In Indonesië bemoeit iedereen zich de hele dag met zijn buren. Bijna over ieder onderwerp in de familie mag je wel meepraten. Maar als de buurman zijn vrouw slaat, doe je de deur dicht en zet je de muziek harder. Vrouwenmishandeling is nu eenmaal een familiekwestie en daar ga jij je niet inmengen. Want jij wil toch ook niet de hele buurt op de stoep hebben staan, mocht jij je vrouw onverhoeds een keer slaan!


Vrouwen, inclusief blauwe ogen, gescheurde lippen, gekneusde armen, houden wijselijk hun mond. In de meeste gevallen zijn ze ‘slechts een simpele huisvrouw’, financieel afhankelijk van de man. Blijf-van-mijn-lijfhuizen bestaan niet. Net zoals de ex-echtgenoot, ook al zorgde zijn vrouw zijn levenlang voor hem, haar geen alimentatie hoeft te betalen. De ouders zien hun gescheiden dochter met de kinderen al thuiskomen. Wat moet de buurt daar wel niet van zeggen. Dus dan blijf je maar bij je plaaggeest, die verduiveld goed weet  hoe afhankelijk je van hem bent.  Je kunt als vrouw in Indonesië bijna geen kant uit.


Wie wel het lef heeft is Siti Rubaidah, echtgenoot van de locoburgemeester Joko Prasetyo van de stad Magalang. Ik ontmoet haar in Jakarta. Ze vertelt me met ingehouden emoties hoe Joko haar met zijn schoen minstens twintig keer tot bloedens toe in haar gezicht, op haar hoofd, op haar buik en haar rug sloeg. Hij mepte haar waar hij haar maar kon raken. ,,Zelfs in het bijzijn van mijn twee dochtertjes vonden de mishandelingen plaats”, zegt ze met een nu iets trillende lip.


Wat was het geval: de locoburgemeester van deze middelgrote centraal-Javaanse stad kon maar niet verkroppen dat Siti hem geen schriftelijke toestemming wilde geven voor een huwelijk met een tweede, veel te jonge vrouw. Toen de mishandelingen geen effect hadden, Siti voet bij stuk hield, gooide hij haar  gewoon het huis uit. Hij trok haar credit card in, blokkeerde de gemeenschappelijke bankrekeningen en ontzegde haar ook nog eens de toegang tot haar kinderen.


Toen locoburgemeester Prasetyo vorige maand toch met zijn jonge vriendin in een moskee trouwde, was voor Siti Rubaidah de maat vol. Ze deed aangifte van de mishandelingen en het illegale huwelijk van haar echtgenoot bij de politie.


Maar de politie weigerde aanvankelijk de zaak tegen de locoburgemeester te registreren. Niemand in Magalang gaf haar enige steun. Ook de schooldirecteur stuurde haar weg toen ze hem huilend vroeg haar kinderen te mogen zien. ,,Iedereen kijkt mij nu met de nek aan. In Indonesië hang je als vrouw, en helemaal niet als burgemeestersvrouw, de vuile was buiten. Ook al slaat je man je halfdood, horen de buren heus het echtelijke geweld door de muren heen, dan sluiten ze toch nog liever hun oren en ogen. Want vrouwenmishandeling is nu eenmaal een familiezaak”, vertelt een strijdlustige Siti.


Siti, ook een voormalige huisvrouw, ontwikkelt zich steeds meer als een activiste die opkomt voor de rechten van vrouwen in Indonesië. Ze heeft de Nationale Mensenrechtencommissie voor Vrouwen in Jakarta ingeschakeld. Ze is deze week speciaal in de hoofdstad voor het geven van zoveel mogelijk interviews aan kranten en televisiestations. Ze houdt zich niet in. Ze is niet meer bang voor Joko. Ze maakt zich alleen heel erg veel zorgen over haar twee dochters van zes en twaalf. Tot vorige week kon ze stiekem via de telefoon van de chauffeur nog met ze praten. Joko kwam er achter en heeft de telefoon van ze afgepakt. Ze weet niet hoe het nu met haar kinderen is.


Ze heeft een goede advocaat in de arm genomen die de scheiding moet gaan regelen. Siti Rubaidah heeft goede hoop dat haar man alsnog wordt gearresteerd en uit zijn ambt wordt gezet. Twee weken geleden kon de districtleider uit Garut zijn kantoor leeghalen. Hij bleek illegaal te zijn getrouwd met een scholiere van 17 jaar.

In de tussentijd probeert Siti’s echtgenoot, om zijn ontslag te voorkomen, zich met haar te verzoenen. Als ze alsnog instemt met zijn tweede huwelijk, krijgt ze de kinderen terug. ,,Hoe verschrikkelijk ik mijn kinderen ook mis, maar ik moet doorgaan met deze strijd. Ik wil graag een voorbeeld zijn voor andere vrouwen in Indonesië die zich niet durven te verzetten. Ik hoop dat de hoge prijs die ik betaal het ooit waard is”.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief