“De mensen zijn weer bang,” vertelt Kenze Ndamukenze. De Oost-Congolees is coördinator van het ontwikkelingsconsortium DCR, dat in de streek Lubero (Noord-Kivu) projecten uitvoert. Vorig jaar reisde ik af naar dit gebied. Toen was er geen directe oorlog en was het redelijk veilig. Enkele weken later namen M23 rebellen de stad Goma ten zuiden van Lubero in en ten noorden van Lubero de stad Beni. ‘Oh ja, Beni, die stad die een paar honderd meter asfalt had in plaats van alleen modderwegen’, denk ik. “Lubero ligt ingesloten in oorlogsgebied, de bewoners hebben het gevoel dat de rebellen elk moment een aanval op hun dorpen kunnen doen,” zegt Kenze.

 

De ontwikkelingsorganisaties organisaties ZOA, Care, Save the Children en Healthnet TPO werken samen in zes landen waaronder Congo, Burundi en Zuid-Sudan, onder de naam Dutch Consortium for Rehabilitation (DCR). In een programma van vijf jaar ondersteunen ze de bevolking met activiteiten gericht op inkomensverbetering,  landbouw, betere toegang tot water, onderwijs en (mentale) gezondheidszorg  en werken ze met hen aan goed bestuur. Voor hun werk in Congo ontvangen ze voor vijf jaar gezamenlijk ruim 14 miljoen euro van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Wat betekent dat, leven in angst?
“Het zorgt ervoor dat mensen bang zijn iets op te bouwen. Dorpsbewoners willen niet sparen, uit angst dat de rebellen komen om het af te pakken. Een van de projecten die wij als DCR uitvoeren, is het ondersteunen van groep jes mensen  die gezamenlijk sparen waardoor individuele leden krediet kunnen opnemen voor hun kleine handel of om bijvoorbeeld een landbouwinvestering te kunnen doen. We merken nu dat mensen hun geld niet meer zo makkelijk toe vertrouwen aan de groep.”

Hoe ga je daarmee om?
“We praten met mensen om ze toch te overtuigen. De M23 is nu zwak, ze hebben verdeeldheid in het leiderschap. Ik denk dat ze de gebieden die ze al controleren nu niet verlaten. Het is overigens niet het enige probleem waar we mee te maken hebben. Er zijn ook hevige overstromingen geweest, waardoor oogsten verloren zijn gegaan. Wij helpen mensen door zaden te leen te geven en hen te leren hoe ze hun opbrengst op het land kunnen vergroten. Maar als er zoiets gebeurt, zijn velen weer terug bij af en beginnen we weer opnieuw.”

Gaat er ook weleens iets goed?
“De samenwerking tussen de verschillende ontwikkelingsorganisaties gaat steeds beter. Als mensen op verschillende gebieden hulp krijgen kunnen ze echt een stapje vooruit maken in hun leven. We zijn nu gezamenlijk bezig met een strategie voor de verkoop van landbouwgewassen. Als boeren in hun eentje de markt op gaan met een paar gewassen die ze zelf verbouwen, dan krijgen ze daar vaak geen goede prijs voor. Wij helpen de boeren samen te werken, zodat ze wel een goede prijs voor hun producten kunnen vragen.”

Je woont zelf in Goma. Hoe is het daar nu?
“Ik woon niet meer in Goma. Toen onze eigen buurt gebombardeerd werd, ben ik de stad ontvlucht. Dat was een verschrikkelijke dag in november 2012. Ik zat met mijn vrouw en kinderen in de auto om naar een veiliger deel van de stad te vertrekken, toen een vriend belde dat hij was geraakt door een bom. Ik kon niet anders dan terug gaan om hem te halen. Hij zat onder het bloed, dat hebben mijn kinderen nu gezien. Toen we hem eenmaal bij het ziekenhuis gebracht hadden, was het al te laat om nog veilig verder te kunnen reizen. We moesten in het ziekenhuis overnachten. Later zijn we naar mijn broer gegaan in een veiliger deel van de stad. Toen het een paar weken later rustiger werd, zijn we het land uit gegaan. Mijn vrouw en kinderen wonen nu in Kampala in Uganda.”

Wanneer keren jullie terug?
“Als het rustig en veilig is. Maar dat kan nog jaren duren. Het probleem is dat de enige manier om rijk te worden in Congo, is door je aan te sluiten bij de regering of bij een rebellenbeweging. Velen doen dat laatste. Ze zaaien angst en verderf en zeggen vervolgens tegen de regering: “Goed, ik stop met moorden, in ruil voor een mooie functie met een mooi huis en een mooi salaris.” Op deze manier komt er nooit een eind aan de oorlog. De regering heeft wel geld, maar dat wordt niet ingezet om mensen te helpen.”

Hoe blijf je zelf gemotiveerd om mensen te helpen?
“Het is wel moeilijk want mijn familie zit in Kampala en ik in Congo, dus ik mis ze erg. Mijn dochter is bang om naar Congo terug te keren. Maar humanitair werk is de enige manier om het land vooruit te helpen. Door mensen te leren hoe ze een eigen inkomen kunnen verwerven en op die manier zelf een stapje vooruit te komen, hoop ik dat we gemeenschappen langzaam kunnen veranderen.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Ellen de Lange

Over de auteur

Ellen de Lange schrijft over klimaat en duurzaamheid en was projectleider data bij OneWorld
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief