Timangolo – Uit het niets doemt een stad van witte tenten op. De droge warme wind rukt aan onze kleren. Op de open vlakte voor de tenten lopen honderden mensen kris kras door elkaar heen. De een met een geelbruin uitgeslagen jerrycan in de hand, de ander met een stuk touw of wat losse takken. Een enkele witte jas met een rood kruis licht op tussen de Afrikaanse kleurrijke kledij.

Vluchtelingenkamp Timangolo ligt in Oost-Kameroen. Tien kilometer verderop is de grens met de Centraal Afrikaanse Republiek, waar sinds 2013 een politiek-religieuze oorlog woedt. In Timangolo hebben zich ruim zesduizend Islamitische vluchtelingen gevestigd, onder supervisie van UNCHR en het Rode Kruis. In het gehele grensgebied van Kameroen bevinden zich volgens de laatste cijfers ruim 27.000 geregistreerde vluchtelingen, opgesplitst in vier kampen die tientallen kilometers uit elkaar liggen. Vermoedelijk verblijven er ook een paar duizend vluchtelingen ongeregistreerd, verstopt in rurale gebieden en omliggende dorpen.

'Malaria, ondervoeding en infecties zijn de meest voorkomende problemen', legt Peggy Pentshi a Maneng, het hoofd van de UNCHR operatie, uit. 'Soms hebben ze weken gelopen of zich schuilgehouden in de bossen zonder voedsel en medische hulp voordat ze bij de grens van Kameroen aankomen.'

[[{“fid”:”29560″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_volle_breedte media-element file-file-styles-artikel-volle-breedte”,”id”:”styles-6-0″}}]]CAR-vluchtelingen in het Timangolo-kamp, tien kilometer van de grens met de Centraal Afrikaanse Republiek waar sinds 2013 een politiek-religieuze oorlog woedt.

Foto: Anna Mayumi Kerber

Geweldsspiraal
Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) is sinds maart vorig jaar vervallen in een spiraal van wraak, moord en misdaad. De politiek georiënteerde coup van de noordelijke Islamitische Seleka rebellen veranderde in een moord- en plunder campagne jegens de overwegend Christelijke bevolking. Als reactie daarop ontstond de Anti-Balaka militie, een Christelijke groepering die zich ook weer schuldig maakte aan dezelfde geweldspiraal, nu echter gericht op de moslim minderheid.

Meer dan een jaar later is een kwart van de bevolking op de vlucht geslagen naar buurlanden Kameroen, Tjaad en Congo en zijn duizenden Moslims en Christenen vermoord. Buitenlandse vredestroepen onder leiding van de Afrikaanse Unie (AU), Frankrijk en de Europese Unie (EU) zijn er tot nog toe niet in geslaagd de vrede te herstellen. Inmiddels vreest UN-generaal Ban Ki-Moon vreest voor een 'tweede Rwanda' en volgens voormalig kolonisator Frankrijk dreigt er genocide.

1044 kilometer lopen
Saidou Demgui (47) is een van de vluchtelingen in het Timangolo-kamp. Hij deed er twee maanden over om van Bougiaé, zijn dorp in Centraal Afrikaanse Republiek, hier te komen. Twee weken verstopte hij zich met zijn vrouw en kinderen in de bossen, om vervolgens 1044 kilometer te voet af te leggen. 'Toen de Anti-Balaka kwam moesten we rennen, we konden niks meenemen. Mijn vader is oud en zijn benen waren te zwak, hij kon ons niet bij houden.'

[[{“fid”:”29561″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_volle_breedte media-element file-file-styles-artikel-volle-breedte”,”id”:”styles-6-0″}}]]'Mijn vader is oud en zijn benen waren te zwak, hij kon ons niet bij houden.'Saidou Demgui (47) vlcuhtte in twee maanden naar het Timangolo-kamp en liep met zijn gezin 1044 km.. Foto: Anna Mayumi Kerber

Ondervoeding
Met behulp van houten balken en plastic zakken is in het midden van de open vlakte een eerste hulp kliniek gecreëerd. Een zee aan vrouwen in gekleurde doeken met huilende kinderen wacht hier in de schaduw op enkele medische hulpverleners. Amina (12) zit met haar jongere zusje weggedoken onder een felblauwe doek. Haar is zusje ondervoed. Net als veel andere jonge kinderen in deze ruimte, is ze vel over been. Haar oogwit is geel geworden, haar ellebogen en knieschijven prikken door de dunne huid heen.

'Vanaf Bossambele, een klein dorp in Ombella-M'Poko, zijn ze komen lopen, vertelt Amina. Ze hebben geen ouders meer en alle familie is weggegaan uit het dorp, begrijp ik uit een paar losse woorden. Wekelijks wordt haar zusje door de hulpverleners middels een houten plank opgemeten en op een grote ijzeren weegschaal getild. Amina hoopt dat ze snel beter wordt.

Teruggaan geen optie
Volgens UNCHR-hoofd Pentshi a Maneng lijkt de situatie in de CAR te stabiliseren. Deze maand zijn nog maar 630 vluchtelingen binnengekomen, dat is aanzienlijk minder dan eerst, legt ze uit. 'Dat geeft ons ruimte om na te denken over de toekomst, over integratie en werkvergunningen.'

Teruggaan lijkt voorlopig geen optie. Wat er nog over is van de Moslim gemeenschap in de CAR kan zich niet zomaar op straat vertonen. Bovendien wil Saidou niet meer terug, zegt hij. 'Dat is waar mijn vader werd vermoord, waar de Anti-Balaka al mijn vee afnam. Ik kan daar niet opnieuw beginnen. '

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Freelance 'camjo' journalist, voor tv en geschreven media. De afgelopen jaren bracht ze verhalen over Colombiaanse koffieboeren, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief