Atjeh twee weken na de tsunami
Atjeh twee weken na de tsunami, Foto: CC

Het is druk op de weg tussen de luchthaven van Iskandar Muda en de provinciale hoofdstad Banda Atjeh. Vrachtwagens met bouwmateriaal en heen en weer pendelende taxi’s illustreren de vaart waarmee Atjeh zich ontwikkelt.
 

 

De grondstofrijke provincie heeft de wind in de zeilen sinds de Indonesische regering en de Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) in augustus 2005 een vredesverdrag ondertekenden. Die overeenkomst maakte een einde aan een conflict dat drie decennia duurde en 15.000 slachtoffers eiste. Veel inwoners van Atjeh vonden dat ze nauwelijks beter werden van de aardolie en andere bodemschatten die in hun provincie werden bovengehaald. Nu geniet Atjeh politieke en economische autonomie.

 

De vroegere vijanden werken tegenwoordig samen. In december vorig jaar won Irwandi Yusuf, het voormalige hoofd van de inlichtingendienst van de GAM, de gouverneursverkiezingen. Vorig jaar trok de Indonesische regering 250 miljard roepia (ruim 20 miljoen euro) uit als compensatie voor voormalige rebellen en om de economie van Atjeh weer van de grond te krijgen. Gouverneur Yusuf is ook druk bezig investeerders aan te trekken.

 

Armoede

 

De verwachtingen waren hooggespannen, maar stilaan wordt duidelijk dat het nog lang zal duren voor de gevolgen van de tsunami en de oorlogssituatie van de afgelopen decennia helemaal zijn weggewerkt. De armoede blijft groot en ook de herinneringen aan de oorlog en de catastrofe van december 2004 eisen nog altijd hun tol.

 

 

Atjeh vrouw
Foto: CC

“De tsunami maakte hier ontelbare slachtoffers”, zegt de 42-jarige Zakaria uit Lam Paya, een dorp in de buurt van Banda Atjeh. “Na de ramp konden we aan de slag als bouwvakkers in huisvestingsprojecten van hulporganisaties. Maar nu zijn die banen er niet meer. Voor de meesten van ons is een stabiel inkomen een verre droom.” Veel inwoners van Lam Paya werken in een dichtbijgelegen cementfabriek. Ze kunnen niet elke dag aan de slag en ze verdienen maar 35.000 roepia (3 euro) per dag. Dat is te weinig om een gezin van te onderhouden.
 

 

Landbouw

 

Ook in Lhoknga, nog wat verder van Banda Atjeh en vroeger een bastion van de GAM, zit de meerderheid van de mannen zonder werk. De vruchtbare akkers rond Lhoknga hebben zwaar geleden onder het zeewater. Sommige boeren zijn overgeschakeld op pepers en andere gewassen die tegen een stootje kunnen, maar ze hebben nauwelijks geld om te investeren in landbouwmateriaal en meststoffen.

 

Het moeilijkste hebben de weduwen en wezen het. De 35-jarige Cut Soraya staat er alleen voor sinds 2003. Toen ontvoerde een groep gemaskerde mannen haar man, een coördinator van de GAM. Cut Soraya was toen net drie maanden zwanger van haar derde kind. Na een dag zoeken vond ze het lijk van haar man op straat. Cut Soraya krijgt af en toe geld van de GAM. Maar dat is niet voldoende voor de schoonheidssalon die ze zou willen beginnen om iets te kunnen verdienen.

 

Trauma’s

 

De overgrote meerderheid van de inwoners van Atjeh worstelt nog altijd met diepe angst en onzekerheid. Volgens een onderzoek dat in juni werd gepubliceerd, vertoont 35 procent van de bevolking in de dorpen tekenen van depressie en lijdt 10 procent aan een posttraumatisch stresssyndroom. Bijna driekwart van de inwoners van Atjeh is de laatste decennia getuige geweest van oorlogshandelingen; bijna vier op tien hebben vrienden of verwanten verloren.

 

 

Atjeh hulpverleners delen speelgoed uit
Atjeh, hulpverleners delen speelgoed uit.
Foto: CC

Ook kinderen worstelen met trauma’s. Volgens Dewi Setiawati, een leerkracht aan een secundaire school voor oorlogswezen en kinderen van tsunamislachtoffers in Lhoknga, hebben veel van haar scholieren last van depressies en woede-uitbarstingen. Voor veel kinderen is de oorlog nog niet voorbij. Er zijn leerlingen die zeggen dat ze zich bij de GAM willen aansluiten om vanuit de jungle de strijd weer op te nemen. “Als ze tekenen, verschijnen vaak de vlag van de GAM of een kris (een traditionele dolk) op het papier. Ze hebben tijd nodig om het leven anders te bekijken”, zegt Setiawati.
 

 

Donoren hebben weinig aandacht voor de verwerking van het oorlogsverleden. Er is veel geld voor heropbouw en maar weinig voor psychologische begeleiding en financiële steun voor de verwanten van de 15.000 oorlogsslachtoffers.

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief