Ajmal Kasab, de enige terrorist die de politie na de Mumbai aanslagen in 2008 levend in handen kreeg, is woensdag opgehangen. De nabestaanden in India reageerden opgelucht. Het recht heeft zegegevierd. Maar is dat wel zo? Want wie was deze Kasab? Niet het brein, slechts een uitvoerder. De Lashkar-e-Toiba, de terreurorganisatie die ondermeer Kasab ronselde voor deze aanslag, heeft aangekondigd zijn dood met nieuwe aanslagen te zullen wreken. Dus wat zijn ze daar in India met deze executie opgeschoten?

Ik was in Mumbai als verslaggeefster tijdens die aanslagen. Op het treinstation zaten de gaten in de muren, achtergelaten door Kasab toen hij zijn mitrailleur op wachtende passagiers leeg schoot. Wat bezielde deze jongen? “Ik handelde als een robot”, vertelde hij de rechter. “Ze hadden me gebrainwashed.”

Uit nieuwsgierig trok ik met mijn Pakistaanse verslaggever vlak na de aanslagen naar Kasab’s dorp, in de Pakistaanse provincie Punjab, op zo’n drie uur rijden van Lahore. Een stoffig plattelandsgehucht, waar de huizen van bakstenen en stro zijn gemaakt. Over de zandpaden reden karren met ezels. Vrouwen met sluiers of in burqa’s zag ik niet. Het was dus niet een streng conservatief Islamitisch geloof dat hem tot deze daad had aangezet. Maar wat dan wel?

De burgemeester, die van de Pakistaanse Geheime Dienst de ISS, de sponsor van de Lashkar-e-Toiba, de opdracht had gekregen journalisten uit zijn dorp te weren, kwam ogenblikkelijk met een karavaan jeeps met daarin bodyguards aanrijden. We waren net met het filmen begonnen. Hij ontkende ooit van ene Kasab te hebben gehoord. Ondertussen hadden de kinderen hun mond al voorbij gesproken. Achter groene ijzeren hekken in een smal straatje woonde Kasab ooit met zijn ouders. Zijn vader en moeder waren meteen al na de bekend wording van Kasab’s betrokkenheid bij de aanslagen na een geheim adres afgevoerd.

Collega’s in Lahore hadden ons voor de burgervader van het dorp gewaarschuwd. Het maakte korte metten met journalisten. Van verscheidene verslaggevers had hij de camera afgepakt, de bandjes vernield en ze vervolgens hardhandig het dorp uit gebonjourd.

Hij nodigde ons uit voor een kopje thee op zijn veranda. Het dorp stroomde ook toe. Er werden koekjes gebracht, cake en broodjes voor de gasten. “Neen”, hij kende geen Ajmal Kasab. Hij begreep ook niet waarom er zoveel journalisten naar zijn dorp kwamen. Daarna volgde er een lang hartstochtelijk betoog. Over de kansloze jongeren in zijn dorp. Die door gebrek aan scholing en geld nauwelijks opleiding hadden gevolgd. “Jongens als Kasab”, opperde ik voor de camera. Want we mochten een interview met hem opnemen. “Jongens als Kasab”, beaamde hij.

Voor ons op de veranda zaten tientallen jongeren. Jongens als Kasab, die uit verveling de hele dag maar ergens rondhingen. Als de oogst van het land was gehaald, viel er maanden lang niets voor ze te doen. Sommigen waren naar de stad vertrokken voor werk. Maar door de economische crisis viel het overal in Pakistan met de werkgelegenheid tegen.

Het afscheid was vriendelijk. Maar we namen wel allerlei sluiproutes terug door de velden, uit angst dat we ergens zouden worden opgewacht door een mannetje van de geheime dienst die ons filmpje zou inpikken.

In Lahore vertelde een journalist dat we geluk hadden gehad. Zowel ISI als de Lashkar-e-Toiba proberen iedere journalist tegen te houden. In de dorpen op het platteland heeft de terreurorganisatie kantoortjes geopend, waar ze kansloze jongeren uitnodigen voor gesprekken. Ze tonen filmpjes die zijn gemaakt in de noordelijke Indiase deelstaat Kashmir, waar Pakistan en India sinds de onafhankelijkheid om strijden. De opnames zouden laten zien hoe Indiase soldaten moslimbroeders in Kashmir bruut afslachten, vrouwen verkrachten en huizen verwoesten. Op jongens als Kasab wordt net zolang ingepraat tot ze bereid zijn hun leven te geven. Hun arme ouders krijgen in ruil voor het martelaarschap een zakje geld waar ze de rest van hun leven van kunnen rond komen. Kasab was een jongen van begin twintig, niet getrouwd, niet eens een ‘echte’ moslim, toen hij zich bij deze lashkar aansloot.

“We hebben onderwijs nodig voor deze jongeren. Er moet werkgelegenheid komen in ons dorp”, waren de hartstochtelijke afscheidswoorden van de burgervader.

Gisteren belde ik met een collega in Pakistan die recent nog in het dorp van Kasab is geweest. Het is er nog net zo stoffig als vier jaar geleden. Er is geen school bijgekomen. De jongeren hangen er nog even verveeld rond.

De onderhandelingen tussen Pakistan en India over Kashmir zitten opnieuw in een impasse. De Lashkar-e-Toiba is nog net zo actief als voorheen. Het enige dat is veranderd, is de dood van de terrorist Kasab. De Lashkar heeft gelijk. Vanaf morgen nodigen ze opnieuw nieuwe Kasab’s uit. Hun ouders krijgen een zakje geld.

Waarom bestaat die Lashkar nog steeds in Pakistan? Wanneer gaat het land nu eindelijk eens beseffen dat onderwijs de sleutel is voor duurzame economische ontwikkeling.

Ik kijk vandaag nog eens opnieuw naar een foto van Ajmal Kasab. Hij lijkt op een van de bediendes in het huishouden van een goede vriend. De bediende komt uit een dorp niet zo ver van het gehucht van Kasab vandaan. Hij kan helemaal niet lezen of schrijven. Hij gelooft bijna alles wat de familie hem wijsmaakt.

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief