Den Haag met Juigalpa, Tilburg met Matagalpa, Amsterdam met Managua, Doetinchem met La Libertad en Utrecht met León. Dit zijn slechts vijf van de 17 stedenbanden die Nederland heeft met Nicaragua. Het is een andere manier van ontwikkelingssamenwerking, gebaseerd op solidariteit. Regeringspartij VVD en gedoogpartij PVV willen de steun voor stedenbanden afschaffen, terwijl juist deze manier van Ontwikkelingssamenwerking erg effectief is.

Hoe begonnen de Stedenbanden in Nicaragua?
Nadat de Sandinisten in 1979 dictator Somoza omver wierpen groeide het aantal stedenbanden tussen steden in Nicaragua en elders. Van Duitsland en Groot Brittannië tot Verenigde Staten en Nederland betuigden burgers hun steun en solidariteit aan de Sandinistische revolutionairen. Maar het bleef niet alleen bij morele steun, men wilde ook een concrete bijdrage leveren aan de ontwikkeling in Nicaragua. Deze bijdragen werden eerst gecoördineerd via buurtinitiatieven maar al snel werden deze banden omgevormd tot officiële samenwerkingsverbanden tussen gemeenten in Nederland en in Nicaragua. Voor León is de stedenband met Utrecht slechts één van de negen stedenbanden waarmee de stad León te maken heeft.

Activiteiten van de Stichting Vriendschapsband Utrecht-León
De Stichting Vriendschapsband Utrecht-León richt zich op een breed scala aan thema’s. Er worden projecten gesteund variërend van microkredieten en homo-emancipatie tot aan onderwijs en geweld tegen vrouwen. Met het geld dat ingezameld wordt in Nederland worden lokale organisaties gesteund die aanvragen voor financiering hebben ingediend en deze projecten zelfstandig uitvoeren. Gioconda Perez Arostegui, de lokale vertegenwoordigster van de Vriendschapsband in León, vertelt mij: “Over het algemeen werken we met organisaties die al veel ervaring hebben met het specifieke thema en ook toegang hebben tot andere fondsen; daardoor kunnen wij garanderen dat 90% van het geld dat hier aankomt ook echt naar het project gaat en niet naar salariskosten”.

Maar het blijft niet alleen bij het ondersteunen van projecten in Nicaragua. Het uitwisselen van kennis en ervaring is een belangrijk aspect van stedenbanden. Zo informeert de Stichting Vriendschapsband Utrecht-León de Utrechtse bevolking over de situatie in León via nieuwsbrieven, fototentoonstellingen en social media, maar ook via culturele dans- of filmavonden. Daarnaast komen er ook Nederlanders naar León om de zoveel tijd. Sommigen komen om Spaans te leren, anderen om vrijwilligerswerk te doen en weer anderen om hun scriptieonderzoek uit te voeren of stage te lopen. Het is een uitwisseling die twee kanten op gaat; het zijn zowel de Leonese mensen die capaciteitsopbouw ontvangen als de Nederlanders die de mogelijkheid krijgen om veel te leren.

Practitioner to Practitioner
De meeste stedenbanden kennen een gemeentelijk en een particulier gedeelte. Beide partijen hebben hun eigen verantwoordelijkheden en juist door deze samenwerking op bestuurs- en maatschappelijk niveau behalen stedenbanden duurzame resultaten. De stedenband tussen Utrecht en León werkt al 28 jaar volgens de ‘practitioner-to-practitioner’ methode (Van Lindert 2009: 176). Dit houdt in dat Utrechtse ambtenaren bv. kennis kunnen maken met de creatieve oplossingen van problemen die gevonden worden bij de stadsuitbreiding in León. Zo zien zij hun eigen werk opeens in een heel andere context. Studenten en docenten medicijnen leren van elkaar; door de verschillende ziektebeelden in Nederland en Nicaragua kunnen zij hun kennis vergroten. En door het bezoek van Leonesen aan Utrechtse zusterinstellingen zijn speel-o-theken in León ontstaan en worden ouders in León sterker bij crèches en kleuterscholen betrokken.

Stedenband als Connector
Doordat stedenbanden een speciale rol vervullen tussen burgers als ‘connector’, brengen ze bijvoorbeeld onderwijsinstellingen met elkaar in contact, die vervolgens met elkaar een band opbouwen en uiteindelijk kennis en ervaringen uitwisselen. Hier komt geen financiële transactie bij kijken. Stedenbanden hebben wel subsidies nodig om deze connector rol te kunnen faciliteren; daarom lijkt het mij geen strategisch juiste keuze van de VVD en PVV om hierop te bezuinigen. Ontwikkelingssamenwerking vindt plaats op bi-lateraal en NGO niveau; maar het is belangrijk om niet te vergeten dat het ook op individueel niveau tussen personen plaatsvindt. Door organisaties zoals stedenbanden kan dit individuele niveau een plaats in een groter geheel en daarmee een duurzaam karakter krijgen.

Voor dit Blog is informatie verzameld uit het volgende artikel:
Van Lindert, P. 2009. Transnational linking of local governments: The consolidation of the Utrecht–León municipal partnership. Habitat International. Vol. 33 173–180.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief