Na een suffige ochtend in Magistrale rechtbank nummer 1 in Ikeja, besluit ik binnen te vallen bij rechtbank nummer 2, twee verdiepingen lager op de begane grond. Vier mannen van middelbare leeftijd, allemaal in houthakkersshirt, staan terecht. Het kost me een hoop moeite te achterhalen waar de zaak over gaat. Nadat op de allereerste zitting de tenlastelegging is voorgelezen, wordt deze nooit meer herhaald, dus veel tijd in de rechtbank breng ik door met proberen uit te vissen waar de gedaagde van wordt beschuldigd. In dit geval gaat het over iets dat is voorgevallen in januari 2004. Het openbaar ministerie ondervraagt een van de terechtgestelden nadat deze de eed heeft gezworen over deze gebeurtenis. Bijna tien jaar geleden en nog steeds zijn ze getuigen aan het horen? Dit moet een serieuze zaak zijn, neem ik aan, en ik nestel mezelf zo comfortabel als mogelijk is op de krappe houten bank en bereid me voor verslag te doen van deze megazaak.

De onvermelde misdaad deed zich voor in de Lagos rijkeluisenclave Lekki, vlakbij de Chevron rotonde. De vier gedaagden werkten allemaal op de een of andere manier voor de oliemaatschappij, als uitzendkracht of voor de beveiligingsdienst die Chevron had ingehuurd. De getuige verklaart dat hij altijd een ideale werknemer is geweest: hij kwam ’s ochtends op tijd op zijn werk, klokte op tijd in en veroorzaakte nooit problemen. In de vier jaar dat hij in het kantoorartikelendepot werkte was er nog nooit enige klacht tegen hem ingediend. Totdat hij op die bewuste dag in januari 2004 werd gearresteerd.

De aanklager zaagt de getuige door over de verantwoordelijkheden van zijn baan en specifieke gebeurtenissen in de week voor de misdaad. Soms fronst de getuige als hij zich zaken probeer te herinneren. De vader van drie kinderen heeft zojuist op de bijbel gezworen dat hij de hele waarheid zou vertellen, maar na bijna tien jaar zijn de herinneringen behoorlijk vervaagd. De aard van de zaak wordt me geen sikkepit duidelijker als de aanklager zijn technische vragen afvuurt op de getuige. De andere drie gedaagden, hun handen op de rug, staren op de houten railing voor zich, schijnbaar niet geraakt door wat de getuige zegt: alsof ze het allemaal al eens eerder hebben gehoord. Geen van hen bracht een eigen advocaat mee, wat mij enigszins verrast. Zou jij niet door een raadsman willen worden bijgestaan als je zo’n megazaak in de rechtbank hebt lopen?

Ik ben geïntrigeerd, maar niets dat de getuige of de aanklager loslaat onthult de aard van de zaak. Dus na de zitting van Magistraat Margaret Dan-Oni vraag ik om het zaakdossier. De klerk brengt me een map met een vuistdikke stapel documenten: de grootste stapel die ik tot nu toe in deze lagere rechtbank in handen heb gehad. Dat ziet er veelbelovend uit.

Bladerend door de honderden pagina’s tref ik hopen informatie aan. Ik lees over rechtbankstakingen die het rechtsproces vertragen; over raadslieden die overlijden en nieuw ingehuurde advocaten die vragen om uitstel omdat ze de zaak nog moeten leren kennen; over een als onvoldoende beoordeeld verhoor door een van de gedaagden zelf die moet worden overgedaan door een advocaat; afwezige getuigen; de verhuizing van de zaak naar een andere locatie omdat de rechter is overgeplaatst.

De vellen papier zijn dun en jaren van handen die ze vasthielden hebben hun scherpen randen afgerond. Ik lees allerlei handschriften in groene, blauwe en zwarte balpen. Tien jaar rechtsproces gaat door mijn handen, maar nergens vind ik de tenlastelegging, die normaal gesproken is vastgehecht aan de voorpagina van de dossiermap. Nauwkeuriger ga ik nog eens door de stapel heen en vind het vervaagde A4-tje waarnaar ik op zoek was, verstopt tussen een onleesbaar verslag van een getuigenis en een vrijwel lege pagina die melding doet van weer eens een verdaging. Eindelijk kom ik erachter waarvan de vier mannen zijn beschuldigd. Op 15 januari 2004, rond elf uur ’s ochtends, zouden ze vijf dozen A4 kopieerpapier hebben gestolen van het Chevron terrein in Lekki, met een totale waarde van 150 euro.

Vijf dozen papier.

Deze vijf dozen hebben de samenleving ontelbare manuren gekost van zowel het openbaar ministerie als de rechtbank. Met het geld dat de gedaagden in de tijd dat zij de misdaad zouden hebben begaan waren ze nog twintigers–de afgelopen tien jaar hebben gespendeerd aan hun vervoer naar de rechtbank iedere paar maanden, zouden ze die vijf dozen kopieerpapier vermoedelijk kunnen hebben aangeschaft. En het ziet er niet naar uit dat de rechtszaak snel zal worden afgerond.

Na de getuigenis verdaagt de Magistraat de zaak opdat de getuige kan worden ondervraagd door de verdediging. Datum voor de nieuwe zitting is in januari volgend jaar. De rechtszaak over de vijf dozen papier is dan tien jaar oud.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief