In Groot-Brittannië is ziektekostenverzekering gratis. Vraag me niet hoe het kan, maar het is zo. Je hoeft er niet eens een Engelsman, Schot, of Noord-Ier voor te zijn. Het hebben van een geldig adres in het Verenigd Koninkrijk is voldoende, en geeft recht op kosteloos National Health Service.

Sinds ik in Londen pal boven een huisartsenpraktijk woon, ga ik wekelijks bij de huisarts langs voor een controle. Niet omdat ik zelf iets mankeer, maar omdat ik me ernstige zorgen maak om mijn huisarts, Dokter Raul. Hij maakt een apathische indruk, en lijkt van slag. Ik probeer te achterhalen wat hem mankeert.

Vanochtend, toen ik onaangekondigd langs ging voor het spreekuur, stond hij voor de ingang van de huisartsenpraktijk te paffen als een malle. “Kom je zo naar binnen?”, vroeg ik hem. “Het is koud. En je hebt geen jas aan.” “Roep me als je aan de beurt bent”, zei hij gedachteloos, en tuurde ongeïnspireerd voor zich uit. Ik liep de wachtkamer in en zocht een fijne plek uit tussen de zieken. Kort daarna verscheen mijn naam op de display, met een pijl richting de gang en de kamer:

ROOM 5, DR. RAUL.

Ik snelde de kou in en tikte de dokter tegen zijn schouder. “Kom je?”, vroeg ik. “Ik ben aan de beurt.” Hij had net een nieuwe sigaret opgestoken, maar drukte die na langdurig aandringen van mijn kant uit en volgde me naar binnen. “Zo dokter”, zei ik toen ik op de ziekenstoel zat, “vertel, waarom ben je nog steeds niet gestopt met roken?” “Ik ben bang dat ik depressief word als ik dat doe”, antwoordde hij futloos.

“Ach wel nee”, wierp ik tegen, “jullie hebben een grandioze verpleegster in dienst. Die helpt je er zo overheen!” Het was waar. De verpleegster die de rook patiënten behandelde, was een prachtige Indiase van laat in de twintig. Toen ik nog aan het stoppen was, ging ik wekelijks bij haar langs voor een controle. Ik vertelde haar gepassioneerd over mijn bevindingen van het ‘gestopt’ zijn, en gaf uitvoerige beschrijvingen van de sociale, emotionele en economische uitwerkingen die het op mijn leven had. Ze volgde mijn redevoeringen zonder notities te maken, maar wel met een fonkeling in haar ogen die van grote betrokkenheid en compassie getuigde. En die mij aanmoedigde voort te gaan in de strijd tegen de verrotting van mijn longen.

“Ik heb nog een slof over uit Griekenland”, zei de dokter. “Zodra die op is, stop ik er mee. Zal ik ondertussen wat bloed bij je afnemen?” “Ja, doe maar”, zei ik, terwijl ik mijn arm strekte voor de prik. “Ik wil wel eens weten hoe mijn lever ervoor staat na al dat drinken.” “Drink je veel dan?”, vroeg hij met een onverklaarbare blijdschap in zijn stem. “Zo’n twee pints per dag.” “Dat is toch niet veel”, wimpelde hij af. “Volgens het boekje mag je er vier per dag.”

“Dat boekje wil ik wel eens zien dokter”, zei ik, “want in uw eigen praktijkfolder staat dat meer dan drie maten per dag niet raadzaam is, en een pint telt als twee maten.”

“O”, zei de dokter sip.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief