Iets meer dan een jaar ben ik nu in West-Afrika, en ik blijf me verbazen over de enorme culturele verschillen met Noord-Europa. Een contrast waarvan ik in het bijzonder steil blijf achterover slaan is de rol van familie.

Het begint al bij de manier waarop je het begrip familie definieert. In Nederland heb je het dan over het gezin waaruit je voortkomt, over je grootouders, ooms, tantes, neven en nichten. Daarmee heb je het wel zo’n beetje gehad, nietwaar? En die mensen zie je dan een paar keer per jaar, op verjaardagen en Paasbrunches en zulks meer – in mijn geval tenminste.

Hier in West-Afrika spreken mensen daarentegen van ‘la famille élastique’, de elastische familie. In het Nederlands is de officiële term geloof ik grootfamilie, en die omvat iedereen met wie je ook maar in de verste verte verwant bent. Of zelfs dat niet eens – ik heb Afrikanen hun hele geboortedorp tot hun elastische familie horen rekenen.

De Afrikaanse grootfamilie fungeert – bij gebrek aan verzorgingsstaat – als sociaal vangnet. Specifieker: mensen met geld (en dat zijn er helaas niet zo heel veel) delen dat verplicht met iedereen in hun elastische familie. Dat heeft mooie kanten (elkaar helpen in moeilijke tijden), maar ook mindere. Keer op keer hoor ik tragikomische verhalen van mensen die ineens een volmaakte onbekende voor hun deur hadden staan die zich introduceerde als, zeg, Amadou. Amadou claimt dan de oudoom te zijn van de achterneef van de schoonzus van je overgrootmoeder. Amadou heeft ergens in de wandelgangen opgevangen dat je een baan hebt sinds kort. Amadou installeert zich in je huis en verwacht vanaf nu – voor onbepaalde tijd – dat jij hem voedt en verzorgt. En o ja, of je wellicht ook het onderwijs wilt spekken van zijn acht kinderen, thuis in het dorp?

Logischerwijs zijn veel Afrikanen niet onverdeeld blij met la famille élastique. In Gambia raakten een collega en ik eens verzeild in een vrij taaie poging tot afpersing van een politieagent. Tot onze ontsteltenis eindigde het ermee dat de man half huilend onthulde dat hij slechts op onze bankbiljetten uit was omdat hij dan eindelijk eens wat voor zichzelf zou hebben. Zijn familie eiste elke maand zijn hele salaris op namelijk. In een Sierra Leoons dorp sprak ik een Guineeër die was geëmigreerd omdat hij geen zin had om de opbrengsten van zijn werk als bareigenaar aan zijn familie te blijven afdragen.

Maar zelfs emigratie voldoet niet altijd. In Guinee deelde ik een etmaal lang een taxistoel met een tiener die door zijn ouders helemaal naar Liberia was gestuurd om bij zijn oudere broer, die daar een winkel was begonnen, geld te gaan halen voor de familie. Het moet om een flink bedrag zijn gegaan (hoeveel wilde hij niet zeggen), want heen- en terugreis alleen al kostten rond de honderd dollar. Vandaag stond er in Trouw een stuk over Manchester City-voetballer Mario Balotelli (what’s in a name), een in Italië opgegroeid adoptiekind uit Ghana. Toen Mario op zijn zeventiende debuteerde in het eerste van Inter, stonden plots zijn biologische ouders weer op de stoep. Mario wees hen af als ‘goudzoekers’.

Rest de vraag: is de elastische familie een uniek Afrikaans fenomeen, of bestaan vergelijkbare sociale systemen ook in Azië, Zuid-Amerika of elders buiten de Westerse wereld?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief