BN’ers hebben het, en goede doelen willen het: bekendheid en aandacht. Dat helpt om mensen gul te laten geven aan de armsten, vluchtelingen, kinderen. Wat brengt het de Bekende Nederlander? Deze keer Unicef-ambassadeur Claudia de Breij.

Claudia de Breij
Cabaretière Claudia de Breij (1975, Utrecht) is begonnen als radio-dj. In 2007 maakte ze de overstap naar televisie. Ze staat in theatershows en zingt. Claudia is moeder van een zoon.

"Betrokkenheid bij de wereld is mij met de paplepel ingegoten. Thuis stond altijd een foto van ons Foster Parents-kind op de kast. Mijn ouders steunden Greenpeace en Amnesty. Later hebben ze hun eigen stichting opgezet, de Holland-Ghana Foundation. Maar het zat ook in mijn karakter. Als ik een ouder persoon de straat zie oversteken met een looprek, bedenk ik dat ze die dag misschien nog niemand heeft gesproken. Dat snijdt me dan door de ziel."

"Zelf hulpverlener worden heb ik nooit overwogen. In stilte je werk doen, past niet zo bij mij, helaas. Ik vind het heerlijk om op een podium te staan. Je moet wel in stilte geven, vind ik. Je hebt van die wijsneuzen die tegen me beginnen: doe zelf eens wat. Ze hoeven niet te weten wat ik overmaak.”

Meer kritiek dan lof
“Mijn ambassadeurschap geeft me wel een dubbel gevoel: ze hebben je nodig omdat je bekend bent en aandacht krijgt. En dan lijkt het al gauw om aandacht voor jezelf te gaan. Ik doe dit uit innerlijke noodzaak, niet voor een beter imago. Als goededoelenambassadeur oogst je tegenwoordig ook meer kritiek dan lof. Ik ging overstag voor Unicef toen ik net moeder was geworden. Heel cliché: ik zag een reclame van Unicef samen met Pampers, waarin moeders overal ter wereld voorbijkwamen, in allerlei kleurige klederdrachten. Ik stond bol van de hormonen en schoot meteen vol. Moest denken aan het nummer van zanger Sting, I hope the Russians love their children too." 

In Tsjaad ontmoette ik een moeder van vijftien jaar in haar hutje. Dan heb je het gevoel dat er een eeuw tussen ons zit

"Er was ook een onromantische reden om voor Unicef te kiezen: ze hebben zo’n groot VN-mandaat dat ze echt het verschil kunnen maken. Ze verkondigen geen politieke standpunten, dat klopt, terwijl ik me wél uitspreek, bijvoorbeeld over duomoederschap. Ze nemen dus best een risico met mij. Maar ik heb me nooit hoeven inhouden – hooguit vloek ik nu wat minder op het podium, dat vind ik zonde van mijn verhaal.”

Geen illusies
“Heb ik zelf in die drie jaar ambassadeurschap iets bereikt? Ja en nee. Ik ben erachter gekomen dat het een hele grote wereld is, daarbuiten, met langdurige en ongrijpbare processen. Zo vroegen we in 2012 aandacht voor een dreigende hongersnood in Tsjaad, maar kregen het niet op de internationale agenda. Pech dus voor Tsjaad. Ik ontmoette daar een moeder van vijftien jaar in haar hutje. Dan heb je het gevoel dat er een eeuw tussen ons zit. Alsof ik de hand schudde van mijn overgrootmoeder. Mijn leven, dat ik een kind heb samen met een vrouw en me daarover uitspreek, staat zo ver van het hare af. Voor haar ben ik gewoon een witte vrouw als alle anderen. Verbondenheid tussen ons is een illusie. Ik ga dan niet de toffe chick uithangen en het hebben over emancipatie en vrouwenrechten. Haar grote zorg is of er wel avondeten is."

"Eerst voelde ik me in dat soort situaties erg ongemakkelijk, nu is het voor mij net als op het podium staan. Als je er zelf van overtuigd bent dat je daar moet staan, is het goed."

"Nog een illusie die ik kwijt ben: ik ga niet meer meemaken dat ze daar genoeg te eten hebben en een gelukkig leven leiden. Van de andere kant: ik was in Swaziland, waar Unicef met medicatie de sterfte onder zuigelingen drastisch heeft teruggebracht. Een hele generatie heeft perspectief gekregen. Zo simpel is het ook weer. Ik ben totaal niet cynisch over hulp geven. Voor mijn ambassadeurschap heb ik veel gelezen over ontwikkelingshulp. Ook werk van critici, zoals The White Man’s Burden van William Easterly. Zij vergeten dat we nog maar kort met ontwikkelingshulp bezig zijn. Kijk maar naar Ethiopië, eerst geplaagd door hongersnood, nu een bloeiende economie. We gaan vooruit."

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief