Indonesië is als ‘broedplaats van terroristen’ weer volop in het nieuws. Het land heeft grote moeite militante jongeren tegen te houden die willen afreizen naar Irak en Syrië om er hun broeders te steunen in hun strijd voor Islamitische Staat.  

Radicale moslimleiders jutten hun achterban op. Dat gebeurt zelfs in de gevangenis waar de extremistische leider Abu Bakar Baasyir van de terreurbeweging Jemaah Islamyiah zijn straf uitzit. Toen onlangs bekend werd dat voor een tweede keer in korte tijd een Indonesiër zichzelf in Irak had opgeblazen, deze keer voor een militaire basis in de noordelijk Irakese stad Tikrit, werd de ‘martelaar’ met gejuich begroet.

Gevangenissen zijn broedplaatsen

De twee Indonesische ‘helden’ in Irak zijn volgens de terreurdeskundige Noor Huda Ismail een groot voorbeeld voor de terroristen in de gevangenis. Binnenkort komen er tweehonderd jihadisten vrij. Ze waren betrokken bij verscheidene bomaanslagen in hun land, zoals die op het toeristeneiland Bali in oktober 2002. Huda vreest dat zij het spoor van de Indonesische extremisten in Irak zullen volgen. “De gevangenissen zijn broedplaatsen”, stelt hij.

Noor Huda Ismail verwijt de Indonesische staat laksheid. “De overheid had deze terroristen in gevangenschap moeten hersenspoelen. Er is niets gedaan om ze bij terugkeer in de samenleving op het rechte pad te krijgen.”

Huda kent het merendeel van de jihadisten. In zijn jeugd studeerde hij met verschillenden van hen aan de extremistische Koranschool van Abu Bakar Baasyir. Zijn kamergenoot en beste vriend was Hassan. In 2005 werd hij op de vlucht in het Pakistaanse Abbottabad, waar ook Bin Laden zich verschool, gearresteerd wegens betrokkenheid bij de Balibom. Huda: “Ik meende werkelijk dat hij met een studiebeurs naar Pakistan was vertrokken. Ik stond op de lijst voor een ‘studie’ in Afghanistan. Maar Baashir wees mij af nadat ik het met de dochter van een docent aanlegde.”

De arrestatie van zijn trouwe en ‘zachtaardige’ vriend Hassan bracht een ommekeer in Huda’s leven. Sindsdien wil hij tot op de bodem uitzoeken wat mensen tot geweld beweegt. Hij richtte een ngo op waarmee hij ex-terroristen aan een baan helpt. “Ik zoek ze op in gevangenissen, probeer daar hun vertrouwen te winnen. Eenmaal vrij regel ik werk en inkomsten voor ze.”

Het patroon van jihadisme in de familie moet doorbroken

De meeste jihadisten komen uit extremistische gezinnen waarin meerdere broers, de vader of zelfs de opa ooit voor een Islamitische Staat in Indonesië vochten. Dat patroon probeert Huda te doorbreken door ze bij de familie weg te houden. “Een jihadist heeft een parttime baan. Hij vecht niet de hele dag. Je moet hem bezighouden. Ik leid hun gedachten af van de mitrailleur door ze kippen te laten braden”, grapt hij.

Na vallen en opstaan – een enkele jihadist ging er met zijn auto vandoor of kwam na verloop niet meer opdagen – zette Huda in Semarang verschillende restaurants op. Daar werken ze onder begeleiding van een echte chef-kok. “In een restaurant moet je bedienen. Luisteren naar je klant. Twee eigenschappen die een jihadist niet bezit.”

Huda’s redenering klinkt simpel, zijn concept werkt. Tientallen ex-terroristen werken nu in zijn inmiddels trendy cafés en restaurants. “Natuurlijk zeg ik niet tegen de klanten dat dit een jihad-bar is. Maar in deze hotspots komt wel iedereen samen. Vechters, slachtoffers, ze raken met elkaar in gesprek.”

Op buitenlandse podia is Noor Huda Ismail nu vaak te vinden om te vertellen over zijn missie. De Indonesische overheid zou Huda’s expertise moeten inroepen. In Irak leren de jihadisten nieuwe technieken voor het maken van bommen. Straks bij terugkeer op eigen bodem zou er wel eens een tweede Jemaah Islamyiah kunnen opstaan, die opnieuw met geweld vecht voor de Islamitische Staat Indonesië.  

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief