De Tweede Wereldoorlog is de schuld van de Duitsers, en Hutu’s hebben Tutsi’s afgeslacht tijdens de genocide in Rwanda. Ieder conflict kent een dominant verhaal. Volgens Theo Hollander, die vandaag promoveert aan de Universiteit van Utrecht, is de realiteit vaak veel complexer dan het eenzijdige beeld dat wij allemaal horen of lezen. Met zijn proefschrift “Neglected Voices: Untold stories of Gender, Conflict and Transitional Justice in the Great Lakes Region” stelt hij de dominante verhalen over de conflicten in Oeganda en de Democratische Republiek Congo (kortweg Congo) aan de kaak en laat hij nog niet eerder gehoorde stemmen horen.

[[{“fid”:”30120″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”link_text”:null,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_volle_breedte media-element file-file-styles-artikel-volle-breedte”,”id”:”styles-6-0″}}]]

Theo Hollander promoveert vandaag, 26 september, bij het Centre of Conflict Studies van de Universiteit Utrecht. op zijn onderzoek “Neglected voices: Untold stories of gender, conflict and transitional justice in the Great Lakes Region”.

De titel van je promotieonderzoek laat zien dat er ook verhalen zijn uit Oeganda en Congo die we wel al kennen. Wat zijn volgens jou die bekende verhalen?
“Ik denk dat elk conflict en elke oorlog zijn eigen dominante verhaal heeft waarin bepaalde aspecten steeds terugkomen. Dit geldt ook voor de oorlogen die ik heb onderzocht; die in Oost-Congo en Noord-Oeganda. Bij het Congo-conflict denkt bijna iedereen in Nederland aan verkrachtingen en grondstoffen. Het dominante verhaal van het conflict in Noord-Oeganda is dat van een oorlog waar vooral ook kinderen betrokken zijn; kinderen worden gebruikt als seksslaven en soldaten. Het staat ook bekend als de oorlog waarin Joseph Kony – afgeschilderd als een barbaars monster en een zelfverklaarde profeet – vecht tegen zijn eigen bevolking.“

Hoe komt zo’n dominant verhaal tot stand en wat is het effect?
“Er zijn allerlei instanties die meewerken aan het tot stand komen van zo’n dominant verhaal. Zowel in Congo als in Oeganda speelt de overheid hierin een grote rol, maar ook een internationale organisatie als de Verenigde Naties, journalisten en ngo’s hebben een vinger in de pap. Soms ontstaat zo’n verhaal met een politiek doel in gedachte, maar veel vaker heeft het simpelweg een praktische reden. Een journalist moet bijvoorbeeld in één pagina het hele conflict beschrijven. Complexe verhalen verkopen bovendien niet. Die journalist komt dus uiteindelijk met een catchy en vereenvoudigd artikel: zo’n verhaal over kindsoldaten en vrouwen die verkracht zijn verkoopt natuurlijk goed. Het verhaal over verkrachting gaat op die manier andere verhalen overschaduwen en wordt dominant.
De simplistische en eenzijdige verhalen hebben een grote invloed op interventies. Aan de hand van dominante verhalen wordt besloten wat belangrijk is, waar het geld heen gaat, en welke zaken er wel en niet worden aangepakt.”

Gebeurt dit bij alle conflicten?
“Kijk bijvoorbeeld naar wat er nu in Syrië en met de Islamitische Staat (IS) gebeurt. Er wordt een heel duidelijk beeld geschetst van de moslims als complete barbaren zonder enige vorm van waardigheid. Deze groep wordt tegenover de arme Koerdische bevolking geplaatst die deze ‘monsters’ probeert te ontvluchten. Er wordt nu dus al heel duidelijk een bepaald verhaal gecreëerd en je kunt al voorspellen waar dit heen zal gaan. Het verhaal is namelijk bedoeld om nu op onze gemoederen in te spelen zodat we als we er over een jaar met een legermacht naartoe gaan wij allemaal zullen zeggen ‘eindelijk!’. Dit mechanisme zie je terug bij ieder conflict.”

Jij hebt geprobeerd de dominante verhalen te doorbreken door je te richten op mannen en vrouwenrollen in Congo en transitional justice-praktijken in Uganda. Waarom is dit belangrijk?
“Dat is belangrijk omdat de dominante verhalen bepalen wie slachtoffers zijn en wie niet, en wie geholpen dienen te worden en wie niet. Er bestaat in de Congo een dominant beeld van vrouwen als slachtoffers van de oorlog. Internationale organisaties beweren vaak dat vrouwen en kinderen het hardst getroffen worden ten tijden van gewapend conflict. Ik wil niet ontkennen dat verkrachting op grote schaal heeft plaatsgevonden in Congo en dat dit verschrikkelijk is, maar met mijn onderzoek laat ik zien dat dit niet het enige verhaal over dit conflict is. Ik heb geprobeerd een tegen-verhaal te plaatsen over de ervaringen van mannen tegenover het bestaande dominante verhaal van vrouwen als slachtoffers. Kun je zeggen dat de vrouw die verkracht wordt meer lijdt dan haar man of vader die wordt gedwongen om machteloos toe te kijken?

Mannen lijden ook onder de oorlog

Mannen lijden natuurlijk ook verschrikkelijk onder de druk van oorlog. Net als vrouwen en kinderen ondergingen mannen ook verschrikkelijk veel vernederingen en geweld, ook seksueel geweld. Eén van de conclusies is dat lijden persoonlijk is en daarom niet kwantificeerbaar.”

En in Oeganda?
“Ik heb daar drie jaar gewerkt als coördinator van een oorlogsdocumentatiecentrum dus ik kende het land en de situatie goed. Op een gegeven moment zag ik dat bepaalde slachtoffergroepen volledig buiten beeld vielen. De zogenaamde ‘transitional justice-processen’ waarin compensatie en verzoening centraal staan, richten zich alleen op de groepen uit het dominante verhaal. De twee groepen waar ik me mee bezig heb gehouden zijn mensen met oorlogswonden en ouders van vermiste kinderen. Hier is vrijwel nooit eerder over geschreven. Het is vooral opmerkelijk dat er wel duizenden rapporten zijn verschenen over kindsoldaten maar dat het verhaal van hun ouders nog nooit eerder is onderzocht.”
 
Je hebt vaak urenlang met enkele mensen gesproken. Waarom heb je juist daarvoor gekozen?
“Als je echt wilt leren hoe bepaalde conflicten in elkaar steken dan moet je eerst leren hoe personen omgaan met deze conflicten. Ik heb bijvoorbeeld een biografie geschreven over het leven van een kindsoldaat, Norman. Ik heb met hem meer dan 40 uur gesproken en heeft hij ook nog eens meer dan 40 uur zichzelf opgenomen. Daarnaast hebben we samen plaatsen bezocht waar Norman over vertelde om interviews op locatie te houden.
Ik krijg regelmatig de vraag hoe ik nu weet of het verhaal van een individu in het algemeen geldt. Ik weet niet of het verhaal van Norman overeenkomt met dat van alle anderen. Ik weet wel dat je heel veel kunt leren van één soort verhaal.”

Je hoort dagelijks verhalen van mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Hoe ga je hiermee om?
“Je went er aan. Ik heb veel mensen gesproken die diep getraumatiseerd zijn en de verschrikkelijkste dingen hebben meegemaakt. Natuurlijk word ik geraakt door die verhalen. Bijvoorbeeld door het verhaal van Nakumia, die staat afgebeeld op de voorkant van mijn proefschrift. Twee van zijn zoons zijn ontvoerd door verschillende legers, zijn dochter overleed aan een ziekte in een vluchtelingenkamp en toen het eindelijk vrede was werd zijn vrouw getroffen door de bliksem. Het enige wat hij heeft is zijn kleindochter en dat is volgens hem dan ook de enige reden waarom hij nog geen zelfmoord heeft gepleegd. Je ontmoet mensen die echt door een hel zijn gegaan, maar toch ontzettend positief in het leven staan. In plaats van dit zielig te vinden, trek ik heel veel inspiratie uit dit soort verhalen. Het is de brute realiteit van de wereld en wij hebben ongelofelijk veel geluk gehad dat wij in Nederland zijn geboren.”  

Op de foto staat Christopher uit Oeganda. In 1997 werd Christopher’s zoon, Odongo Sanda, ontvoerd door het Verzetsleger van de Heer. Sindsdien heeft Christopher niets meer van hem vernomen. Elk jaar spaart Christopher nog steeds een deel van zijn oogst voor het geval zijn zoon eventueel terug komt. Zoals Christopher, zijn er duizenden mensen in Oeganda die niet weten wat er met hun verdwenen familieleden is gebeurd.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lara Melse was stagiaire op de afdeling Internationale Samenwerking van NCDO. Zij volgt momenteel de Onderzoeksmaster Geschiedenis aan de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief