“De Centraal Afrikaanse Republiek heeft geen functionerend leger. Seleka verwoestte alles, we moesten ons verdedigen, het is óns land. ” De leider van de anti-balakamilities, Ngaissona spreekt.De voornamelijk uit christenen bestaande anti-balakajongeren verdedigen hun dorpen en wijken met zelfgemaakte wapens en kapmessen tegen de hoofdzakelijk uit moslims bestaande Seleka-eenheden. Ze voelen zich beschermd door amuletten en zien er beslist angstaanjagend uit met hun pruiken, hoofddoeken en primitieve wapentuig. 

Ngaissona verdedigt de brute moorden door de anti-balakajongeren, die hij ook zo noemt: ‘les jeunes’. Ook vraagt hij ons begrip voor het verbranden en soms zelfs opeten van de lijken van gedode tegenstanders. Ngaissona ontsteekt in razernij als we aanstippen dat hij gezocht wordt, voor oorlogsmisdaden en meer verschrikkelijks. “Waar ik chagrijnig van word”, knort hij, “is dat de internationale gemeenschap zich tegen óns richt, in plaats van tegen de wortels van het kwaad”. Hij heeft het over de Seleka milities.

Darass ondersteunt het vredesakkoord wél, zegt hij. Alleen heeft hij een dingetje met ontwapening.

Ook aan de kant van de Seleka heerst onvrede. In het huis van Generaal Zoundeko, één van de twee rivaliserende Seleka-hotshots aan de frontlinie in Bambari, wemelt het van de zwaar bewapende jonge jongens. Zoundeko is boos. “Niemand heeft iets gedaan voor de Moslims. We zijn met duizenden afgeslacht. Natuurlijk ontwapenen wij niet, we zijn niet gek!” Het vredesakkoord, dat in januari 2013 werd getekend,  maait Zoundeko ook met één zwaai van tafel.

Geheel omcirkeld door mannen met tulbanden en machinegeweren spreken we met de rivaal van Zoundeko, generaal Darass. Hij domineert de goudmijnen en een deel van de seleka-milities. Darass ondersteunt het vredesakkoord wél, zegt hij. Alleen heeft hij een dingetje met ontwapening, een van de belangrijkste punten uit dat akkoord. Ontwapenen? “Nee, da’s geen goed plan.”

Met uitzicht op een muurtje kratten met lege bierflessen zit de Gabonese luitenant van MISCA, het Afrikaanse vredesleger dat inmiddels anderhalve maand geleden is ondergebracht bij de VN-vredesmissie, in zijn kantoor ín een vluchtelingenkamp. Hij vertelt dat ze echt hun stinkende best gedaan hebben om het geweld te stoppen. Toen de anti-balaka bijvoorbeeld de kerk aanvielen, waren zijn mannen er als de kippen bij. Maar de doden waren al gevallen. De militair die in de deurpost hangt laat een dikke scheet. In het kamp vertelt een moeder over de verkrachting van haar vijftienjarige dochterdoor een MISCA-militair, een collega van de Gabonese luitenant. Misschien wel na een gezamenlijk biertje.  

Ondertussen telt de gevangenis van Bangui, de enige in het hele land die nog in bedrijf is, op de kop af 411 gevangenen

Ondertussen telt de gevangenis van Bangui, de enige in het hele land die nog in bedrijf is, op de kop af 411 gevangenen. Eentje biedt ons gouden ringen te koop aan, een andere ligt huilend op een bankje. “Pijn in zijn rug”, zegt een bewaker met bloeddoorlopen ogen. “Een rechtszaak en een advocaat?”, mijn collega grinnikt, als ik er naar vraag. “Dit land heeft geen politie, geen justitie, geen rechtbank en dus geen recht.” Naar school gaat ook niemand meer. De ziekenhuizen zijn leeggeroofd of hebben geen personeel en hulpmiddelen en elektriciteit is er vrijwel nergens. Evenmin als stromend water.

Ce qui me chagrine un peu? Dat wij, de internationale gemeenschap, besluiten tot de inzet van een VN-vredesleger. Dat we er na dat besluit vijf maanden over doen om dat leger operationeel te laten zijn, met grosso modo dezelfde mensen, wapens en middelen die er op de dag van het besluit al waren in de Centraal Afrikaanse Republiek. Met dezelfde wegen – pardon geen wegen – als een jaar geleden. De groene baretten gingen af, de blauwe van de Verenigde Naties zijn inmiddels op. En daar moet het land het mee doen.

Ca me chagrine. Zeg dan gewoon dat CAR ons niks kan schelen.   

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van Stichting Vluchteling. Ze is opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief