Een van de grootste groepen vluchtelingen wereldwijd zijn de Afghanen in Pakistan. Dat land stuurt ze in navolging van Europa net zo onverbiddelijk terug naar een land waar oorlog is, waar dorpen in puin liggen, geen banen zijn of gezondheidszorg en nauwelijks te eten. De Pakistanen pikken hun huizen in die ze achterlaten. 

De meeste Pakistanen zijn heel erg blij dat al die Afghanen, meer dan 3 miljoen, na ruim dertig jaar moeten terugkeren naar hun eigen land. “Ze kwamen nadat de Russen Kaboel binnenvielen. We hebben ze al die jaren warm onthaald, maar nu is het echt tijd dat ze vertrekken”, vindt mijn buurman die zelf nog nooit een Afghaan in het echt heeft gezien. Bovendien: welke hinder ondervindt hij? Niets. De VN vluchtelingenorganisatie UNHCR registreert de Afghanen. Pakistan heeft geen internationaal verdrag ondertekend. Asielcentra, financiele potjes of inburgeringscursussen voor ontheemden bestaan hier niet. In Pakistan zoek je het maar zelf uit.

Behalve in een stad als Peshawar merkt geen Pakistaan in zijn dagelijkse leven dat hij zoveel vluchtelingen in zijn land heeft. De meeste Afghanen wonen in zelfgemaakte modderhuizen met plastic zakken en stukken afgedankt hout op het dak ergens in de jungle. Of buiten de stad in semi-concentratiekampen waar niemand zo maar in en uit kan lopen. Scholen zijn er niet. Iedereen hangt er verveeld rond.

Sinds een Afghaan in 2014 betrokken was een aanslag zijn alle Afghanen in de publieke opinie Taliban

Maar sinds een Afghaan betrokken was bij de aanslag op een legerschool in Peshawar in 2014 waarbij meer dan 150 kinderen omkwamen, zijn volgens de publieke opinie nu alle Afghanen Taliban en moeten ze het land uit. Dikke rijen staan dagelijks bij de grens. De meeste vluchtelingen willen ook niet meer blijven. Ze voelen zich net een wild dier in het bos dat genadeloos wordt doodgeschoten. De politie heeft de jacht op ze geopend. Dreigt ze wel nu de grens over te sturen als ze niet ogenblikkelijk flink wat steekpenningen betalen.

Er zijn nog al wat Afghanen die door de jaren hun eigen business opzetten. Vooral in de stad Peshawar waren zij de tapijtverkopers, handelden ze in gedroogd fruit, kleding of computers. Ze kochten winkels en huizen. Bijna 80 procent van de Afghanen werd in Pakistan geboren. Ze kennen Afghanistan niet eens. Hebben er geen huis, geen land, helemaal niets. Toch moeten ze terug, maar hoe?

Laat ze dat maar lekker zelf uitzoeken, vinden heel wat Pakistanen die ondertussen verlekkerd staan te wachten tot ze zijn ‘opgehoepeld’. Want hun huizen en winkels raken ze aan de straatstenen niet kwijt. De Pakistanen weten dat de ‘vluchtelingen’ op de wip zitten. Ze moeten weg. Ze hopen na de verkoop van hun huis genoeg geld over te houden om in Afghanistan een nieuwe winkel en woning te kopen. Berooid steken ze de grens over. Met bijna niets. Op weg naar kapot geschoten dorpen, geen werk, geen draaiende economie, gaan ze opnieuw de oorlog in. Want de Taliban heeft inmiddels een kwart van het land heroverd.

In een stad als Peshawar, vlak bij de Afghaanse grens, zijn de huisprijzen al met meer dan 30 procent gezakt. Farid Saadat zijn vader had jarenlang een goedlopende winkel. Maar niemand is bereid hem een eerlijke prijs te betalen. “We gaan met lege handen terug naar een vreemd land”, zegt Farid.

De politie helpt graag een handje mee door 'illegalen' met kop en kont de grens over te gooien

Als hongerige wolven staan de bewoners van Peshawar te wachten tot de Afghanen in het nauw geen kant meer uit kunnen en na hun vertrek een gratis huis achterlaten. Zonder enige schroom trekken families er in. De politie helpt graag een handje mee door ‘illegalen’ – Afghanen die zich niet bij de UNCHR hebben geregistreerd – met kop en kont de grens over te gooien. Farid vertelt dat Pakistaanse autoriteiten zelf van deur naar deur gaan op zoek naar Afghanen.

Ahad, die net zoals Farid in Peshawar werd geboren, zegt dat zijn familie geen andere keuze heeft dan naar Afganistan te gaan. Zijn ouders en broer kwamen na de Russische invasie in 1979 naar Pakistan. Ze hebben een goedlopende bakkerij. Hij vreest met lege handen Pakistan te moeten verlaten. Zijn buurman is een Pakistaan maar met een Afghaanse getrouwd. “Ik weet niet of zij mag blijven of ook weg moet. Wat gebeurt er dan met onze kinderen?”, vraagt hij wanhopig.

Ondertussen zijn de visa regelingen aangescherpt. Wie vanuit Afghanistan naar Pakistan wil mag niet langer dan een maand blijven, voorheen was dat zes maanden.

Maar er is ook een keerzijde. De Afghaanse vluchtelingen laten als consumenten een gat achter. Het prive ziekenhuis in Peshawar klaagt over het grote aantal patienten dat is vertrokken. Als gevolg daarvan zijn er verschillende artsen en verpleegkundigen ontslagen. Huurbazen blijven achter met lege huizen. De rente is in de afgelopen maanden met 10 procent gedaald. Lokale winkels klagen over minder klandizie. Particuliere scholen vooral langs de Afghaanse grens zitten met halfvolle klassen.

De politie is zo doorgeschoten dat ze tijdens hun jacht Pakistanen voor Afghanen aanzien. Dat overkwam het lokale parlementslid Meraj Humayun. Ze vertelde dat ze uren moest wachten bij een controlepost voordat ze haar doorlieten. Na het ‘vreselijke voorval’ heeft ze de gouverneur van de provincie Khyber Pakhtunkhwa, waar Peshawar ondervalt, gevraagd de terugkeer van de Afghanen nog even tot maart uit te stellen. Zodat de Afghanen iets meer tijd hebben zich voor te bereiden. Ieder heeft recht op waardigheid.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief