Elke avond treffen ze elkaar hier, op een erf aan de rivier rondom Djenné, het beroemde, want geheel van leem gebouwde Malinese stadje waar ze wonen. Ze bespreken er de werkdag, wisselen er nieuws uit en genieten er van de rust en de zonsondergangen.

Sidiki Sentao, Ousman Sonfou en Mohamed Mentao heten ze. Meteen hadden ze een stoel voor me bijgeschoven toen ik, half verdwaald tijdens een zwerftocht door Djenné’s achterafstraten, bij hun ontmoetingsplek was uitgekomen.

Vooral Mohamed is een geanimeerd prater, die over van alles een mening heeft: in Europa heeft iedereen altijd haast, en daar word je niet gelukkig van (ik denk dat hij gelijk heeft); in Mali krijgen mensen teveel kinderen, en dat leidt alleen maar tot problemen (ik weet vrij zeker dat hij gelijk heeft); het Nederlands elftal is ‘s werelds allerbeste team (ik moet denken aan mijn Spaanse huisgenoot in Dakar).

Aan de overzijde van de rivier strekken zich tot aan de horizon akkers uit, in de invallende duisternis keren de laatste landarbeiders huiswaarts. In groepjes waden ze door de rivier, fietsen en andere bagage op hun hoofden. Op de rivieroever voor ons erf jaagt een stel peuters rennend en schreeuwend een groep eenden de stuipen op het lijf, tot groot ongenoegen van de vrouwen die even verderop de was staan te doen.

De vrouw van Sidiki komt even buurten. Preciezer: één van zijn twee vrouwen – polygamie is de norm in dit deel van Mali. Hoe oud ik ben, wil de dame weten. Wat, dertig, en nog steeds ongetrouwd?! Ze kijkt me met een schuin oog aan en zegt: “Ik kan wel wat regelen voor je hoor, als je wilt? Zo gepiept.”

Familie, zegt Mohamed, is in Afrika het belangrijkste dat er is. “Als ouders het hier bijvoorbeeld oneens zijn met de vrouw die je kiest, dan is het afgelopen. Klaar, gebeurt niet. Bij jullie is dat anders, is het niet?” Hij stuurt een meisje – schouder aan schouder met wat kameraden slaat ze het gesprek met grote ogen gade – om sigaretten. Even later zitten de mannen genoeglijk te roken.

Mensen lopen af en aan, onder wie een prachtige jonge vrouw met een kind op de rug en een enorme schaal knollen op het hoofd. De oude moeder van Sidiki komt zelfs even kijken. Of ik ook Bozo spreek, de taal van haar stam, vraagt ze via haar zoon. Nee? Oh, jammer. Maar evengoed goedenavond.

De zon, nu bijna onder, hult de wereld in een koperkleurig licht. Een formatie vogels vliegt over, langs de rivier floepen de eerste lampen aan. Er heerst een diepe rust. Ik zou hier wel willen blijven, schiet er ineens door me heen. Romantische onzin, denk ik even later, ik zou me binnen een week vervelen. Maar één ding weet ik wel: het leven verloopt hier in een on-Nederlands ontspannen tempo.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief