De schrijver is net vader geworden, en woont daarom nu in een verrassend groene wijk van Hoofddorp. Bij binnenkomst blijkt hij nog bezig met zijn ontbijt, een forse kom gewelde havermout met rozijnen, walnoten en lijnzaad. Met zijn juichend ontvangen tweede roman Wees onzichtbaar heeft Murat Isik (40) een ‘volstrekt Nederlands verhaal’ geschreven over een jongen die in de jaren ’80 en ’90 opgroeit in de Bijlmer. Volstrekt Nederlands, maar ook weer niet.

‘Een waardevol literair geluid in het huidige identiteits- debat’ ( flaptekst, uit de recensie in NRC Handelsblad) of toch een gewone Nederlandse roman?

“Ik heb het zeker niet geschreven als een bijdrage aan het identiteitsdebat. Voor mij was het primair een verhaal over een jongen die verandert, in een wijk die langzaam transformeert in een getto, en is opgegeven door de overheid. Toen het boek net uit was, trad ik samen met Abdelkader Benali op in Bremen. Ik vertelde hem over het boek en hij zei: ‘Voor het eerst wordt het verhaal van de linkse atheïstische Turkse Nederlander (de vader, red.) verteld, dat geeft een heel ander beeld van de Turkse Nederlander. Zo had ik er nog niet naar gekeken. Ik kreeg veel enthousiaste reacties van lezers die zich in het verhaal herkenden: van linkse Turkse Nederlanders die de vader guur herkenbaar vonden, maar nog veel meer van Nederlanders die de beschrijving van een jeugd in de Bijlmer treffend vonden. Mijn redacteur noemde het the great Dutch novel.

Het is dus zeker geen migrantenboek. De Bijlmer is mijn wereld, ik ken geen andere wereld zo goed.”

Turk of Nederlander?

“Ik ben Nederlander. Ik ben hier niet geboren, maar wel gevormd en geworteld. Als Nederland tegen Turkije voetbalt, ben ik voor Nederland. Ik zeg vaak tegen Turks-Nederlandse jongeren: ‘waarom noem je je Turk? Je bent hier geboren. Claim je Nederlanderschap!’ Kijk, ze gaan ook niet terug naar Turkije. Probeer te voelen dat je hier hoort, vrij bent, en allerlei mogelijkheden hebt.

Natuurlijk is er discriminatie en uitsluiting. Zelfs premier Rutte erkent dat, maar hij zegt er onbegrijpelijk genoeg bij dat hij er niks aan kan doen, en dat je je maar in moet vechten. Als je 18 bent, Mehmet of Ali heet, en je stageverzoek voor de vijftigste keer wordt afgewezen, kun je daar echt niks mee. Voor veel jongens ie het een bevestiging van het gevoel dat ze tweederangsburgers zijn, dat ze er niet bij horen. En een bezopen uitspraak van Rutte als ‘de integratie is mislukt’ versterkt dat gevoel alleen maar.’

Zelf heb ik ook, op een ander niveau, met discriminatie te maken gehad. Op de middelbare school werd ik gepest. Net als de hoofdpersoon in mijn roman noemden ze me De Schoonmaker, omdat ik een Turkse achtergrond heb en uit de Bijlmer kom. Van mijn lagere schooltijd, op een zwarte school in de Bijlmer, herinner ik me een rondleiding in het Rijksmuseum door een dame uit Zuid. ‘Wat jammer dat er geen Nederlandse kinderen bij zijn’, zei ze. ‘Hoezo?’, vroeg een van ons. ‘Nou, die zouden wel een werk van Vincent van Gogh kennen.’ Ik kende De Aardappeleters van een item in het Jeugdjournaal over de inbraak in het Kröller-Möller Museum, maar ik durfde het niet te zeggen.

Mijn vader wilde niet dat we opgroeiden in een Turkse wijk met sociale controle, dus streken we neer in de Bijlmer. Ik had het geluk dat mijn ouders hun best deden om mij naar het vwo te krijgen, terwijl mijn basisschoolleraar dat te hoog gegrepen vond. Mijn ouders gingen met succes het gevecht aan. Velen, ook vrienden van mij, hebben dat geluk helaas niet gehad. Het is anno 2017 nog steeds een probleem.”

Net als de hoofdpersoon in mijn roman noemden ze me De Schoonmaker, omdat ik een Turkse achtergrond heb en uit de Bijlmer kom.

Hoofddorp of de Bijlmer?

“Tijdens een van de interviews over mijn roman werd me gevraagd: ‘Heb je heimwee naar Turkije?’ Ik vond het een vreemde vraag. ‘Nee’, zei ik, ‘ik voel heimwee naar de Bijlmer.’

Een paar maanden geleden zijn we van Nieuw-West naar Hoofddorp verhuisd. Hier betaal je minder voor meer huis. Hoofddorp heeft me in staat gesteld te kiezen voor het schrijverschap. Hiervoor werkte ik veertien jaar lang als jurist. Na een jaar, ik werkte toen bij het UWV, dacht ik al: is dit het nou, de hele dag dossiers wegwerken?

Wetten en regels zeggen me niet zoveel. Ik kan mijn verbeeldingskracht er niet in kwijt. Gelukkig ben ik blijven schrijven. Dat hield me al die jaren overeind.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief