Happy-go-lucky people, schrijft de de Lonely Planet over de bewoners van de Filipijnen. Ik snap dat. Ook in Koeweit zijn de Filipino’s verreweg de vrolijkste types onder de lage lonen immigranten. Elke ochtend tegen zonsopgang zie ik Linda met een reusachtige hond over het strand banjeren. Straks moet ze hem boenen en voeden, en de auto wassen, en de kinderen aankleden en eten koken. Ze straalt altijd, alsof haar leven een groot feest is.

Misschien gaat ze in het weekend wel naar het vervallen winkelcentrum in Koeweit Stad, tegenover het busstation, naar de supermarkt waar je Filipijnse producten kunt kopen. Ik heb er al een paar keer langs de schappen gescharreld, in de hoop iets heel lekkers tegen te komen, maar stuitte vooral op zakken gedroogde vis.

Op de tweede verdieping van het betonrottende centrum zit het ene na het andere vervallen Filipijnse eettentje. Ik zie de gedroogde vis in bakken vettige saus drijven. Misschien vindt Linda dat zalig. Of misschien eet ze hier halo halo. Iedereen eet hier op zaterdagmiddag halo halo, een gigantische coupe van melk met gecrusht ijs waarin een bol vanille ijs drijft, en brokken veelkleurig gelei.

Maar misschien vergis ik me, en mag Linda in het weekend helemaal niet naar de halo halo-tentjes, misschien mag ze helemaal nergens heen, heeft ze geen vrije dagen. Dat kan ook, hangt ervan af of je een aardige baas of bazin hebt. Vaak hebben ze die, soms niet. Soms zijn de verhalen stuitend. Nooit vrij, slecht eten, 24 uur klaar staan, verkracht door vader of zoon des huizes.

Of, dat gebeurt ook, ze trouwt met een Kuwaiti. Het is eigenlijk meer andersom, de Kuwaiti trouwt met haar, vaak neemt hij haar als tweede vrouw erbij. Tot woede van vrouw nummer één en na een tijdje tot grote teleurstelling van vrouw nummer twee, die er langzaam achter komt de beloftes van een eigen appartement en mooie kleren bij beloftes blijven. Als het huwelijkscertificaat al echt is.

Misschien is goedgelovigheid de valkuil van happy-go-lucky people

Deze Filipino’s melden zich soms op een forum. Waar ze zich afvragen wat te doen, zwanger en al van die Koeweiti man. ‘Why did you marry him? You’re stupid,’ schrijft de een. Of: ‘’You don’t understand you’re the Filipino shag he’s got on the side.’ Een ander is iets behulpzamer: ‘You should walk out on him, go to your embassy and ask their help to get a divorce, then tell him to fuck off!’

Misschien is goedgelovigheid de valkuil van happy-go-lucky people. Ik vrees het soms. Zoals die avond toen ik een kijkje ging nemen in een islamitisch centrum waar iedereen welkom is die belangstelling heeft voor de islam. Ik heb dat, zij het niet helemaal in de zin die zij daar in gedachten hadden, maar dat hoefde niemand te weten, leek me. Ik werd enthousiast begroet en aangesproken als zuster.

Er was een lezing van een aardige mevrouw over hoe om te gaan met familieleden die misschien niet snapten waarom je moslim was geworden. Er waren een stuk of vijftig vrouwen, allemaal Filipino’s, allemaal recentelijk bekeerd. Naast me zat Sara, zij was sinds drie maanden moslima. En haar twee vriendinnen ook. Alle drie waren ze gehuld in een gloednieuwe abaya. Ze lieten ze me trots hun nep-Louis Vuitton handtassen zien.

Gekregen van hun bazin, als beloning voor de geloofsverandering. Ik vroeg Sara waarom ze moslim was geworden. Dat was beter, zei ze. Zo gingen ze niet langer naar de hel, wat wel zou gebeuren als ze bleven geloven in de heilige drie-eenheid. Dat had de bazin hun uitgelegd. Ze hadden ook nieuwe schoenen gekregen. Ze was te lief om door elkaar te rammelen.

Intussen vertelde de mevrouw die de lezing gaf dat de vrouwen niet moesten schrikken als ze thuis op de Filipijnen op onbegrip zouden stuiten. En dat het niet nodig was om hun familie te bekeren, dat hoefde niet, god koos degenen uit die moslim mochten worden. Daarbij keek ze medelijdend naar mij, alsof iemand stilletjes aan mijn huisje voorbij was gegaan.

De mevrouw vertelde ook dat de meisjes niet langer naar een tussenpersoon hoefden om te biechten, maar rechtstreeks met Allah contact konden opnemen als ze om vergeving wilden vragen. Dat leek me overbodige informatie, in deze happy-go-lucky meisjes schuilt geen greintje kwaad, ik zou niet weten wat hun ooit vergeven zou moeten worden. Tenzij goedgelovigheid een zonde is, dat zal toch niet?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Correspondent

Judith Spiegel is correspondent in de Golfregio, ze schrijft onder meer voor NRC, Elsevier en Hard Gras. Daarnaast doceert ze maritiem …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier