Het is een druilerige morgen wanneer ik mijn fiets pak en besluit koers te zetten naar de plaatselijke Albert Heijn. Ik moet, ik zal.

 

Eerder deze morgen schreeuwden mijn benen om aandacht. Het gevoel maakte me zelfs wakker. Fietsen zul je, vlerk! Ik deed een poging het aandringen te stoppen, maar tevergeefs.

 

Op de fiets dwaalt mijn gedachte langzaam af naar ongeinteresseerd kijkende kamelen, schreeuwende Chinezen, agressief blaffende aangeketende en niet-aangeketende honden (die zijn gevaarlijker), rondkruipende maden in een Turkmeens toilet en ga zo maar door.

 

Ik fiets op een fietspad. De passerende auto's rijden met de toegestane snelheid door de bebouwde kom. Auto's stoppen bij een zebrapad voor een overstekende voetganger. Er ligt geen vuil op straat. Wat IS dit allemaal?

 

In een flits schieten de ervaringen van de afgelopen maanden door mijn hoofd. Voorbij denderende vrachtwagens in Turkije, afgesneden worden door auto's in Iran, auto's ontwijken op het zebrapad (in China geldt de regel: bij rood: langzaam lopen, bij groen: rennen), zigzaggend door miljoenensteden fietsen en zelf auto's afsnijden terwijl de automobilisten van diezelfde auto's mobiel aan het bellen zijn. It's a jungle out there.

 

Plotseling word ik wakker geschud door een blaffende hond die op het trottoir zijn baasje probeert te verlaten. De schrikreactie duurt maar even en al gauw realiseer ik me dat Nederlandse honden aardig zijn.

 

In de plaatselijke AH loop ik vervreemd uit een verre wereld minutenlang rond met een leeg boodschappenmandje. De kerstmuziek klinkt op de achtergrond, terwijl moeders met kinderen de karretjes volladen met kerstinkopen. Geen schreeuwende verkoopsters, geen groepen kinderen die een stukje op mijn fiets willen rijden, geen muziekboksen die onevenredig in de straat zijn opgesteld en de koopwaar aanschreeuwen in plaats van aanprijzen.

 

Nee, zonder dat ik het door heb ben ik in de afgelopen maanden veranderd in een wereldburger. En dat zal ik laten blijken ook.

 

Bij de kassa aangekomen laad ik mijn boodschappenmandje uit. Zal ik het doen? Terwijl de lopende band mijn boodschappen dichterbij de kassiere brengt, begin ik wat nerveus te worden. Daar is mijn moment. Ik sta voor de kassa. Het moet nu. Het meisje groet me vriendelijk en ik groet vriendelijk terug. In het Nederlands zelfs. Da's gek.

 

Wanneer ik mijn pas in betaalautomaat steek en het meisje het laatste artikel langs de scanner heeft gehaald komt daar dan eindelijk de ontknopende vraag: heeft u een BONUSPAS?

 

Nu is het tussen het kassameisje en mij. Voordat de twijfel toe kan slaan zeg ik dan eindelijk vol overtuiging:

 

NEE, die heb ik niet.

 

Het is gebeurd, ik heb het er uit gekregen.

 

In de afgelopen negen maanden en zestienduizend kilometer heb ik nooit een verkoopster horen vragen naar een bonus- of kortingskaart. Wat is er aan de hand?

 

Ineens beginnen de puzzelstukken samen te vallen. Het druilerige weer, het schone straatbeeld, het rustig rijdende verkeer, de stoppende automobilisten voor het zeebrapad, de vriendelijke hond. Het is saai, maar voelt vertrouwd.

 

Nu weet ik het, ik ben weer terug, ik ben weer in Nederland.

 

www.west2eastcoast.com

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief