Eind juni werd de nieuwe Indiase regering opgeschrikt door een verontrustend rapport van de Indiase inlichtingendienst. Westerse landen, waaronder Nederland, zouden Indiase ontwikkelingsprojecten bewust tegenwerken door lokale ngo’s voor hun karretje te spannen. Ook internationale ngo’s als Greenpeace en CORDAID staan op de ‘watchlist’. Allen zouden campagnes voeren die ten goede komen aan de strategische belangen van Westerse overheden. Wat die strategische belangen zijn? Het Westen heeft baat bij een onderontwikkeld India, aldus het nationale inlichtingenbureau.

Als voorbeeld van tegengewerkte projecten noemt het rapport onder meer een bauxietmijn in het gebied van een inheemse stam, een kolenmijn in een oerbos en een nucleaire energiecentrale in zuidelijk India. Stuk voor stuk projecten die via ngo-campagnes werden bekritiseerd en veel internationale belangstelling kregen. Het inlichtingenbureau waarschuwt dat dit een negatieve invloed heeft op de economie en India jaarlijks zo’n twee tot drie procent aan groei kost.  

Vlammende discussie
Binnen een paar dagen verscheen het als geheim geclassificeerde rapport online en barst een discussie los in de Indiase media. Wat moet India denken van de vermeende ‘foreign hand’, de buitenlandse invloed op India’s eigen beleid?

Aan de ene kant is er begrip voor het rapport. Want waarom moeten ‘voormalige kolonisten’ India de les lezen over ontwikkeling, terwijl ze in hun eigen weg naar ontwikkeling een stuk minder oog hadden voor het milieu en mensenrechten? Is het niet aan India zelf om te kunnen beslissen hoe het beste in de enorme behoefte aan energie kan worden voorzien en of het wel of niet mineralen en metalen uit de grond haalt? “Nu de macht van het westen afneemt en die van India opkomt, probeert het Westen wanhopig de 300 jaar lange dominantie van de planeet te verlengen”, stelde journalist Rakesh Krishnan Simha in het weekblad Tehelka. Volgens hem is het grootste gevaar van hulporganisaties die geld uit het buitenland accepteren, dat ze op deze manier ook ‘buitenlandse spionnen, missionarissen en provocateurs binnen sluizen’.

Aan de andere kant klinken ook kritische geluiden. Want de bezwaren die de ngo’s op de ‘watch-list’ opvoeren tegen bepaalde projecten zijn vaak zeer relevant. Ze roepen de overheid tot orde en kaarten mistanden aan op het gebied van onder andere milieubescherming en landrechten. Of dit nou door buitenlands geld wordt gefinancierd of niet, de ngo’s hebben duidelijk een maatschappelijke rol als ‘watchdog’.

‘Oude truc’
Komala Ramachandra, hoofd van het Zuid-Azië bureau van de Amerikaanse hulporganisatie Accountability Council, schrijft in het Indiase maandblad The Caravan dat de Indiase inlichtingdienst niet alleen in haar wantrouwen naar het Westen staat. Volgens haar doen ook Rusland, Egypte, Israël, Venezuela, Bolovia en Ecuador “een poging om groepen die bezwaar maken tegen mensenrechtenschendigen en aantasting van het milieu het zwijgen op te leggen”. Ze waarschuwt dat hierdoor fundamentele democratische rechten, zoals vrijheid van meningsuiting, op het spel staan.

“Het is een oude truc, om alle kritiek op de overheid af te doen als geïnspireerd of gesponsord door buitenlanders”, twitterde historicus Ramachandra Guha in reactie op het rapport. Volgens hem gebruikte Indira Gandhi, die als premier in 1975 de noodtoestand afkondigde en bijna twee jaar lang een autoritair regime leidde, de beschuldiging al om criticasters monddood te maken. Ze voerde in 1976 de wet ‘Foreign Contributions Regulations Act’ in om buitenlands hulpgeld te reguleren. Hulporganisaties moesten zich voortaan registreren na goedkeuring van het ministerie van Binnenlandse Zaken om geld uit het buitenland te mogen ontvangen en bemoeienis met politieke partijen werd verboden.

Repressie
In 2010 werd de wet verder aangescherpt. Sindsdien mogen hulporganisaties niet meer betrokken zijn bij ‘doeleinden van politieke aard’ en ‘methodes van politiek actievoeren’, zoals wegblokkades en stakingen. De discussie over deze nieuwe wet laaide op in 2012. Toen werd in het zuiden van India maandenlang geprotesteerd tegen een nucleaire energiecentrale. “Er zijn hulporganisaties, meestal gefinancierd door de Verenigde Staten en Scandinavische landen, die niet genoeg begrip tonen voor de uitdagingen op het gebied van ontwikkeling waarmee India kampt”, zei de toenmalige premier in reactie op de protesten.

Een Duitse toerist werd in datzelfde  jaar gedeporteerd nadat bleek dat hij contacten had met de bij de protesten betrokken activisten. Daarnaast werden bijna 7000 Indiase dorpelingen die hadden geprotesteerd aangeklaagd voor opruiing. Ook werd de registratie van meer dan 4000 hulporganisaties op basis van de wet FCRA stopgezet. Volgens het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken omdat ze het landsbelang zouden tegenwerken. Dat was ongeveer 10 procent van het totale aantal organisaties, 40.000, dat geld uit het buitenland mocht ontvangen in 2011. Het totale aantal lokale hulporganisaties in India werd destijds geschat op twee miljoen.

Simpelweg idealistisch
Het rapport van de inlichtingendienst laat zien dat ook de nieuwe overheid hulporganisaties weer bij de bron aanpakt. Internationale donaties aan Greenpeace India, volgens de inlichtingendienst een bedreiging voor de ‘nationale economische veiligheid’, zijn momenteel bevroren door de overheid. De organisatie is naar de rechter gestapt om donaties ten waarde van zo’n 240.000 euro, die grotendeels via Greenpeace International lopen, te kunnen ontvangen. In een persverklaring in reactie op het rapport van de inlichtingendienst, liet Greenpeace India weten dat het niets illegaals doet en simpelweg opkomt voor idealen. “We zullen ons in blijven zetten tegen fossiele brandstoffen en gevaarlijke industrieën over heel de wereld en in India.” Ongeveer 37 procent van het budget van Greenpeace India komt uit het buitenland, wat neerkomt op zo’n 900.000 euro per jaar. “Lachwekkend om te denken dat India’s groei daarmee kan worden beïnvloed.” De Nederlandse hulporganisatie Cordaid liet desgevraagd weten geen reactie hebben op het rapport.  

“De wet FCRA wordt vooral gebruikt om hulporganisaties lastig te vallen”, zegt een medewerker van een activistennetwerk, die uit angst voor overheidsmaatregelen anoniem wil blijven. “Uiteindelijk draait het om de definitie van ontwikkeling. De overheid hier heeft daar misschien andere ideeën over dan veel activisten, maar wat is er mis met geld accepteren uit het buitenland? Dat laat volgens mij juist zien dat er internationale solidariteit is.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief