Misschien heb je haar deze zomer al voorbij zien komen in het NOS-journaal, toen ze werd geïnterviewd naar aanleiding van een hittegolf. Natalie Theeuwes (Leerstoelgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit, Wageningen University) deed onderzoek naar stedelijke hitte-eilanden: het fenomeen waarbij het in steden een paar graden warmer is dan op het platteland. ‘Wat maken die paar graden nou uit,’ denk je misschien. Maar de combinatie van een verwachte toename in temperatuur – als gevolg van klimaatverandering – en de toenemende verstedelijking kunnen wel degelijk negatieve gevolgen hebben voor onze gezondheid en ons welzijn. Wat zijn die gevolgen precies? En hoe kunnen we de hitte uit de stad verdrijven? 

Het begrip ‘hitte-eiland’ wordt door Theeuwes gedefinieerd als het temperatuurverschil tussen platteland en stad. Dit temperatuurverschil ontstaat door de opslag van energie (warmte) overdag en de daaropvolgende uitstraling ’s nachts.

In je onderzoek komt naar voren dat de opwarming van steden grotere consequenties heeft dan bijvoorbeeld slecht slapen vanwege de warmte tijdens een hittegolf. Je hebt het onder meer over nadelige gevolgen voor de gezondheid, arbeidsproductiviteit en energiekosten.
Ja, dat klopt. Als het gaat om gezondheid lopen vooral kwetsbare groepen gevaar, zoals ouderen en kinderen. Zij kunnen bijvoorbeeld een zonnesteek oplopen. Daarnaast kan het gevaarlijk zijn voor mensen met een zwak hart, omdat de hitte extra veel van het hart vergt. Maar ook voor gezonde mensen heeft de oplopende temperatuur in steden gevolgen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat een hogere temperatuur kan leiden tot hogere arbeidskosten.  Mensen moeten vaker pauzeren met het oog op hun gezondheid. Dezelfde hoeveelheid werk kost daardoor meer uren en meer mankracht. Wat betreft energieverbruik zijn de gevolgen minder eenduidig. In de wintermaanden zullen mensen in de stad mogelijk minder energie gaan verbruiken, maar in de zomer juist meer. In Los Angeles bijvoorbeeld hebben ze berekend dat het stedelijk hitte-eiland per jaar 100 miljoen dollar extra kost aan energiekosten voor airconditioning. 

Theeuwes maakte voor haar onderzoek gebruik van meteorologische modellen en van temperatuurmetingen. De stedelijke metingen zijn uitgevoerd in verschillende Nederlandse steden (waaronder Rotterdam), Parijs, Keulen, Londen, Birmingham en Basel.

In hoeverre is er serieuze aandacht voor dit onderwerp vanuit Nederlandse beleidsmakers?
Voor veel beleidsmakers lijkt het niet zo’n prioriteit te hebben, waarschijnlijk omdat ze het gewoon heel druk hebben met hun andere taken. Met name Rotterdam is serieus bezig geweest met dit onderwerp, daar hebben we als universiteit ook mee samengewerkt. Ik merk wel dat er steeds meer aandacht is voor het onderwerp, maar het daadwerkelijk doorvoeren van veranderingen in beleid, dat heeft tijd nodig denk ik.

Theeuwes doet in haar thesis twee concrete aanbevelingen aan stadsplanners. Ten eerste benadrukt ze het belang van schaduw. Bomen zijn een goede manier om schaduw te creëren, maar ook de combinatie van hoge gebouwen en smalle straten kan volgens Theeuwes’ onderzoek leiden tot hittevermindering. Ten tweede kan het creëren van waterverdamping bijdragen aan een koeler (lokaal) klimaat. Vaak wordt gedacht dat waterpartijen bijdragen aan verkoeling, maar Theeuwes laat zien dat de opwarming van deze waterpartijen er juist toe kan leiden dat hitte wordt vastgehouden, waardoor de lokale temperatuur gelijk blijft of zelfs stijgt. Betere manieren om water te gebruiken voor verkoeling zijn daarom het sprayen van water in de lucht en het irrigeren van beplanting.

Hoe gaan andere West-Europese steden die vergelijkbaar zijn met onze grote steden qua beplanting, klimaat en bebouwing om met dit probleem? En wat kunnen we leren van gebieden buiten Europa?
Binnen West-Europa wordt er heel veel onderzoek gedaan, in Londen bijvoorbeeld. Er bestaan daar grote meetnetwerken, voor ons als wetenschappers enorm interessant. Maar de praktische vertaling daarvan naar de stad zelf is voor mij nog onduidelijk. Als je kijkt naar gebieden buiten Europa is met name in de Verenigde Staten alles al beter in kaart gebracht. Zo kunnen we veel leren van het uitgebreide meetnetwerk van de stad Atlanta. Maar ook daar zijn ze nog niet echt bezig met de adaptatie, geloof ik. Waar ze daar al wel mee bezig zijn, is bijvoorbeeld in Singapore. Daar investeren ze veel in het creëren van daken en muren met beplanting. 

In hoeverre denk je dat maatregelen om opwarming van steden tegen te gaan verenigd kunnen worden met maatregelen om andere gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan? 
Dan is groen natuurlijk een hele voor de hand liggende oplossing. Als het gaat om de toenemende regenval bijvoorbeeld, kan overtollig water worden weggevoerd via een natuurlijke bodem. In mijn huidige onderzoek ben ik toevallig bezig om neerslag te meten. We zijn Europese steden in kaart aan het brengen, een klimatologie aan het creëren voor neerslag en voor hitte. Hierbij onderzoeken we of neerslag en hitte in steden erger worden of juist afnemen. 

Wat kunnen stadsbewoners zelf doen aan de opwarming van hun stad?
Het goed (laten) isoleren van je huis kan al helpen om de nadelige gevolgen voor jezelf te beperken. Daarnaast kun je bijvoorbeeld tuintjes aanleggen: beplanting verlaagt de luchttemperatuur. Ook kunnen mensen soms helpen met het uitvoeren van metingen, zogeheten citizen science. In mijn onderzoek hebben we onder andere gebruik gemaakt van data die is gemeten door hobby-meteorologen in hun eigen achtertuin. 

Natalie Theeuwes promoveert 18 november aan de Wageningen University op basis van haar proefschrift ‘Urban Heat. Natural and anthropogenic factors influencing urban air temperatures’. 

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Carline Lucassen is stagiaire bij Kaleidos Research, hét onderzoeksbureau op het terrein van mondiale vraagstukken. In …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief