Op 27 mei vond er in Londen een grote conferentie over Inclusive Capitalism plaats, waar grote beheerders van kapitaal in de wereld samenkwamen. De kernboodschap: het kapitalisme moet de massa dienen, in plaats van een handjevol mensen rijker maken.

Voorafgaand aan de conferentie schreef Paul Polman, topman bij Unilever en drie jaar achtereen op nummer twee van de Trouw Duurzame 100, samen met Lynn Forester de Rothschild, initiatiefneemster van de conferentie, een stuk over het moderne kapitalisme. Dat stuk vind je hieronder, met daarna enkele links naar stukken over de conferentie én een kritische reactie op het stuk van Polman en Forester de Rothschild.

De kapitalistische bedreiging voor het kapitalisme
Paul Polman & Lynn Forester de Rothschild

Winston Churchill maakte de inmiddels beroemde opmerking dat democratie de slechtste vorm van bestuur is – op alle andere vormen die zijn geprobeerd na dan. Als hij nog leefde zou hij misschien hetzelfde denken van het kapitalisme als een instrument voor economische en sociale vooruitgang.

Het kapitalisme heeft de wereldeconomie tot voorheen ongekende welvaart gebracht. Maar er zitten ook kanten aan die minder goed werken. Zo zet het kapitalisme vaak aan tot kortzichtigheid, draagt het bij aan grote verschillen tussen arm en rijk, en staat het een roekeloze behandeling van milieukapitaal toe.

Als deze kosten niet beperkt kunnen worden zal steun voor het kapitalisme misschien verdwijnen – en daarmee ook onze beste hoop voor groei en welvaart. Daarom is het tijd om nieuwe modellen van kapitalisme in overweging te nemen, die inmiddels over de hele wereld ontstaan. In het bijzonder: bewust kapitalisme, moreel kapitalisme, en inclusief kapitalisme.

Zulke inspanningen om het kapitalisme opnieuw te definiëren erkennen dat het bedrijfsleven verder moet kijken dan winst en verlies, wil ze de publieke steun voor een markteconomie te behouden. Deze inspanningen delen de veronderstelling dat bedrijven zich bewust moeten zijn van hun rol in de samenleving. En dat ze hun best moeten doen om ervoor te zorgen dat de voordelen van groei breed gedeeld worden, en geen onacceptabele milieu- en sociale kosten met zich mee brengen.

Momenteel is de wereldeconomie een plek van duizelingwekkende extremen, ondanks recente groei van opkomende markten. De 1,2 miljard armste mensen ter wereld zijn goed voor één procent van de wereldwijde consumptie, tegenover de miljard rijkste mensen die verantwoordelijk zijn voor 72 procent daarvan. Volgens recent onderzoek hebben de 85 rijkste mensen ter wereld dezelfde hoeveelheid rijkdom verzameld als de 3,5 miljard armste mensen samen. Eén op de acht mensen gaat iedere avond met honger naar bed, terwijl 1,5 miljard volwassenen met overgewicht kampen. 

Elk systeem dat zulke excessen genereert en zoveel mensen buitensluit, loopt het risico op een publieke afwijzing. Het is verontrustend dat de negatieve bijwerkingen van het kapitalisme steeds intenser worden, terwijl ondertussen het vertrouwen in openbare instellingen tot een historische dieptepunt gedaald is. Volgens de laatste Edelman Trust Barometer vertrouwt minder dan de helft van de wereldbevolking de overheid. Het bedrijfsleven doet het wat beter, maar niet veel. Schandalen – zoals prijsafspraken en de ontdekking van paardenvlees in de voedselvoorziening – ondermijnen het vertrouwen dat mensen in het bedrijfsleven als drijvende positieve kracht hebben.

Steeds meer mensen zijn gedesillusioneerd door zowel de staat als de markt, en vragen zich af of het kapitalisme zoals we het nu kennen de kosten wel waard is. Dat zien we in bewegingen zoals Earth Day en Occupy Wall Street. In veel delen van de wereld – van de Arabische lente-landen tot aan Brazilië, Turkije, Venezuela en Oekraïne, gaan mensen gefrustreerd de straat op.

Er zal sterk leiderschap en uitgebreide samenwerking tussen bedrijven, regeringen en niet-gouvernementele organisaties nodig zijn om de tekortkomingen van het moderne kapitalisme aan te pakken. Op 27 mei brengen we belangrijke leiders van over de hele wereld bijeen voor een conferentie over inclusive capitalism in Londen, om zo een begin te maken. Topbestuurders van instituten die meer dan 30 biljoen dollar aan belegbaar vermogen vertegenwoordigen – een derde van het mondiale totaal – zullen aanwezig zijn. Hun doel zal zijn om concrete stappen te bedenken waarmee bedrijven aan de slag kunnen gaan om de manier waarop zaken wordt gedaan te veranderen – en om het publieke vertrouwen in het kapitalisme opnieuw op te bouwen. 

Zoals Unilever’s eigen acties laten zien kan een dergelijke inspanning veel opleveren. Sinds het bedrijf guidance en kwartaalwinst rapportages heeft losgelaten, heeft Unilever er hard aan gewerkt om van lange termijn denken een prioriteit te maken. Inmiddels zijn er plannen om de groei van Unilever te stimuleren en tegelijkertijd de ecologische voetafdruk te verminderen, en de positieve maatschappelijke impact te vergroten.

Veel merken van Unilever hebben nu sociale missies – zo worden Dove producten op de markt gebracht met een campagne voor zelfvertrouwen van vrouwen, en probeert Lifebuoy zeep de strijd tegen overdraagbare ziekten aan te gaan door wereldwijde handwas-campagnes. Het is misschien niet verrassend dat deze merken tot de snelst groeiende van het bedrijf behoren.

Toch is er een grens aan wat één enkel bedrijf kan bereiken. Alleen door samenwerking tussen bedrijven en anderen zal er transformationele verandering gerealiseerd worden. We zijn hoopvol, want momentum bouwt op. Er worden nu al coalities gevormd om uiteenlopende kwesties zoals illegale ontbossing en voedselzekerheid aan te pakken. Instanties zoals de World Business Council for Sustainable Development en het internationale Consumer Goods Forum brengen belangrijke spelers uit de sector samen. Ook oefenen ze druk uit op regeringen om hun krachten te bundelen in de zoektocht naar duurzaam kapitalisme.

Zolang het te veel kost om niets te doen, moeten regeringen en bedrijven blijven reageren. Niemand van ons kan floreren in een wereld waar iedere nacht een miljard mensen met honger naar bed gaan, en 2,3 miljard mensen geen toegang hebben tot sanitaire basisvoorzieningen. Ook het bedrijfsleven kan niet gedijen zolang publiek optimisme over de toekomst en het vertrouwen in instellingen op historische dieptepunten zijn.

We hebben nog een lange weg te gaan. Maar we geloven dat de noodzakelijke transformatie aan het beginnen is. Een groeiende hoeveelheid bewijs suggereert dat nieuwe bedrijfsmodellen verantwoorde groei op kunnen leveren. De Conference on Inclusive Capitalisme is ook een stap vooruit. Hoewel ons werk pas net begonnen is, zijn we ervan overtuigd dat we kapitalisme binnen een generatie kunnen herdefiniëren en dat we een duurzame en rechtvaardige mondiale economie kunnen bouwen.

We hebben geen tijd te verliezen. Zoals Mahatma Ghandi ooit zei: “The future depends on what you do today.”   

Verder lezen

Wat denk jij? Moeten we naar een ander soort kapitalisme, of naar een ander systeem?

Beeld: World Economic Forum

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Maartje de Meer is freelance schrijver en redacteur en woont in Berlijn.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief