Het ‘Fairtrade’ Max Havelaar-keurmerk en het FSC-logo met het boompje: wie kent ze niet? Keurmerken zoals deze zijn vrijwillig: producenten kunnen er zelf voor kiezen om hun producten te laten certificeren. Phillip Paiement (Tilburg University) laat zien dat duurzaamheidskeurmerken, ondanks hun vrijwillige aard, een positieve invloed kunnen hebben op de industrie als geheel. 

Leiden vrijwillige duurzaamheidskeurmerken werkelijk tot duurzamere industrieën? Of blijven het vooral marketingtools om de verkoop van producten te bevorderen? Om deze vraag te beantwoorden, maken we onderscheid tussen twee verschillende functies van duurzaamheidskeurmerken. Bij de marketingfunctie ligt de nadruk op het samenbrengen van gelijkgestemde handelspartners die zich willen afzetten tegen, in hun ogen, minder duurzame concurrenten. De regulerende functie heeft als doel de werkwijze van producenten te verduurzamen. Het proefschrift levert empirisch bewijs dat keurmerken – naast een marketingfunctie – ook een regulerende functie kunnen hebben.

Onderzoeksmethode
Paiement interviewde tientallen industriële partijen en andere belanghebbende organisaties over hun ervaring met FSC en RSPO. Daarnaast analyseerde hij ongeveer vijfhonderd corrigerende bevelen – bevelen op basis van inspecties, waarin producenten worden gemaand om te handelen in lijn met de standaard van een keurmerk.  

FSC en RSPO

Het onderzoek neemt twee duurzaamheidskeurmerken onder de loep. Het gaat om het FSC-keurmerk (van de Forest Stewardship Council-organisatie), bestudeerd in de Grote Merenregio in de Verenigde Staten, en het RSPO-keurmerk (van de Roundtable on Sustainable Palm Oil-organisatie), bestudeerd in Indonesië en Maleisië. FSC en RSPO hebben veel aandacht gekregen in deze regio’s. Beide keurmerken zijn in het leven geroepen om verantwoord bosbeheer te bevorderen.

Grote invloed hout-keurmerk

Het FSC-keurmerk wordt toegekend aan hout(producten) en papier die op verantwoorde wijze zijn geproduceerd. Uit de FSC-casus blijkt dat het FSC-keurmerk een grote regulerende invloed heeft. De bosbeheerders in de Groten Merenregio ervaren het keurmerk als een voorwaarde voor het werken binnen de branche – ondanks het feit dat de normen juridisch gezien vrijwillig zijn. Ook zorgt het FSC-keurmerk ervoor dat de hout- en papierproducenten communiceren en samenwerken met de lokale gemeenschappen. 

Palmolie-keurmerk minder succesvol

Het RSPO-keurmerk is een keurmerk voor duurzame palmolie. Dit keurmerk wordt toegekend aan bedrijven die bij de productie van palmolie specifieke sociale rechten en milieurechten handhaven. Zo mogen palmolieplantages volgens het RSPO-keurmerk niet worden uitgebreid ten koste van tropisch regenwoud.

In tegenstelling tot de FSC-organisatie heeft het RSPO-keurmerk in Indonesië en Maleisië gefaald om grote veranderingen teweeg te brengen in de werkwijze van palmolietelers. De meeste telers voelen geen noodzaak om zich bij de RSPO aan te sluiten. Desondanks heeft de RSPO wel geleid tot nieuwe productienormen, zoals het berekenen van de uitstoot van broeikasgassen en het inschatten van de conserveringswaarde van een natuurgebied. 

Keurmerken gaan vaak samen met de uitsluiting van lokale inheemse bevolkingsgroepen en milieuorganisaties 

De toekomst van vrijwillige duurzaamheidskeurmerken

Het onderzoek toont ook aan dat keurmerken vaak samengaan met de uitsluiting van niet-producerende belanghebbenden, zoals lokale inheemse bevolkingsgroepen en milieuorganisaties. De belangen van producenten overheersen. Palmolieproductie heeft bijvoorbeeld vaak geleid tot conflicten over landgebruik tussen producenten en inheemse groepen, waarbij beide partijen het recht claimen op een bepaald stuk grond. Het is vaak de inheemse bevolking die het onderspit delft. 

Deze situatie biedt echter ook kansen voor buitengesloten partijen. Wanneer deze partijen protesteren dat keurmerken hun belangen niet vertegenwoordigen, trekken ze immers de legitimiteit van deze keurmerken in twijfel. Dit kan leiden tot vernieuwing. Op deze manier kunnen ze in de toekomst de duurzaamheidsdoelen van organisaties veranderen. 

Phillip Paiement promoveerde op 9 oktober 2015 aan Tilburg University op basis van zijn proefschrift 'Voluntary Sustainability Standards: Regulating and Coordinating in Transnational Law'.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Phillip Paiement is universitair docent bij Tilburg Law School. Zijn onderzoek richt zich op het veld van transnationale recht en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier