Het is maar een klein berichtje in de krant vandaag; de brand in de noordelijke sloppenwijk van Jakarta Muara Baru. Ruim 1500 mensen raakten dakloos. De journalist zoemt vooral in op de vastenmaand. Hoe sneu dat deze moslims zonder huis nu ramadan moeten ‘vieren’. Ik vrees dat die mensen wel wat anders aan hun hoofd hebben dan de islamitische feestmaand.

Stokken, planken en ander afval vinden ze wel weer elders om hun krot op te bouwen. Maar de grond waarop hun huisje stond was wel gehuurd van de lokale maffia. De schuld is nog lang niet afbetaald. Het is niet zo simpel dat deze daklozen de tent die ze van het Rode Kruis kregen gewoon op hun oude stukje kunnen zetten. De grond waarop de sloppen staan, wordt al jaren lang geclaimd door louche huisbazen. Zij kleden de armen tot op het bot uit. Ik vrees dat deze families binnenkort op de laagste plaats in de woonrangorde komen en wel ergens onder een viaduct in de hoofdstad.

Ik ken de sloppenwijk Muara Baru, omdat ik er vorig jaar een reportage ging maken voor de VPRO Metropolis. Het programma bestaat helaas niet meer. Het thema van die week was ‘huren’. In Muara Baru viel ik van de een in de andere verbazing. De mensen die hier wonen zijn hoofdzakelijk vissers. Maar doordat de baai zo vervuild is door de fabrieken die er aan staan, zijn de visjes eigenlijk te gevaarlijk om te eten. Bovendien zit er nog nauwelijks vis in de zee. Op grote tafels werden de visjes gedroogd. Voor een prikkie kochten tussenhandelaren ze op. De vissers hebben zelf geen idee waar ze een afzetmarkt of klanten kunnen vinden.

Ik herinner me nog een oud omaatje. Kartini was volgens mij haar naam, die met haar gebochelde rug de grond onder de tafels afstruinde op zoek naar gevallen visjes. Ze wilde graag mij haar huis laten zien. Het woord schuur was zelfs een nog te groot woord. Enkele planken en wat golfplaten lagen op het dak. Het was niet haar huis, vertelde ze me. Ze huurde het van de huisbaas voor 100.000 roepies, bijna zes Euro per maand. Ze had vaak moeite de huur op te brengen. Dan kon ze voor een woekerrente van 10 % bij de ‘bank’ in de sloppenwijk een lening afsluiten. Kartini klonk bezorgd. Haar schuld was nu zover opgelopen dat ze zowel geen huur als de maandelijkse rente kon aflossen. “Wanbetalers worden onverbiddelijk door de huisbaas uit hun krot gezet”, beaamt de bejaarde vrouw. Op steun van haar familie hoeft ze niet te rekenen. Haar enige dochter is gescheiden en heeft haar zoon van 12 bij haar gedumpt. Hij ging nog naar school hoe lang nog?

Ik hoop niet dat het huisje van Kartini en haar kleinzoon in rook zijn opgegaan. Hoe moet het dan verder met haar? Het kind is te klein om voor haar te zorgen. Bovendien moet het naar school. De krant schrijft dat de daklozen dankbaar hun vasten braken in de tenten van het Rode Kuis en met het voedsel dat ze kregen. De hulp is slechts voor drie dagen. Dat is nu eenmaal het beleid, legt een woordvoerder van de hulporganisatie aan. Na die tijd moet iedereen maar weer voor zichzelf zorgen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief