1 juni. Ik vind het eigenlijk veel te koud om naar buiten te gaan maar in mijn straat is braderie en ik hou wel van marktjes, kraampjes en koopjes. Vooral als er mulit-culti-tweedehands-spullen-met-een-verhaal staan uitgestald. En van een braderie in deze diverse en enorm gezellige Paul Krugerlaan verwacht ik dan ook niets minder. Ik heb een lichte aversie tegen merkketens en alhoewel ik me niet reken tot de occupy-whatever beweging, draag ik liever niet bij aan de verdere uitbreiding van monopolistische, commerciële multinationals die weinig oog hebben voor mens, maatschappij en milieu. Dat maakt winkelen nog best lastig – en tijd consumerend. Want zo sta ik elke keer weer best lang voor het schap met eieren mezelf afvragend wat ik nu het beste kan kopen: een biologisch dozijn (dan is het voer vast goed, maar heeft de kip dan ook wel ruimte?), vrije uitloop (dan kan de kip huppelend haar genetisch gemodificeerd voedsel opeten) of fair trade (fijn dat de kippenboerin nu haar kinderen naar school kan sturen, maar heeft ‘mijn kip’ wel een goed leven?). De puur&eerlijk biologische eieren van Albert Heijn geven mij wat dozijn-ei betreft de meeste geruststelling. Maar tja, dan moet ik wel naar de Albert Heijn en volgens de man met het ‘boycot Israel’ bord draag ik dan bij aan de onderdrukking van de Palestijnen. 

 

Gelukkig ging ik niet naar buiten voor eieren maar om me te laten verleiden door de vele kleuren en geuren van de braderie in de Paul Krugerlaan (en ik was nog steeds op zoek naar waterpijptabak zonder smaak voor m’n vader). Een gezellig boel: leren tassen uit Marrakesh in de leukste kleuren, wierook en muziek uit India, sierlijke buikdans-BH’s en niet-afzakbare-hoofddoekken, Afrikaanse hot-pots (made in China overigens) en Poolse cosmetica, Pakistaanse naan, Turkse cigcofte (vegetarisch en écht een aanrader) en Bulgaars bier… voor iedereen (en dat zijn er heel wat hier in Transvaal) wat wils. Behalve voor m’n vader want tabak voor de waterpijp zonder smaak wordt in alle shisha-bars en koffiehuizen die deze buurt rijk is, niet gerookt.

Een aantal calorieën, contacten en woordenschat rijker, besluit ik nog even langs mijn favoriete Turk te lopen om m’n voorraad appels in te slaan. Bereket is  groenteboer/supermarkt/bakker/pizzeria die echt altijd open is. Heerlijk! Bij de kassa grapt m'n vaste verkoper of ik een tasje wil – wetend dat ik op elk mogelijke manier plastic tasjes vermijd door m’n groente en fruit in eigen meegebrachte zakjes of dozen te laten wegen. “Echt goed ben jij” zegt hij voor de zoveelste keer. “Kijk die troep buiten, mensen hier zijn niet zoals jij, ze gooien alles op straat”. Ik realiseer me dat ik langzamerhand wen aan het straatbeeld. Plastic tassen, papier, aluminiumfolie, spuugklodders (is dat trouwens een trend aan het worden, spugen op straat?), gebroken troep – de wijk is bezaaid met afval. En niemand lijkt zich er echt om te bekommeren. Het stoort me mateloos. Maar anderen hier op aanspreken? Een campagne voeren? Ik ben vrij radicaal met mijn eigen duurzaamheidsbeleid, soms tot ergernis van m’n omgeving. Want tja, afval scheiden kost toch plaats. Een doos voor het oud papier en de glazen potjes eisen ruimte in de keuken en de vuilniszak met ingezameld plastic moet mee naar Wageningen. Waar ik in Wageningen langs drie inzamelpunten loop van het busstation tot aan m’n moeder, staat er in deze hele kant van Den Haag geen enkele. En ik kom iets vaker in Wageningen dan in het Statenkwartier, dus dan gaat de zak mee. Dat anderen hun afval niet scheiden – of überhaupt in de vuilnisbak gooien – vind ik jammer. Maar is het onwetendheid of een bewuste keuze? En welke rol is hierin voor mij weggelegd? Ik lach mijn Turk gedag, zeg dat het begint bij onszelf en dat anderen misschien vanzelf gemotiveerd raken (ik knipoog naar de jongen achter me in de rij die meeluistert), loop terug naar huis en grinnik wanneer ik mezelf in de gebroken spiegel naast de afvalcontainer zie lopen met een doos appels op m’n hoofd.

 

Eenmaal thuis, ga ik in beraad. Misschien moet ik toch een keer bij de gemeente pleiten voor een plastic inzamelpunt in de wijk. De glascontainers zijn ook al zo’n end lopen. Dat zou het voor mij makkelijker maken – maar daar gaat het mij niet om. Hoe zouden anderen ook gemotiveerd kunnen raken om duurzamer om te gaan met afval? Welke organisatie zou hier aan bij kunnen dragen? Op scholen? Maar dat gebeurt toch al? Ik denk terug aan mijn vele bezoekjes aan de Turkse koffiehuizen op zoek naar tabak. Kunnen die koffiehuizen een rol spelen? Daar hebben ze het vast ook over de wijk? Of misschien kunnen de vele gebedshuizen en moskeeën die de buurt kent een paar preken wijden aan de plicht die wij moslims hebben om goed op onze aarde te letten? Ik verslik me van het lachen in m’n thee. Ik zie de gezichten van de moskeegangers al voor me als de imam predikt dat de profeet ook geen plastic tasjes op straat gooide. Misschien toch niet de meest effectieve methode. Ik besluit mijn duurzame levensstijl – dat overigens verre van optimaal is – net als mijn religie – nog verder van optimaal – eenzaam te belijden.

 

2 juni. De zon doet erg haar best en ik besluit al m’n andere geplande bezigheden voor die dag uit te stellen totdat de zon echt niet meer voelbaar is op m’n balkon. Al schuifelend tussen de troep (ik moet nog steeds een keer naar de sloop rijden) probeer ik de zonnestralen met m’n stoel te volgen en besluit ik mijn zittende tijd (ik zit niet zo veel) te benutten om te lezen (ik verzamel meer boeken dan ik tijd neem om te lezen). Ik begin bij de publicatie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling van vorige week “Rondje voor de publiek zaak. Een pleidooi voor de solidaire ervaring”. Al lezend over solidariteit, samenwerking voor het maatschappelijk belang, vrijwilligerswerk en institutionalisering, merk ik dat ik stiekem toch wat voel voor een gezamenlijk aanpak voor een schone buurt. Liefst duurzaam, maar laten we beginnen met afval in de daarvoor bestemde containers te deponeren. Daarna kunnen we (vooralsnog spreek ik voor mezelf) proberen de mensen te motiveren het afval te gaan scheiden. Misschien moet ik straks naar m’n buurman lopen en vragen wat hij vindt. Hij woont hier langer, helpt buren altijd een handje en is een actieve kerkganger. Oh, dan is zondag toch niet zo’n goed idee. Ik besluit morgen langs te gaan. Nu eerst de zon. En oh ja, ik moet ook m’n administratie nog doen.

 

Ik loop naar binnen en open de post. Een brief van de gemeente "Duurzaamheid en Leefomgeving”. Eventjes denk ik "Hey, dat zou toevallig zijn. Misschien kondigen ze wel aan dat er grote containers worden geplaatst, voor plastic en papier en kleding, op het Paul Krugerplein". Maar ik lees het onderwerp “Besluit tot spoedeisende bestuursdwang en kostenverhaal huisvuil”. Dafuk?! Lees ik dit goed? Er staat: “Op maandag 27 mei 2013 heeft een toezichthouder van de gemeente 1 doos naast een ondergronds restafvalcontainer aangetroffen. Om vervuiling op straat te voorkomen hebben wij de doos met spoed opgeruimd” Seriously…dus er lopen hier afvaltoezichthouders door de straat die met spoed opruimen? Nooit gemerkt…

De brief gaat verder: “Het huisvuil is onderzocht. In de doos is uw naam en adres aangetroffen. De toezichthouder heeft een foto van de naam en het adres gemaakt en een rapportage opgesteld. Een kopie van de foto sturen wij mee met dit besluit”. Dus toezichthouders die met spoed afval opruimen zijn eigenlijk ook een soort detectives. Stoer.

En verder “Voor het verwijderen, onderzoeken en afvoeren van het huisvuil en de administratieve afhandeling maakt de gemeente €185,- kosten per huisvuilzak of doos”.

Ik zie meteen een business in het opschonen van de Paul Krugerlaan. Ik start een onderneming, neem een paar jongens van de straat in dienst en bied de gemeente dit aan voor €150,-  per eenheid te doen.

Maar de brief vervolgt: “Op grond van (blabla enige artikelen uit het wetboek) brengen wij u €119,- per gevonden huisvuilzak of doos in rekening”.

Ik moet even slikken. Hoe paradoxaal! Ik ren naar de afvalkalender in de keuken. Daar stond toch dat het oud papier op de 27ste zou worden opgehaald? Ja, dat staat er. En ik heb toch een brief ontvangen waarin stond dat ik dit niet langs de weg moest zetten in verband met werkzaamheden aan de weg maar juist op de plek waar de afvalwagen wel komt? Waar had ik mijn ingezamelde papier anders moeten neerzetten dan bij de afvalcontainer?

 

Ik voel me verslagen. Is dit echt de werkelijkheid? Dus terwijl ik – als een van de weinige, misschien zelfs enige – in de hele buurt duurzaam met afval en straat omga, en nadenk hoe ik mijn medebewoners kan motiveren bij te dragen aan een duurzame leefomgeving, bestraft de overheid mij voor het verkeerd aanbieden van mijn afval. Als ze dan toch mijn adresgegevens konden achterhalen (hoe doen ze dat met de rest van het puin op straat?), waarom belden ze niet meteen even aan? Had ze heel wat werk bespaard en een leuk gesprek opgeleverd. Als ik spoedeisende toezichthouder was en ik had een doos met oud-papier getroffen op de dag dat het mocht worden aangeboden in een wijk waar alles altijd op straat slingert, dan had ik een kaartje gestuurd met de tekst “Goed bezig!! En wil je nog beter bezig zijn, gezien de werkzaamheden aan de weg, zou het tof zijn als je je afval naar straat x kunt brengen”. Over de rol van de overheid gesproken. RMO – ik heb nog wel een rondje voor de publieke zaak!

 

Beste Gemeente Den Haag. Bedankt voor uw brief. Ik ben nu overtuigd om niet langer eenzaam duurzaam te leven. Ik kan mijn duurzaamheid opgeven en al mijn afval – anoniem – naast de overvolle containers plaatsen en het straatbeeld aan de overheid overlaten. Maar ik kan er ook voor kiezen om mijn eenzame leefwijze om te zetten in een duurzame campagne. Daarom nodig ik u graag bij mij uit. Hier in de Paul Krugerlaan. Dan trakteer ik u op een van de vele lekkere internationale gerechten die deze gezellige wijk u te bieden heeft (of roken we een waterpijp mét smaak). Dan nemen we een kijkje in de straat. En bedenken we samen een plan. Zodat we de buurt schoon kunnen houden. De aarde leefbaar. En de kosten voor de overheid beheersbaar. Laten we onze krachten bundelen en er samen wat van maken. Zullen we samen duurzaamheid laten lonen?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief