Als discriminatie betekent ‘het onrechtmatig onderscheid maken tussen mensen of groepen’, dan ben ik zonder twijfel schuldig. Ik discrimineer, en dat doe ik de hele dag door.

Daarnaast prop ik continue mensen in mijn mentale glazen hokjes. Dat vind ik niet zo’n schone eigenschap, dus in de Schilderswijk plak ik nog net geen post-it op mijn voorhoofd met de woorden: enorm welkom, ik zie jullie niet maar vind het prima dat jullie er zijn, buitenlanders! Alles om te maskeren dat ik een discriminerende autochtoon ben.

Associaties
Ik behandel niet alle mensen gelijk. Verschillende mensen roepen bij mij heel verschillende associaties, twijfels, herinneringen en verwachtingen op. Ik discrimineer. Niet alleen op omstreden criteria als afkomst (of ras, zoals bij racisme), huidskleur of religie. Ik maak onderscheid op basis van luttele details, en valse (voor)oordelen. Zo heb ik bij voorbaat een onrechtmatige negatief oordeel over leden van corporale studentenclubs, 16-jarigen met bontkraagjes, allerhande gekleurde immigranten, drugsgebruikers, iedereen met een scooter en moeders in fluorroze trainingspakken.

Een neger in de trein
Met onbekende caissières, conducteurs en peuters heb ik over het algemeen een zeer ontspannen omgang. Een babbeltje is gauw gemaakt, ik ben niet bang en voel me zeer gezellig. Maar zit ik, tien minuten later, in een trein tegenover een willekeurige jongeman met een donker Afrikaans uiterlijk, is mijn reactie totaal absurd. Dan probeer ik dan ineens heel aardig, nadrukkelijk niet-discriminerend te doen. Alsof ik mijzelf en de jongen wil laten geloven dat ik ab-so-luut geen verschil zie. (Mag ik eigenlijk wel ‘neger’ zeggen, zoals bij ons thuis gebeurde – zonder enige veronderstelde negatieve lading?)

Een hele rij karikaturen
Zijn scholieren met een bontkraag gevaarlijke hangjongeren met een mes op zak? Wat kan ik zeggen over iemand met een donkere huidskleur, anders dan “ik merk op dat de kleur van de huid donkerder is dan die van mijzelf”? Is er ooit onderzocht of vrouwen met felroze trainingspakken waarbij er in gouden letters JUICY op de bibs staat, minder adequaat zijn als moeder? Kortom, er zijn een heleboel overdreven stereotypen, een hele rij karikaturen die ik zo verzin, die ik discrimineer. Waarvan ik wel wéét dat ze weinig waarheid bevatten, maar waarin ik toch fanatiek blijf geloven. Ik ben bang en onwetend, elk oordeel is waarschijnlijk een halfslachtige poging om orde te scheppen in de wereld.

Mijn eigen ruiten ingooien
Ik ben zo dankbaar voor de mensen om mij heen die mij blijven terechtwijzen. Zonder dat zij het zelf in de gaten hebben. Mijn beste vriend, een stoere gast met dikke tattoo’s, een jongen die als puber totaal van de rails raakte en die zijn middelbare school nooit afmaakte, leerde mij dat ook mannen die ooit een mes op zak droegen, prachtige en lieve mensen kunnen zijn. Als individu heb ik geen enkele moeite hem te accepteren en te zien voor wat hij is: zoveel méér dan een ‘probleemjongere’ in een glazen hokje. Simpelweg door kennis te maken met Turkse collega’s met hoofddoek, mijn geïmmigreerde buurman, moeders in trainingspakken en lieve leerlingen met bontkraagjes hoop ik in de toekomst nog veel meer van mijn eigen ruiten in te gooien.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Marieke ten Velde (1985) schrijft voor OneWorld over haar ontdekkingen als nieuwsgierige wereldburger en werkt in het onderwijs. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief