Tegenover mijn huis wordt nu al meer dan een jaar aan een nieuw paleis gewerkt. Eerst moest de oude woning tot aan de grond toe worden afgebroken. Huizen hebben geen enkele waarde in de Indonesische hoofdstad, bevestigt mijn huisbazin, een kwieke bejaarde dame die keurig Nederlands spreekt. Haar man volgde voor de onafhankelijkheid zijn opleiding bij de marine in Den Helder. Ze kochten het huis toen Soeharto nog aan de macht was en de economie er beroerd voor stond.

Maar sinds de stijgende welvaart gaat het vooral om de grond en die kan in de miljoenen Euro’s lopen. In korte tijd zijn de grondprijzen compleet over de kop gegaan, waardoor zelfs voor een normaal middenklasse gezin Jakarta onbetaalbaar is geworden.

Mijn huis met oranje Hollandse dakpannen stamt uit eind jaren zestig, met een ouderwetse Franse veranda waar voor de open ramen gaas is getimmerd.  “Als ik het zou verkopen, breekt de nieuwe eigenaar als eerste de woning af”, zegt ibu (mevrouw) Endang. Ze vindt het zelf ook ongelooflijk, maar zo verwend gedraagt zich tegenwoordig de nieuwe Indonesische elite.

Ze vertelt dat de rijken het liefst de grond volbouwen tot aan bijna de laatste centimeter toe. Van tuinen houden ze niet, want wie zit er nou ’s avonds in de hitte tussen de prikkende muggen? Nou, ik zei de gek. Ibu Endang werkte jaren in haar weelderige tropische tuin dus ze weigert haar huis te verkopen, hoeveel er ook voor haar grond wordt geboden.

Terwijl ik schrijf, dringen de bouwgeluiden steeds heftiger mijn kantoor binnen. Ook al staat de airconditioning aan, niet vanwege de hitte, maar in de hoop het binnen nog een beetje rustig te houden. Sinds de drilboren en de machines zijn gearriveerd die grote palen in de grond moeten slaan, is er geen plek meer waar je het lawaai niet hoort.

De buren aan de andere kant van mijn huis waren net klaar met de bouw van hun nieuwe woning. Geen dag in de week is het nog rustig. Acht uur in de ochtend beginnen de bouwvakkers. Magere mannen in versleten kleren, die zonder helmen op hun hoofd of enkele beveiliging, bijna de hele dag non-stop werken. Tussen de middag hebben ze even een uurtje om uit te rusten. Tot ’s avonds laat gaat de bouw gewoon door. Zeven dagen per week.

De vakbonden dreigden vorige week alle fabrieken door het hele land stil te leggen als het minimumloon niet zou worden opgetrokken naar 1.7 miljoen roepia’s, 141 Euro per maand. De werkgevers en de bonden zijn nog in onderhandeling. De vorige gouverneur beloofde de bouwvakkers dat hun dagloon tot 141.000 roepia’s, ongeveer elf Euro, zou worden verhoogd. De magere mannen tegenover mijn huis krijgen nog niets eens de helft en hun eten moeten ze zelf betalen.

De enige die flink aan ze verdient is die rijke familie die het airco paleis laat bouwen voor een fooi. Zolang de arbeidslonen zo laag liggen, blijven zij huis naar huis afbreken. Eigenlijk heb ik zin om eens flink bij die asociale familie mijn beklag te doen. Vorige week kwamen ze in traditionele Javaanse kleding en brandende wierookstokjes langs om het nieuwe huis al vast in te zegenen. Niet dat ze even bij alle buren aanbelden om zich te verontschuldigen voor het lawaai of het verstoren van de zondagsrust.

Ik heb mijn mond gehouden en op zijn Javaans teruggelachen toen ik op de fiets voorbij kwam. De arbeiders worden per dag betaald. Ze komen allemaal uit dorpen die ver buiten Jakarta liggen. De meesten proberen zoveel mogelijk geld te sparen. Ze slapen ’s nachts onder een zeiltje in de bouwput. Als het huis over een half jaar klaar is, hopen ze hun familie thuis blij te maken.

Zo goed en kwaad als het kan heb ik me voorgenomen aan het lawaai te wennen. In het huis schuin tegenover mij woont een bejaard echtpaar dat misschien wel naar een appartement wil. Dat wordt de volgende bouwput. Zolang iedereen de overlast accepteert, heb ik me als buitenlander maar gewoon aan te passen. Maar soms, heel soms, heb ik zin om s’ avonds of zondagmiddag op een stoel te gaan staan en voor het hek te schreeuwen of het nu even wat zachter kan.
   
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief