Één miljard moest eraf, maar het beleid werd ‘meer met minder’. Vrijdag presenteerde minister Ploumen haar nieuwe beleidsplan: ‘Wat de wereld verdient’. OneWorld-hoofdredacteur Hans Ariëns hield het tegen het licht.

Het is altijd link om krasse uitspraken te doen, als je nog maar net begonnen bent. Half november riep minister Ploumen voor Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel stoer dat ze één miljard ging bezuinigen ‘zonder kaasschaaf’. Harde keuzes kwamen er, een beperkt aantal speerpunten zou de dans ontspringen, de rest kwam flink aan de beurt.

Een half jaar later en een hoop denkwerk verder ligt er het met een fraaie woordspeling getooide beleidsplan ‘Wat de wereld verdient’. Waar voorganger Ben Knapen voorzichtig inzette met een ‘basisbrief’ van een paginaatje of tien, pakt Lilianne Ploumen uit met vijftig-plus pagina’s. Hopla. Daarvoor krijgen we veel mooie woorden, treffende analyses en ook wel goede (beleids-)voornemens om de armoede de wereld uit te helpen in een generatie, en tegelijkertijd de Nederlandse (handels)vlag overal fier in top te laten wapperen. Persoonlijk worden we een beetje moe van de zoveelste analyse dat de machtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd, dat China in Afrika de lakens uitdeelt en dat de meeste armen tegenwoordig in middeninkomenslanden wonen. Maar vooruit, het is kabinetsbeleid en dan ga je niet over een nacht ijs.

We zien behalve mooie voornemens ook uitgestelde keuzes, zoals over het fonds voor het Nederlandse en lokale mkb, over het budget voor vredesmissies samen met ministers Hennis-Plasschaert en Timmermans, en over waar de gelden voor klimaatverplichtingen vandaan moeten komen. En we zien veel, heel veel speerpunten voorbij komen.Vrouwenrechten, seksuele en reproductieve rechten, voedselzekerheid, water, veiligheid en rechtsorde. En eigenlijk ook noodhulp, want dat is de enige post waarop, samen met vrouwen- en seksuele rechten, niet wordt bezuinigd. Het gekke is dus dat er op andere speerpunten wel, en soms zelfs fors wordt bezuinigd. Dat komt omdat veel van het budget vastligt, zegt de minister, zoals de bijdrage aan de Europese hulp, en dus de dans ontspringt. Maar als je je speerpunten niet ontziet, dringt het beeld van de kaasschaaf zich toch weer op.

Wij van OneWorld helpen de minister graag en hebben daarom een ander en, vinden wij zelf, beter plan opgesteld. Het is doodsimpel: schaf de hulp van land tot land, in jargon bilaterale hulp, af. Hier komen de argumenten:

  • Hulp loopt sowieso op z’n eind en een aantal landen dat nu nog Nederlandse hulp ontvangt, zoals Indonesië, Ghana en Kenia, heeft genoeg eigen middelen. Hallo, Indonesië is lid van de G20! Ook andere landen als Ethiopië of Mozambique, zegt de minister steevast, hebben liever onze investeringen dan onze hulp.
  • Ouderwetse hulp van het type waterputten slaan en schooltjes bouwen is nog nodig in fragiele staten. Maar daar bereik je niet zo veel van overheid tot overheid, omdat er nauwelijks een overheid is. Beter kun je daar via hulporganisaties of internationale instituten als de VN en de Wereldbank werken.
  • Het is veel effectiever om hulp samen met anderen te geven. Dan kijk je waar een land het meeste behoefte aan heeft, aan steun voor de gezondheidszorg of voor de infrastructuur. En dan hoeven ze in pakweg Ethiopië of Mozambique niet elke dag een delegatie uit een ander donorland te ontvangen. Houdt ze daar dus ook minder van het werk.
  • Ongelijkheid binnen landen is een groot probleem, vindt ook de minister, maar die los je niet met directe hulp tussen landen op. Daar moet de eigen bevolking in India of Brazilië wat aan doen, mogelijk met hulp van westerse maatschappelijke organisaties.
  • ‘Coherentie van beleid’ is een sleutelbegrip voor de minister. Terecht. Maar voor de echt belangrijke zaken moet je in Brussel zijn (Europees landbouwbeleid en handelsverdragen met arme landen, EPA’s), niet in Den Haag.
  • Wat straks werkelijk belangrijk wordt: schaarse schone lucht, schaars water en voedsel, het voortbestaan van de aarde. Wat de minister Internationale Publieke Goederen noemt. Maar ook daarop heb je vanuit Den Haag in je eentje weinig greep.

En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. De kern is dat die hulp van land tot land achterhaald is en eigenlijk zo spoedig mogelijk afgebouwd moet worden. Dat kan tamelijk geruisloos. Ben Knapen haalde in een beweging al 18 van de 33 landen van de lijst af. Voorzover bekend zijn daar geen volksopstanden, rituele verbrandingen van de Nederlandse driekleur, bedreigingen aan Nederlandse ambtsdragers of ander ongerief voor de Nederlandse belangen uit gevolgd. Ze vonden het misschien wel lekker rustig, in Lusaka, Dodoma of La Paz.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier