De VN-vredesmacht in Mali (Minusma) bereikt langzaam maar zeker de beoogde sterkte van ruim twaalf duizend soldaten. In april arriveerde het grootste deel van de in totaal 450 Nederlandse blauwhelmen die deel gaan uitmaken van de troepenmacht. Bert Koenders, die aan het hoofd staat van de missie, toont zich in zijn kantoor in de Malinese hoofdstad Bamako tevreden over de tot nu toe bereikte resultaten. "De veiligheid in het noorden is verbeterd, de eerste rebellen hebben hun wapens ingeleverd. Steeds meer scholen en ziekenhuizen zijn weer open."
 
Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken sprak onlangs zijn zorg uit over het vredesproces in Mali. Hij vindt dat het te traag gaat. Deelt u zijn zorg?
Koenders: "Er is de afgelopen maanden vooruitgang geboekt in het vredesproces, maar het valt niet te ontkennen dat er tussen de betrokken partijen een gebrek aan vertrouwen is. Een ander probleem is versplintering. Er zijn meerdere gewapende groepen in het noorden van Mali, die niet alleen met de regering maar ook met elkaar op gespannen voet staan. Het moet snel duidelijk worden wanneer er definitieve vredesbesprekingen beginnen."
                
U denkt dus dat het gaat lukken?
"Het belangrijkste is dat er een houdbaar vredesakkoord komt. We moeten accepteren dat dat tijd kost. Overhaast te werk gaan is contraproductief. Het vredesproces moet inclusief zijn: niet alleen de gewapende groepen, maar ook burgerbewegingen moeten betrokken worden bij de onderhandelingen. Ik probeer zoveel mogelijk met jeugdgroepen en traditionele leiders te praten, zodat hun grieven ook een plaats krijgen in een akkoord."

Bert Koenders
Sinds juli 2013 is Bert Koenders hoofd van de VN-vredesmacht in Mali. Hij was van 2007 tot 2010 minister voor Ontwikkelingsamen-werking. Daarvoor was hij vanaf 1997 namens de PvdA lid van de Tweede Kamer. Van 2011 tot juli 2013 was hij VN-gezant in Ivoorkust.

De economische achterstelling van het noorden is volgens veel analisten de oorzaak van het conflict in Mali. Maar uit een door de VN gefinancierd rapport (Inégalites. disparités géographiques et pauvreté au Mali) bleek in 2011 juist dat noorderlingen gemiddeld het meeste geld te besteden hadden. Hoe zit het echt?
"Heel Mali is arm. Het zuiden net zo goed als het noorden. Door de smokkel met Algerije – van onder meer brandstof, levensmiddelen en sigaretten – verdienen sommige noordelingen inderdaad veel geld. Maar dit geld druppelt vaak niet door naar de armste delen van de bevolking. Ook wat betreft scholing en infrastructuur is het noorden slecht bedeeld. Feit is dat veel noorderlingen zich achtergesteld voelen. Of dit deel van Mali minder arm is dan het zuiden kan ik niet zeggen. Daarvoor is meer onderzoek nodig."
 
Is dit een vechtmissie of een opbouwmissie?
"Allebei. Waar nodig zullen blauwhelmen in actie komen om de bevolking actief tegen  extremisme te beschermen. Daarnaast besteedt Minusma ook veel aandacht aan lokale verzoening en ontwikkeling. De zogenoemde 3D benadering (Diplomacy, Defence, Developement) staat dus centraal. De Malinese staat functioneerde de afgelopen jaren slecht, daar verandering in brengen is essentieel. Daarom leveren we ook assistentie bij de opbouw van goed bestuur. We besteden onder meer aandacht aan de verbetering van de rechterlijke macht, training van politie en leger, scholing en gezondheidszorg."
 
Corruptie was de afgelopen jaren een groot probleem in Mali. Geld voor hulpprojecten kwam vaak niet terecht op de juiste plaats. Hoge regeringsfunctionarissen waren betrokken bij onder meer drugsmokkel of hadden banden met al-Qaida, dat in de  Sahara sinds 2003 miljoenen euro's verdiende met het ontvoeren van westerlingen. Heeft de internationale gemeenschap niet te lang de ogen gesloten?
"Deze problemen waren al bekend toen ik minister was van Ontwikkelingssamenwerking. In die periode (2007/2008) heb ik daarom mede het initiatief genomen meer aandacht te besteden aan corruptiebestrijding in Mali. Nederland was onder meer betrokken bij de oprichting van het Bureau du Vérificateur General (BVG), een Malinese overheidsinstantie die corruptie bestrijdt. In evaluaties stelde mijn ministerie in Den Haag openlijk aan de orde dat de controle op de besteding van hulpgeld in Mali onvoldoende was. Het is dus te stellig om te beweren dat we onze ogen sloten."

De Nederlandse soldaten in Mali gaan inlichtingen verzamelen over criminele en terroristische netwerken. De burgemeester van de stad Gao, waar de Nederlanders gelegerd zijn, is volgens veel Malinezen betrokken bij allerlei duistere praktijken. Gaan de Nederlanders onderzoeken wat hij op zijn kerfstok heeft?
 "Als je inlichtingen verzamelt, ga je natuurlijk niet van tevoren zegen wat je precies gaat doen. Maar onderzoek naar drugssmokkel is zeker een van de zaken die aan de orde zullen komen. De verschillende strijdende partijen en burgerorganisaties hebben duidelijk aangegeven dat de aanpak van criminele netwerken een van de onderwerpen moet zijn in het te sluiten vredesakkoord."
 
Een paar lokale leiders uit het noorden die openlijk banden hadden met al-Qaida, zoals Ahmada ag Bibi, zitten nu in het Malinese parlement. Is dat wenselijk?
"Het is niet aan mij om daar een oordeel over te hebben. Malinezen moeten daar zelf over beslissen. Op dit moment is het vooral belangrijk dat er een vredesakkoord komt. Daarvoor wordt onderhandeld met alle partijen die de seculiere staat en de eenheid van Mali erkennen."
 
Maar sommige Malinese leiders zijn erg onbetrouwbaar. Ze sluiten voortdurend wisselende allianties. Het lijkt me moeilijk onderhandelen met opportunisten.
"Opportunisme is inderdaad een probleem in het noorden van Mali. Mensen zijn vaak vooral bezig met hun eigen belang op de korte termijn. Dat heeft onder meer te maken met de jarenlange afwezigheid van een goed functionerende overheid. Dat proberen we onder meer te veranderen door de versterking van justitie. Lokale functionarissen moeten beter gecontroleerd worden, burgers moeten kunnen rekenen op bescherming. Op die manier willen  we dit opportunistische gedrag helpen verminderen."
 
Hoe invloedrijk is de fundamentalistische islam in Mali? Tegen het terrorisme van al-Qaida is breed verzet, maar de sharia (islamitische wet) is misschien wel populairder dan velen denken. Of niet?
"De meeste Malinezen zijn gematigde moslims. Daarnaast zijn er verspreid over het hele land diverse radicalere groepen. In de buurt van de Gao zijn bijvoorbeeld een aantal dorpen waar veel wahhabieten wonen, een conservatieve islamitische stroming uit Saudi-Arabië. Maar alles bij elkaar is hun invloed relatief beperkt, hoewel dat natuurlijk kan veranderen."
 
Weet u dat zeker dat hun invloed beperkt is? Fundamentalistische moslims waren zo invloedrijk dat ze er in 2009 in slaagden om de modernisering van de familiewet, die al door het parlement was goedgekeurd, tegen te houden. Daardoor kwam er onder meer geen wettelijk verbod op kindhuwelijken.
 Het is een complexe situatie. Maar het lijkt me niet nuttig dat ik daar in mijn huidige functie een mening over geef. Ik heb als doel om actief de gematigde krachten in Mali te ondersteunen."
 
Toearegs en Arabieren, twee invloedrijke etnische groepen in Noord-Mali, hebben een lichtere huid dan andere Malinezen. Vaak kijken ze neer op zwarten. Speelt racisme een rol in het conflict?
"Waar het om gaat is dat iedereen erkent Malinees te zijn. Daar moeten we in investeren. Racistische sentimenten spelen in het dagelijks leven zonder twijfel een rol, net zoals in andere landen in de regio. Het is daarom belangrijk deze gevoelens in kaart te brengen. Maar we moeten niet overdrijven. Tijdens verzoeningsgesprekken in Timboektoe in april werd openlijk over racisme gesproeken. Dat is een goede zaak."
 
In de Malinese media verschenen de afgelopen maanden meerdere malen berichten dat het niet botert tussen u en president Ibrahim Boubacar Keita. Er werd zelfs beweerd dat u was ontslagen. Waar komen deze verhalen vandaan?
"Deze berichten zijn volslagen onzin. Het past een beetje in de niet gecontroleerde en soms gefinancierde roddelcultuur in de lokale media. Ik heb een uitstekende relatie met de president. We zien elkaar geregeld. Waar de verhalen vandaan komen weet ik niet. Het enige wat ik erover kan zeggen is dat sommige Malinezen het gevoel hebben dat Minusma in de noordelijke stad Kidal de Toeareg-rebellen teveel de hand boven het hoofd houdt. Maar dat is niet de werkelijkheid. Blauwhelmen patrouilleren in Kidal gezamenlijk met het Malinese leger. Dat we partijdig zouden zijn, stoelt niet op feiten."

Foto: (cc)

 

670

Over de auteur

Gerbert van der Aa is historicus en journalist die gespecialiseerd is in Noord- en West-Afrika. Hij schrijft onder andere voor Elsevier, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief