Nigeria! O boy, ik heb best wat gereisd, maar nog nooit ben ik zó vaak en zó heftig gewaarschuwd voor een bestemming. Als ik alle ontvangen e-mails vol verhalen over bomaanslagen, kidnappingen en religieus gemotiveerde moordpartijen zou printen dan zou ik er mijn Amsterdamse appartement mee kunnen behangen.

Maar, hallelujah, nu ben ik er dan toch. Via de noordgrens met Niger zijn mijn reisgenoot en ik naar Abuja gekoersd, in de jaren 70 planmatig aangelegd om het etnisch en godsdienstig onmogelijk gecompliceerde Nigeria te voorzien van een centraal gelegen hoofdstad. Een roedel uiterst hardnekkige politieagenten daargelaten (uiteindelijke schade: 25 euro), hebben we onderweg eigenlijk niets vervelends meegemaakt, ook niet tijdens het kamperen langs de weg.

In Abuja – zoals alle tekentafelsteden tamelijk saai – eindigt mijn reis met de inmiddels vertrouwde Toyota Landcuiser. Mijn reisgenoot parkeert zijn eigendom bij een sjiek hotel in de stad, vliegt voor een maand op en neer naar Nederland en maakt er dan een reis mee naar Tsjaad. En ik? Ik ben weer gewoon veroordeeld tot proletarisch vervoer. De bus, inderdaad. Eerste bestemming: Lagos.

Wát, de bus van Abuja naar Lagos?! Of ik wellicht een doodswens heb, smst de Nederlandse expat bij wie ik ga logeren in Afrika’s grootste stad. En hij is de afgelopen dagen bepaald niet de enige geweest die in dit verband informeert naar mijn geestelijke gezondheid.

De nacht voor de reis lig ik er wakker van. Ik pas ervoor om me bang te laten maken, maar merk tegelijkertijd toch dat alle onheilstijdingen onder mijn huid zijn gaan zitten. Toch maar het vliegtuig nemen dan, zoals alle andere mensen hier met geld? Als ik van vermoeidheid niet meer kan piekeren hak ik de knoop door: de bus wordt het. Zak er maar in allemaal.

De volgende morgen in alle vroegte – waarom rijden bussen altijd op van die volstrekt onmogelijke tijden? – arriveer ik met een knoop in mijn maag bij het busstation. Hmm, op het eerste gezicht stukken georganiseerder dan ik gewend ben uit bijvoorbeeld India.

Bij het instappen zet ik me schrap voor duw- en trekwerk – een andere reflex die ik heb overgehouden aan eerdere reizen. Maar niets hoor, iedereen is doodkalm. Ook de suppoost die me mijn aansteker ontneemt. ‘U zou er binnen iemand mee in brand kunnen steken, meneer.’ Vergeefs zoek ik naar de grijns die onthult dat hij een geintje maakt. Binnen meldt zijn collega dat het gebruik van mobiele telefoons ‘om veiligheidsredenen’ verboden is. Ik ben nog bezig te bedenken wat dat nou weer betekent als een man achterin voorgaat in een publiek gebed. Hij komt meteen ter zake: of God alstublieft zo goed zou willen zijn ons te vrijwaren van gewapende overvallers? En o ja, good-for-nothing-police mag ook uit de buurt blijven. De knoop in mijn maag – ik had hem net bijna ontward – zit weer stevig vast.

Niet nodig, zo blijkt, want de reis verloopt vlekkeloos. Alleen de mededeling dat we maximaal 90 kilometer per uur zullen rijden – voor de veiligheid meneer, natuurlijk – blijkt nogal optimistisch, want de weg is op veel plekken zó slecht dat stapvoets het best haalbare is. Dan te bedenken dat dit de beste weg is tussen Nigeria’s twee belangrijkste steden! Nogal geradbraakt kom ik dan ook om elf uur ‘s avonds aan in Lagos in plaats van om vijf uur ‘s middags. Maar wat geeft dat: de roekeloze witneus die het waagde om in Nigeria een bus te pakken heeft het toch maar weer mooi overleefd…

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief