Toto Sugiarto besloot zeven jaar geleden de auto thuis te laten en op zijn fiets naar het werk te gaan. Hij woont in Cibubur, zo’n 34 kilometer buiten de hoofdstad Jakarta. De rit naar zijn werk kost hem dagelijks twee uur heen en twee uur terug. ‘Met mijn auto stond ik langer in de file’, zegt hij nuchter.

Vergelijk de drukte en vooral de gekte van het verkeer in Jakarta niet met die in Amsterdam. In Jakarta is het de hele dag file. Zelfs op de sluipweggetjes in mijn buurt. Van ’s ochtends zes uur tot diep in de nacht zit je gewoon overal vast!

Je moet echt een diehard zijn om de fiets als een alternatief te zien. Fietspaden zijn er niet. Er was er wel geteld een. Toto wist net zolang de gouverneur van Jakarta te bewerken tot er een speciale route voor fietsers tussen een druk kantoorgebouw en een treinstation kwam, zodat je vanuit de stationshal meteen het fietspad op kon. Maar de weg is inmiddels geannexeerd door eetstalletjes en automobilisten die er hun auto parkeren.

Dan het gevaar. Op de fiets ben je een spookrijder.

Ook al hebben al die glimmende bakken van auto’s – het lijkt wel of de auto’s in Indonesië steeds meer in omvang toenemen – spiegels aan weerzijde. Dat wil niet zeggen dat chauffeurs er ook in kijken. Al zien ze je aankomen – ik zelf met kind op de fiets – slaan ze recht voor je neus doodleuk af, waardoor je met gillend kind boven op je remmen hangt.

De viezigheid en de enorme luchtvervuiling schrikken de meeste bewoners in de hoofdstad af de fiets te pakken. Met je schoon gewassen haar sta je bij de stoplichten tussen de ronkende auto’s, bromfietsen en vooral dampende motorriksja’s in die smerige, zwarte roet uitstoten. Dan moet je de hele dag nog.

En toch nemen de ‘Bike to Work’ fietsers de smerigheid, het gevaar en de drukte voor lief om maar die auto uit te kunnen. ‘Vooral het urenlang vaststaan met je auto, elke keer maar een millimeter beweging, maakte me razend’. Toto raakte compleet gestrest van dat wachten. Nu zit hij relaxed op zijn fietsje. Hij vertrekt als het zonnetje net op komt. Fietsen is bijna een verslaving geworden.

Toto zocht fietsliefhebbers, Indonesiërs die ook bereid waren hun auto thuis te laten. Toto’s Bike to Work startte met 150 leden. Nu is de club uitgegroeid tot zesduizend fanatieke fietsers.

We lachen samen om de liefde voor de fietstochten door Jakarta die we delen. Op de fiets is net alsof stad minder saaie stad is.

Mijn huis ligt op zo’n kwartier rijden van de school van mijn dochter. Tegenwoordig breng ik haar op de fiets. Helaas stolen inbrekers mijn oude ‘Batavia’ met het Hollandse zitje achterop. Maar een kussentje doet wonderen.

We hoeven maar een drukke straat door en schieten dan de kampungs in. Tussen de kippen en de moeders die er met hun baby’s op de armen wandelen, fietsen we door. We kennen er steeds meer mensen die niet langer ‘buleh’, witte neus, roepen, maar nu een praatje maken. 

Op zondag stoppen we vaak de fietsen in de kofferbak van de taxi. Het zakencentrum van Jakarta is dan tot 10 uur afgezet voor auto’s. Elke zondag komen er meer fietsers bij. Dus als er meer fietspaden in de hoofdstad zouden komen, zijn dan meer Indonesiërs bereid hun auto thuis te laten?  

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief