. Alweer een dwaasheid mijnerzijds.

Stampvoeten

Ik stampvoette, ik smeekte, ik pleitte en ik pruilde, ik argumenteerde en verhief mijn stem. In totaal bracht ik minstens een uur door aan het bureau van de stoïcijnse administrateur. Hij vroeg me om mijn telefoonnummer en informeerde of ik getrouwd was–uitsluitend om mijn energieconsumptiepatroon te kunnen inschatten, voegde hij hieraan toe. Hij erkende min of meer dat mijn elektriciteitsrekening was gebaseerd op de levendige fantasie van een van de PHCN-medewerkers, aangezien er geen mens was langsgekomen om mijn meterstand op te nemen. Hij verzekerde me dat volgende maand een PHCN-meneer hoogstpersoonlijk zou komen registreren hoeveel kWh ik daadwerkelijk had verbruikt. Maar de staande nota van 8000 naira moest ik ophoesten. Verslagen slofte ik naar het betaalloket en voldeed de opgeblazen rekening, hopend dat het volgende maand anders zou lopen. Wat was ik een idioot.

De daaropvolgende rekening kwam vlak voor kerst. Het was een handgeschreven exemplaar met weinig meer erop dan mijn adres en het verschuldigde bedrag. Daar stond het in nauwelijks leesbare hanenpoten, het PHCN-vonnis van deze maand: 6000 naira. En al weer was er niemand langsgeweest om de meter te checken. Na het 8000 naira debakel was ik op onderzoek uitgegaan. Ik vond een online rekenmachine voor mijn elektriciteitstarief; informeerde bij buren met vergelijkbare huishoudens wat zij betaalden; telde het wattage van al mijn elektronische apparatuur bij elkaar op. Zelfs als ik helemaal los zou gaan en 24 uur per dag alles zou laten aanstaan, zou ik niet veel meer dan 3000 naira (15 euro) per maand kunnen verbruiken aan stroom.

Dus ging ik weer op bezoek bij PHCN, op 24 december.

‘Desnoods gijzel ik je tot na kerst als je dit probleem niet oplost’, zei ik de PHCN-medewerker, slechts half grappend. Hij keek geamuseerd op van zijn laptop. Maar een uur later was ik er nog, en hij keek niet langer geamuseerd. Ik voerde aan dat ik geen probleem had met betalen, maar dat alles wat ik wilde een transparante rekening was voor de elektriciteit die ik daadwerkelijk had verbruikt, en geen bij elkaar verzonnen exemplaar.

Uiteindelijk stemde hij erin toe me te vergezellen naar mijn straat om de meter de controleren. Ik had kunnen weten dat de man andere bedoelingen had toen hij de zwoele jazz cd in zijn autostereo schoof. Aangekomen bij mijn adres controleerde hij de meter, waarna hij liet doorschemeren dat het bedrag op mijn rekening drastisch zo dalen als hij me tijdens de kerstdagen kon komen opzoeken. Ik weigerde beleefd, maar zijn aanbod vertelde me wel dat er onderhandelingsruimte was, dus ik bleef drammen niet van plan te zijn de oorspronkelijke rekening te betalen. Of het de gedachte aan de jollof rijst van zijn vrouw was of de vrees zijn kerst bedorven te zien door een eigenwijze scènetrappende Nederlandse weet ik niet, maar ten langen leste scheurde hij de oude rekening voor mijn neus in stukken en schreef een nieuwe uit voor de helft van het bedrag: 3000 naira. Ik ben niet zo suf te geloven dat mijn relatie met PHCN blijvend is verbeterd. Ik heb dit gevecht wellicht gewonnen, maar volgende maand vrees ik dat het elektriciteitsbedrijf de oorlog evengoed zal winnen.

Constante stroom?

Daarom baren de woorden van de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan—in zijn recente CNN interview—me ook danige zorgen. Toen Christiane Amanpour hem confronteerde met het feit dat 60 procent van de Nigerianen geen stabiele stroomvoorziening heeft, beloofde de Nigeriaanse president dat ‘elektriciteitslevering in Nigeria voor het eind van het jaar redelijk stabiel zal zijn.’ In mijn wijk valt de stroom iedere avond tussen half zeven en zeven uit, daar kan ik de klok op gelijk zetten, en overdag draait PHCN in de regel in stotterstand. Deze stroomuitval houdt mijn energieverbruik enigszins binnen de perken. Maar wat als de energieleverancier daadwerkelijk stabiele elektriciteit gaat leveren, zoals Jonathan beloofde? Gezien de rekeningen die PHCN me nu al stuurt, vermoed ik dat ik me constante stroom helemaal niet kan veroorloven.

Volg Femke op Twitter: @femkevanzeijl

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief