De inspecteurs van het Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh staan voor een megaklus. Ze inspecteren 1600 kledingfabrieken en stellen lijsten met verbeterpunten op. Opvallend: ze krijgen daarbij hulp van kledingbedrijven. Die fungeren als 'ogen en oren' van de inspecteurs, vertelt Brad Loewen, hoofdinspecteur veiligheid van het Akkoord. 

Op 24 april 2013 stortte in Bangladesh kledingfabriek Rana Plaza in, met ruim 1100 doden tot gevolg. Reden voor OneWorld om twee jaar na dato april tot Maand van de Kleding uit te roepen, en te kijken of er iets verbetert in de kledingindustrie en of ‘fatsoenlijke’ kleding een beetje wil doorbreken. En hoe staat het met het kleedgedrag van mode-iconen en andere bekende Nederlanders? OneWorld inspecteert ook de eigen kledingkast en tipt adresjes voor mooie, duurzame kleding.

“In mijn hart wist ik het meteen: dit was liefde op het eerste gezicht.” Toen Brad Loewen (58), expert op het gebied van brandveiligheid, van de nieuwe baan als hoofdinspecteur veiligheid van het Veiligheidsakkoord in Bangladesh hoorde, besefte hij dat dit een unieke kans was, ook al moest hij familie en vrienden in Canada ervoor achterlaten. Vanuit Dhaka via Skype vertelt hij: “Mijn hele leven werk ik als brandveiligheidsexpert, ik hou van avontuur en mijn belangstelling gaat uit naar ontwikkelingslanden. Je krijgt niet vaak de kans om een specialisme als dit te combineren met een baan op dit niveau in een zich ontwikkelend land, en om echt iets te kunnen doen aan de verbetering van het lot van de arbeiders in deze industrie.” 

En zo trad hij eind 2013 aan als Chief Safety Inspector, hoofdinspecteur veiligheid, van het Veiligheidsakkoord. Dit voorjaar was Loewen in Amsterdam voor de tweejaarlijkse bijeenkomst met kledingmerken. “We spreken niet alleen over de voortgang van het werk, maar ook om van hen suggesties te horen over hoe zij ons inspectieteam kunnen helpen en wij hen.” Loewen doelt op de enorme omvang van de klus in Bangladesh. Volgens de afspraken van het Veiligheidsakkoord moet in meer dan 1500 fabrieken die kleding voor de export maken, worden geïnventariseerd hoe het staat met de elektriciteit, de brandveiligheid en hoe de algemene conditie van de gebouwen is. Het grootste deel van die eerste inspecties is inmiddels afgerond. Loewen: “Het Accord zelf heeft 39 inspecteurs in dienst en iemand die kijkt naar de grootte van dit karwei, vraagt zich natuurlijk af: hoe in godsnaam kunnen 39 inspecteurs deze klus klaren én de follow-up daarvan doen?”

Bindende afspraakHet Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh, kortweg Akkoord is een vijfjaren overeenkomst, opgesteld door internationale vakbonden IndustriALL en Uniglobal en kledingbedrijven. Het Akkoord is juridisch bindend. Ongeveer1500 fabrieken, met ongeveer 2 miljoen werknemers worden doorgelicht. De inspectierapporten en de CAP's, Corrective Action Plans, waarin staat wat moet worden gerepareerd of gemoderniseerd, zijn openbaar.
196 kledingbedrijven uit Europa, VS, Azië en Australië, waaronder 25 Nederlandse kledingbedrijven, hebben het Akkoord ondertekend. De ondertekenaars hebben het Akkoord informatie verstrekt over in welke fabrieken zij kleding laten maken. De volledige lijst van fabrieken die onder het Akkoord vallen is openbaar. Niet openbaar is welke kledingmerken in welke fabrieken inkopen. 

Om de toeleveranciers te helpen de noodzakelijke reparaties uit te voeren en/of veilige werkplaatsen te kunnen handhaven, leggen Europese kledingmerken zich voor twee jaar vast op het plaatsen van vergelijkbare orders bij bestaande toeleveranciers en om voor vijf jaar in Bangladesh te blijven.

Hulp van kledingmerken
Ook de kledingmerken vragen zich dat af, vertelt Brad Loewen. “En zij vragen hoe zij bij dit proces ons van dienst zouden kunnen zijn. Veel van deze kledingmerken hebben flink wat personeel in Bangladesh, sommige wel meer dan achthonderd mensen. Zij werken rechtstreeks voor het kledingmerk en komen geregeld in de fabrieken. Op die manier beschikken we over veel meer hulpbronnen dan alleen ‘mijn’ 39 inspecteurs. Daarom vragen we de merken: als jullie toch in de fabrieken zijn – zij hebben inkopers, kwaliteitscontroleurs, duurzaamheidsmanagers die allemaal naar verschillende dingen kijken – kijk eens naar het inspectierapport en naar het Corrective Action Plan (CAP)dat we samen met de fabriek hebben opgesteld, en let eens op hoe de zaken gaan. Zeker, deze mensen zijn geen ingenieurs of technici, dat verwachten we ook niet. We vragen hen alleen om ons bij dat inspectieproces te helpen en van informatie te voorzien.”

Maar hoe betrouwbaar is die informatie? In oktober 2014 werd bekend dat uw inspecteurs 80.000 gebreken in 1500 fabrieken hadden geconstateerd, dit terwijl diezelfde kledingmerken jarenlang eigen fabrieksinspecties hadden laten uitvoeren en beweerden dat hún fabriek de zaken wél op orde had.
“Ik begrijp dat dit vragen oproept, maar het gegeven dat 190 merken het Akkoord hebben ondertekend is een erkenning van het feit dat zaken niet naar behoren functioneerden. Iedereen was het erover eens dat er een veel rigoureuzer inspectiesysteem moest komen. Inderdaad was wat er eerder gebeurde op het vlak van inspecties niet erg effectief.

“Al deze 80.000 gebreken of defecten worden stuk voor stuk door mijn inspecteurs en mij bekeken. Als we horen dat een fabriek nog altijd afsluitbare hekken heeft, gaan we daar onmiddellijk op af. We verlaten ons echt niet alleen op wat de kledingmerken aan veiligheidsproblemen aantreffen. Maar soms moeten we prioriteiten stellen, want het duurt zes tot zeven maanden om slechts één follow-up inspectie uit te voeren in iedere fabriek. Zie het als volgt: de merken zijn onze hulpsheriffs. Zij zijn assistenten. Als Accord geven we hen geen verantwoordelijkheid, maar vragen hen om onze ogen en oren te zijn. Maar uiteindelijk nemen wij het over, en checken we alles.”

Meer inspectiesNaast het Akkoord is er de Alliance, voluit Alliance for Bangladesh Workers Safety. Ook dit is een vijfjarenplan om de kledingindustrie in Bangladesh te verbeteren, maar dan van Noord-Amerikaanse en Canadese kledingbedrijven. Het omvat ca. 580 fabrieken en is eveneens bindend.

Het resterende aantal fabrieken, die ook produceren voor de export en worden geïnspecteerd, valt onder de verantwoordelijkheid van de werkgeversvereniging in Bangladesh, de BGMEA.
Naar schatting zijn er tussen de 4500 en 5500 kledingfabrieken in Bangladesh.  

Krijgt u genoeg medewerking van fabrikanten, werkgevers?
“Alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat de industrie nu echt veiliger moet worden. Maar het gaat langzaam, en soms zien we een terugval. Sommige eigenaren willen de status quo handhaven; dan worden er mooie woorden gesproken maar zien we geen daden, zelfs niet als eigenaren precies weten wat hen te doen staat en het inspectierapport en CAP al maanden in huis hebben. 

Soms doen we follow-ups per telefoon of via de merken. Als we dan de fabriek bezoeken en zien dat er niets is gebeurd, kan dat heel verontrustend zijn. Dan geven we een strenge waarschuwing. Maar de echte stok achter de deur is dat zo'n fabriekseigenaar riskeert dat hij geen zaken meer kan doen en klanten verliest onder de 190 merken die het Akkoord hebben ondertekend. De meesten komen dan in actie. Maar het blijft soms duw- en trekwerk.”

Hoe zit het met de financiering van dit alles?
“Onder het Akkoord moeten kledingbedrijven ervoor zorgen dat er voldoende financiering is voor de fabrieken om de verbeteringen te kunnen bekostigen. Kledingmerken onderhandelen over commerciële voorwaarden met leveranciers (zie ook kader Bindende afspraak), zodat het voor fabriekseigenaren haalbaar is om veilige werkplaatsen te realiseren of te handhaven en te voldoen aan de (technische) eisen daarvoor. Eventuele alternatieven zijn gezamenlijke investeringen, leningen, of steun van andere donoren of van de regering van Bangladesh.”

Bij een afspraak als het Veiligheidsakkoord lijken verbeteringen vooral van internationale vakbonden en kledingbedrijven, dus meer van buitenaf, te komen. Zou het niet beter zijn om van binnenuit verbeteringen te bereiken?
“Vakbonden IndustriALL Global Union en UNI Global Union zijn de opstellers van het Akkoord; zij hebben bij uitstek de mentaliteit van het bottom-up werken. En hoewel het Akkoord geen vehikel is voor het opzetten van nieuwe vakbonden en ledenwerving, spelen werknemers wel een belangrijke rol bij het toewerken naar veiliger werkomstandigheden. Het Akkoord schrijft voor dat in iedere fabriek een verkiezing moet worden gehouden voor een vertegenwoordiger van het Occupational Health and Safety Committee OHS. In dat comité kunnen arbeiders veiligheids- en gezondheidsrisico's aankaarten en er actie op ondernemen. Ook heeft het Akkoord een ingebouwd mechanisme voor klachten van werknemers. Als er een klacht is bekijken wij die en zorgen we ervoor dat de klacht serieus wordt genomen en dat er een oplossing voor komt.”

“We hebben nog drieëneenhalf jaar te gaan. Deze periode zal ook en vooral worden gewijd aan de arbeiders en hun empowerment. Dat gebeurt door trainingsprogramma’s. We houden ons niet alleen bezig met de stenen en cement om te zien of de gebouwen wel veilig zijn en arbeiders niet in direct gevaar, om daarna te vertrekken. De enige manier waarop we blijvende verbeteringen kunnen bereiken is arbeiders een belangrijke stem te geven.”

[[nid:37470]]

Het is al een tijdlang politiek onrustig in Bangladesh. Heeft uw werk daaronder te lijden?
“De huidige politieke situatie heeft grote invloed op ons werk. We hebben maar een klein aantal follow-up inspecties gedaan afgelopen maanden, terwijl we gepland hadden om er ongeveer 200 per maand te doen. Door de blokkades en hartals (algemene stakingen, red.) is het vaak niet veilig genoeg om naar de fabrieken te reizen. 

Toch, als ik terugkijk op de afgelopen zestien maanden, dan durf ik te zeggen dat we heel wat hebben bereikt. We zijn in al deze fabrieken geweest. En je kunt weliswaar geen cijfer aan preventie hangen, maar door ons werk hebben we ongetwijfeld al levens kunnen redden in Bangladesh.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
annemiek huijerman

Over de auteur

Journalist, leest en schrijft graag over Zuid-Azië en het Midden-Oosten, en volgt de internationale kledingindustrie.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief