Birma heeft, na India, de grootste populatie wilde olifanten in Azië. “Omdat de afgelopen decennia nauwelijks data zijn bijgehouden, kan ik het aantal slechts schatten. Ik vermoed dat er 23.000 olifanten in Birma leven,” zegt Htun Htun Wynn, beheerder van het olifantenkamp Green Hill Valley.

Doodwerken
Al meer dan tweehonderd jaar worden olifanten door de overheid ingezet voor de houtindustrie, één van de belangrijkste pijlers van de Birmese economie. Voor Myanmar Timber Entreprise (MTE) slepen ongeveer vierduizend olifanten gekapte bomen van het werkterrein in de jungle naar wegen of rivieren. Op die manier hoeven er geen wegen voor de afvoer te worden aangelegd en kan waardevol bos blijven bestaan.

Op papier mag de Birmese MTE-olifant op z’n 55ste met pensioen, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Door de economische druk en het verbod op het vangen van wilde olifanten, dat in 1994 van kracht werd, heeft de ‘werkgever’ baat bij een lang doorwerkende kracht. De olifant ploetert door tot hij niet meer kan. Of dood neervalt.

Leefgebied olifanten
De voormalige lokale gidsen Htun Htun Wynn en zijn vrouw Tin Win Maw begonnen een opvangkamp voor bejaarde en zieke olifanten en namen de zorg van zeven MTE-olifanten op zich. Ze besloten een groot natuurgebied als conservatiepark te gebruiken en huurden daarvoor een stuk natuur met een oppervlakte van 150 hectare van het ministerie van bosbouw. Een flink gebied, maar de olifant heeft behoorlijk wat ruimte nodig om te overleven. Tegelijkertijd zullen zo ook andere bedreigde diersoorten als tijgers, beren, gibbons, rode panda’s en tapirs beschermd worden. Het park staat open voor bezoekers.

Smokkelen van kalfjes
Toeristen die het olifantenkamp bezoeken, kunnen de dieren in en nabijgelegen rivier wassen en voeden. Een korte tocht op een olifant behoort ook tot de mogelijkheden, evenals jungle-trektochten. En bezoekende toeristen kunnen een handje helpen door vijf dollar te doneren voor een nieuwe boom. Wynn en Maw planten voortdurend nieuw bos aan in het gebied.

“Bezoekers zien de olifanten in hun natuurlijke omgeving, en niet in een ‘kermisattractie’, zoals in Thailand. De meeste olifanten die in de Thaise toeristenindustrie worden gebruikt, komen uit Birma. Als kalfje worden ze de grens over gesmokkeld. Het vangen van een jong dier kost vaak drie tot vijf volwassen olifanten het leven. Niet alleen de moeder maar ook andere familieleden, tantes vooral, proberen het jong te beschermen. Wij willen toeristen duidelijk maken dat het niet goed is zo’n olifantencircus te bezoeken. En dat het anders kan. Zoals hier,” licht Maw toe. 

Eigen initiatief
Maw en Wynn zijn een van de weinige Birmese pioniers op het gebied van duurzaam toerisme. Om het project te kunnen bekostigen hebben ze hun appartement in hoofdstad Yangon verkocht. “De overheid heeft er (nog) geen kaas van gegeten. Weet je dat wij de olifanten zelfs huren van de MTE? Je zou verwachten dat ze blij zouden zijn dat wij hun olifanten onderdak verlenen, maar wij moeten hen ervoor betálen.”

De website van Green Hill Valley is nog in de maak, voor contact kun je mailen naar ghv.elephant@gmail.com.

Foto: Aline van der Meulen

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief