In een stad als Rotterdam kan iemand als ik, geboren in Suriname, opgegroeid in Curacao en Nederland , de culturele verscheidenheid van deze metropool enorm waarderen.  Uitwisseling en ‘botsing’ van culturen waardoor een nieuwe taal ontstaat geven mij een euforisch gevoel van: op een positieve manier deel uitmaken van deze grote wijde wereld.

Op een januarimiddag in de stad aan de Maas ervoer ik dit gevoel ten volle. Op een nieuwjaarsreceptie babbelde ik met autochtone Nederlanders over Suriname. Zij waren daar vaker geweest in verband met verschillende kunstuitwisselingsprojecten. Ik zag deze kennissen pas voor de tweede keer in Nederland en ons warm en geanimeerde conversatie ging uitsluitend over: Suriname.

Op de een of andere manier hadden deze twee Rotterdammers hun hart verloren aan Suriname. Een van  hen is Casper Hoogzaad. Sinds zijn eerste kennismaking met mens en natuur, liet Suriname hem niet meer los.  Hoogzaad’s nieuwste solo expositie dat vanaf 22 januari tot 15 april te zien is in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, noemde hij simpelweg ‘Suriname’. Hoogzaad ademt Suriname uit en dat is te zien in zijn semi-abstracte schilderijen en tekeningen.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”13466″,”attributes”:{“height”:460,”width”:613,”class”:”media-image media-element file-media-large”}}]]

Het was Thomas Meijer zu Slochteren, die 6 jaar terug een kunstuitwisselingsproject tussen Paramaribo en Rotterdam opzette en waarvan Hoogzaad een van de gelukkigen was deel van uit te maken. Het effect van ArtRoPa – Art Rotterdam Paramaribo – is navoelbaar bij alle kunstenaars en instellingen die deelnamen.  Werken van kunstenaars uit beide steden staan in het land van de ander, zoals ‘de handen’ van Jeroen Jongeleen of ‘de banken’ van Roberto Tjon A Meeuw.

Op diezelfde receptie sprak ik in het overwegend wit, autochtoon gezelschap een Bulgaarse. Teodora. Zij nodigde me uit een expositie te bezichtigen met werken van een Tsjechische en een Kroatische kunstenaar waarvan zij de curator is: Toen ik de expo de volgende dag bezocht, werd ik door de maatschappelijke geëngageerdheid van de kunstwerken in 1 klap geconfronteerd met hoogte-, maar vooral ook dieptepunten uit het heden en verleden van deze twee landen en hoe deze gebeurtenissen hun weerslag hebben gehad op mens en samenleving.

Natuurlijk kun je ook naar Kroatie en Tsjechie gaan. Maar het feit dat ik deze boodschap heb meegekregen via hun imponerende kunst, dat dankzij de Bulgaarse curator een plekje had gevonden in een galerie in Rotterdam, maakte het juist zo bijzonder.

Bij vertrek op die bewuste nieuwjaarsreceptie – ik stond al buiten – sprak een zwarte man mij aan. Vanuit mijn inmiddels beperkt Surinaams multicultureel perspectief – in Suriname wonen schat ik hooguit 20  verschillende nationaliteiten, in een stad als Rotterdam tientallen – ging ik er ongemerkt vanuit dat hij Surinamer of Antilliaan moest zijn. Hij bleek Kaapverdiaan. Het was een aangenaam kennismakingsgesprek waar ik en passant een update kreeg over de laatste ontwikkelingen op de Kaapverdische eilanden. Iets dat me in Suriname niet snel zal overkomen. In een metropool als Rotterdam is dat heel gewoon. Zolang je je ervoor openstelt tenminste.

In de tram terug naar mijn logeeradres in Rotterdam – het huis van mijn moeder – kreeg ik van een donkere vrouw een evangelisch blaadje in de handen gepropt. Zij moet wel Surinaamse zijn, dacht ik, en dat bleek te kloppen. De man die haar vergezelde, was Antillaan. Curacaonaar om precies te zijn. Beiden hadden hun geboorteland lang niet bezocht. Voor hen was het duidelijk dat ik een vreemdeling was in hun stad. In het gesprek dat volgde gafik hen de laatste nieuwtjes uit hun geboorteland. De rode draad van ons gesprek was er eentje van verbondenheid. Natuurlijk zijn er verschillen, maar vooral veel parallellen tussen Rotterdam, Willemstad en Paramaribo.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”13467″,”attributes”:{“height”:685,”width”:1024,”class”:”media-image media-element file-media-large”}}]]

Op dat moment voelde ik mij zoals ik mij zo vaak in Nederland heb gevoeld toen ik er nog woonde: een met de rest van de wereld.. Bij aankomst haalde ik nog even een heerlijk broodje shoarma bij de Turk tegenover mijn moeder. Snel informeerde ik over de nieuwtjes uit Istanbul. Een van mijn favoriete steden die ik omdat in Suriname woon, al meer dan tien jaar niet had bezocht.

Terug op de bank bij moeder thuis,  met een half oog naar de televisie waar een van de vele Nederlandse talkshows voorbijkomt met een opvallend wit gehalte bij de presentatie en gasten, dacht ik terug aan een skype gesprek dat ik eerder die dag had met een Surinaams-Nederlandse vriendin . Zij vertelde mij dat Rotterdamse bestuurders en onderwijsgevenden een nieuwe bedreiging hadden ontdekt. Dat jongeren op Rotterdamse scholen onderling nog nauwelijks Nederlands spreken, maar een zelf ontwikkelde mengtaal dat beïnvloed is geworden door het Turks, Marokkaans, Surinaams, Antiliaans, Engels, Frans, Nederlands en zo nog wat.

Wie niet tot deze groep behoort, kan hen nauwelijks verstaan. Van een dialect zoals de straattaal die in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw is ontstaan, is allang geen sprake meer. Een groot probleem voor bestuurlijk en onderwijsgevend Rotterdam, aldus mijn vriendin. Want hoe zullen deze jongeren nog ooit goed Nederlands (leren) spreken en zich dus een weg vinden in de maatschappij?

Ik begreep er niets van. Hadden deze mensen nog nooit van meertaligheid, multiculturaliteit en natuurlijke ontwikkeling gehoord? Neem Suriname. Zo spreekt de hindoestaan thuis Sarnami, Sranantongo met vrienden van andere bevolkingsgroepen en Nederlands op school en werk.  Sarnami is een volwaardige taal ontstaan als gevolg van de migratie van Indiers naar Suriname. Het is een mengelmoes van verschillende Indiase talen (de hindoestaanse contractarbeiders kwamen uit verschillende delen van India), Sranantongo, Nederlands en Engels. Vrijwel iedere Surinamer heeft zijn ‘eigen taal’ thuis, maar spreekt, leest en schrijft desondanks behoorlijk goed Nederlands. Problemen met meertaligheid kent mij nauwelijks.

Wat gaat er mis in Nederland dat gewoon goed gaat in andere landen? Volgens mij is het een kwestie van perceptie. Dat wanneer je iets als een probleem ervaart, het vanzelf een probleem wordt en blijft. En eenmaal probleem, dit probleem alleen maar groter wordt.

Vandaag was de publieke bekendmaking een vierdelige serie gemaakt gaat worden over het leven van nationalist, verzetsheld, vakbondsman, mensenrechtenactivist, filosoof en schrijver Anton de Kom. Anton de Kom maakte zich onsterfelijk door ‘Wij slaven van Suriname’: een manifest tegen het kolonialisme en pleidooi voor nationalisme, uit te brengen.

Hij werd door dit werk en zijn strijd voor arbeidersrechten in het bijzonder en tegen onrecht in het algemeen, verbannen uit Suriname. In Nederland brak daarna de Tweede Wereldoorlog uit en Anton de Kom werd verzetstrijder. In zijn woonplaats Den Haag werd hij na verraad opgepakt en vond zijn dood in een Duits concentratiekamp. Een belangrijk man voor Nederland en Suriname, wiens leven en werk aan het nageslacht moet worden doorgegeven. Deze serie zal hiertoe een groot impuls zijn.

De hoofdproducent van de serie is een Nederlander van Koreaanse afkomst die ooit zijn hart verloor aan Suriname, InSoo Radstake. Hij maakte al eerder drie documentaires die iets te maken hebben met Suriname. Zijn eerste kennismaking met het land kwam via het documentaire filmfestival van The Back Lot in Paramaribo. Directeur Eddy Wijngaarde had zijn film… en Radstake was gast op dit festival.  Sindsdien heeft Suriname hem niet losgelaten. Zoveel mooie, ontroerende verhalen ontdekte hij om te verfilmen. Zoals dat van Anton de Kom.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”13468″,”attributes”:{“height”:500,”width”:450,”class”:”media-image media-element file-media-large”}}]]

Mooi vind ik het dat een Nederlander met Koreaanse roots de trekker is van een serie over deze Surinamer, die belangrijk is geweest voor Suriname en Nederland. Daar zou geen enkele Surinamer of Nederlander iets tegenin mogen brengen.

Bij interactie van culturen komt een ontwikkeling op gang die als je het zijn beloop laat, niets anders dan positief kan uitpakken. De succesvolle handreikingen die mensen als Meijer zu Schlochteren, Hoogzaad en Radstake doen naar andere culturen dan de hunne en de vanzelfsprekendheid waarmee dit gepaard gaat, is de toekomst waar wij ons met zijn allen op zouden moeten focussen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
nancyderandamie

Over de auteur

Nancy de Randamie keerde in 2002, na 21 jaar in Nederland te hebben gewoond, terug naar haar geboorteland Suriname. Vanuit Sranan Sani …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief