Verbeeld ik het me of kloppen mijn gevoelens dat ik me in Pakistan een beetje ongemakkelijk op straat begin te voelen, na de serie bomaanslagen op een kerk, een bus en nu weer een drukke markt in Peshawar? Vrienden nodigen me uit om in Food Street in Lahore te gaan eten, een gezellige drukke straat vol Pakistaanse eetkraampjes. Onlangs ging daar ook een bom af. Ik vraag of we niet gewoon thuis kunnen blijven. Lekker op de mat met de handen de overheerlijke kip van zijn moeder eten.


Mijn vrienden weigeren aan hun angst toe te geven. Zoals de meeste Pakistanen dat vooralsnog lijken te doen. De markten zijn na de explosies en de doden er niet rustiger op geworden, net zoals mijn kapster, een christen, zondag weer ‘gewoon’ naar de kerk gaat.


Immuun voor geweld
Het wordt kebab in een restaurant bij het Gaddafi cricketstadion, dat ooit na deze omstreden en inmiddels overleden Libische leider werd genoemd en waarvan de Pakistanen halsstarrig weigeren de naam te veranderen. We ploffen op een terras neer, waar we ons op bedden met kussens tussen de tientallen Pakistaanse families nestelen.


Een vriend maakt een cynische grap dat een aanslag vanavond op deze drukke restaurants ‘vette prijs’ is. De bedden en de tafels staan allemaal dicht tegen elkaar aan. Ik schat dat er meer dan honderd gezinnen hier aan de kebab zitten.


“Raak je aan aanslagen gewend?” Geef ik als eerste een schot voor open doel. Een vriendin vertelt dat ze in de eerste jaren dat Pakistan werd getroffen door terreur heel wat slapeloze nachten heeft doorgebracht. Ze doceert aan een van de grootste vrouwenuniversiteiten, een gewild doelwit van de extremistische Taliban die zich tegen meisjesonderwijs keren. “Je wordt na verloop van tijd deels immuun voor het geweld”, geeft ze eerlijk toe. “Een aanslag raakt me minder dan twee jaar geleden. De mogelijkheid dat terroristen onze universiteiten binnensluipen, zit in mijn achterhoofd en sluimert niet meer de hele dag.”


Ziekenhuizen
Ik vertel dat ik behoorlijk door Pakistan heb gereisd. De tribale gebieden mocht ik niet in, net zo min de stad Peshawar, die niet open is voor buitenlandse journalisten. Toch sloop ik het wilde westen dat achter de Afghaanse grensstad Peshawar begint een paar keer naar binnen en liep ik regelmatig gesluierd door de stad. Maar nu Peshawar het doelwit is van aan de Taliban gelieerde terreurgroepen blijf ik er voorlopig maar even weg.


“Het is politieke terreur”, zo noemt een vriend de jongste serie van aanslagen op een bus, een kerk en markt in Peshawar, waarbij in totaal meer dan 150 mensen omkwamen en honderden gewond raakten. Enorme aantalen waarbij we ons weinig kunnen voorstellen. Het medisch personeel van de ziekenhuizen kan dat wel: zij hebben nauwelijks voldoende bedden voor alle slachtoffers.


Dialoog
De regering, onder druk gezet door de oppositie, wil met de Taliban gaan onderhandelen. Ook al zijn de besprekingen zinloos – de extremisten willen een complete Islamitische republiek met Sharia, Islamitische wetgeving – toch heeft premier Nawaz Sharif een dialoog toegezegd. Fracties binnen de Taliban willen geen onderhandelingen, maar een complete verwoestende oorlog tegen de staat.


Een vriend beweert dat de gehate geheime dienst in Pakistan ook geen vrede met de extremisten wil, want die gebruiken de militanten in het buurland Afghanistan om vijand India te verjagen, die zich in de achtertuin van Pakistan steeds verder ontwikkelt tot de belangrijkste donor. Op straat verzetten zich steeds meer mensen tegen vredesbesprekingen met de Taliban na de golf van aanslagen in het noordwesten van Pakistan. Niet de angst maar de woede van de bevolking neemt toe.


“Het heeft geen zin meer om bang te zijn”, legt een andere vriend uit. “Voor zowel de staat als de extremisten stelt de kwaliteit van ons leven nauwelijks iets voor. Er is geen bescherming, dat zag je voor de kerk, dat zie je hier voor de restaurants. Vluchten heeft geen zin. Waar moeten we naar toe? We berusten in ons goddelijke lot. Als Allah denkt dat onze tijd is gekomen, zullen we gaan. Maar tot die tijd wil ik in ieder geval zoveel mogelijk van het leven genieten.”


    

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief