Allochtoon gezelschap
Beschaamd biecht ik op dat ik een beetje extra zenuwachtig was voor deze dag. Lesgeven aan pubers vind ik een fantastische bijbaan, maar hoe houd ik stand in allochtoon gezelschap? Zal ik worden uitgefoeterd omdat ik geen hoofddoek draag? Heb ik wel autoriteit in een klas waar ik cultureel niet toe behoor? Beledig ik per ongeluk iemand omdat ik kennis en ervaring met deze doelgroep mis?
Hetzelfde nerveuze gevoel heb ik in kerken, moskeeën, tempels. Mag ik wel naar binnen zonder de rituelen te kennen? Zelfs bij snowboardwinkels en ijzerhandelaren heb ik het: ik sta op onbekend terrein, spreek de taal van de kenner niet en ben bang om iets stoms te doen.

Allemaal gelijk
Nog altijd ben ik zoekende naar een goede zienswijze, een wijze visie op samenleven. Er zijn nu eenmaal heel veel mensen die ik nog niet ken, met allemaal menselijke eigenschappen waar ik nog niet bekend mee ben. Blijkbaar word ik daar toch een beetje onzeker van. Niemand is meer waard dan een ander. Ergens zijn we allemaal hetzelfde. Maar zijn we allemaal gelijk, ondanks taal, verleden, ervaringen en cultuur? Moet ik met alle twaalfjarige kinderen hetzelfde omgaan, of ze nu Turks of Haags zijn? Hoe kan ik lesgeven als ik zelf nog zo weinig weet?

Turkse thee
De meerderheid van de kinderen zit te gapen aan tafel. Ze zijn gister of vannacht teruggekomen uit Turkije. Met de auto is dat een hele lange, warme en vermoeiende reis. Al de hele dag nemen ze allemaal de moeite om vlekkeloos Nederlands te spreken, ondanks dat dit van sommigen een grote inspanning vereist.
In de pauze drinken we Turkse thee uit kleine glaasjes waar met moeite vier suikerklontjes in worden gestouwd.

Juf, bent u ook moslim?
Dan is het tijd voor buitenspelen. We voetballen en ik doe enthousiast mee.
Alle ballen die mijn kant op komen, mis ik. Ibrahim en Mohammed foeteren zachtjes. “Oh, Juuhuuf!”, verzuchtten Zeynep en Esra overdreven geïrriteerd. Midden in het spel holt Aziza mijn kant op. “Juf, bent u ook Turks”, vraagt ze mij, en “bent u ook moslim?”. Beide vragen beantwoord ik hoofdschuddend. “Oké”, zegt ze dan en huppelt weer terug het spel in. Ik geloof dat het haar niets uitmaakt. Zoals voor kinderen van alle scholen lijkt te gelden: zolang ik maar niet te streng doe en een beetje goed speel, mag ik zijn wie ik ben.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief