“Je kunt jezelf eigenlijk geen journalist noemen in een land waar de waarheid niet verteld mag worden”, zegt Rafael Marques de Morais. Marques is geboren en getogen in Angola: opkomend olieland, belangrijke handelspartner voor de Chinese Volksrepubliek en nummer 153 van 177 op de Corruption Perception Index die de ngo Transparancy International jaarlijks samenstelt.

Al verscheidene malen heeft de Angolese journalist en mensenrechtenactivist te maken gehad met de harde hand van het regime van president José Eduardo dos Santos, dat al sinds 1979 onafgebroken aan de macht is. In 1999 belandde Marques in de cel nadat hij de regering van corruptie had beschuldigd en in 2001 verdween hij opnieuw achter de tralies toen hij samen met een journalist van de Engelse BBC verslag deed van gedwongen huisuitzettingen in de Angolese hoofdstad Luanda. Ondanks de risico’s van het vak blijft Marques echter volhouden, en probeert daarmee ook andere journalisten en bloggers te inspireren de pen ter hand te nemen: “Het mijn burgerplicht de noodzakelijke ruimte te creëren waarbinnen journalisten hun beroep op een veilige manier kunnen uitoefenen. Daarom ben ik naast journalist uiteindelijk ook een activist geworden.”

Universiteit
Marques werd in 1971 geboren en studeerde in het Verenigd Koninkrijk aan de befaamde universiteiten van Oxford en Londen. Zijn journalistieke carrière begon in 1992 bij de door de staat gecontroleerde krant Jornal de Angola. Na een aantal kritische stukken over het regime van Dos Santos werd Marques echter zonder pardon weer op straat gezet. Dat hield de vasthoudende journalist niet tegen om de misstanden in zijn land aan de kaak te blijven stellen, resulterend in zijn arrestatie in 1999 om een artikel genaamd ‘The Lipstick of Dictatorship’.

Ondanks alle beperkingen heeft ons werk wel degelijk impact

Marques werd veertig dagen zonder aanklacht vastgehouden, ging in hongerstaking en kwam er dankzij grote internationale pressie uiteindelijk met een voorwaardelijke straf vanaf. Na een aantal artikelen en een boek over de handel in Angolese bloeddiamanten startte hij in 2008 uiteindelijk de kritische blog Maka Angola. In 2014 ontving hij zelfs de Loeb Award voor internationale berichtgeving voor een uitgebreid artikel in het prestigieuze Amerikaanse blad Forbes: “Maka Angola is een internetportal dat fungeert als een corruptie- en mensenrechtenwaakhond. Door financiële beperkingen draaien we vooral op vrijwilligers, waardoor alleen de belangrijkste problemen aangekaart kunnen worden."

"Desondanks is Maka Angola steeds groter geworden en zijn we ondertussen de meest gelezen online nieuwsbron in Angola. Het recordaantal lezers voor een enkel artikel kwam uiteindelijk op ruim honderdduizend, dus ondanks alle beperkingen heeft ons werk wel degelijk impact.”

Journalistiek en propaganda
Nadat Angola in 1975 onafhankelijk werd van de koloniale overheersers uit Portugal zonk het land snel weg in een burgeroorlog tussen twee strijdende rebellenfacties die bijna dertig jaar zou voortslepen. Het overgrote deel van het conflict werd veroorzaakt door de verkoop van bloeddiamanten en olie, vooral uit de noordelijke enclave Cabinda.

Ondertussen bleef het grootste deel van de bevolking van Angola straatarm. Een situatie die voor criticaster Marques niet de verkroppen was – en dat ondanks de hoopgevende economische groeicijfers na het einde van de burgeroorlog in 2002, nog steeds niet is: “Er is in Angola bijna geen verschil tussen journalistiek en propaganda. Leden van regeringspartij MPLA en hun journalistieke buikspreekpoppen blijven mij voor rotte vis uitmaken. Ik zou een pseudo-journalist zijn, een politiek activist. Maar voor de staatsmedia werken is makkelijk en comfortabel. Tegen die status quo ingaan is de hel. In september 2013 werden ik en mijn collega Alexandre Solombe gearresteerd toen we jonge demonstranten die net uit de gevangenis kwamen wilden interviewen. We werden omringd door niet minder dan 54 speciale politie-eenheden, die ons filmden terwijl ze ons in elkaar mepten.”

Afgelopen najaar moest Marques zich wederom voor de Angolese rechter verantwoorden over zijn werk: “Dit keer is mijn misdaad het blootleggen van de corruptie en executies in het noordoosten van Angola, waar de diamantmijnen liggen. De groep hoge legergeneraals die eigenaar zijn van het diamantwinningsconsortium Sociedade Mineira de Angola, zijn eveneens eigenaar van het beveiligingsbedrijf Teleservice, wiens personeel zich op grote schaal schuldig maakt en mishandelingen en zelfs moord.”

Medialandschap
Ondanks de onvrijheid en de olierijkdom is het overgrote deel van de Angolese bevolking nog steeds straatarm. Toch is Angola de laatste jaren steeds meer in de belangstelling komen te staan van het buitenland. Chinese bouwbedrijven zijn druk doende Luanda opnieuw op te bouwen, de Franse oliemaatschappij Total heeft een groot en opvallend hoofdkantoor aan de welvarende kuststrook gebouwd en ook onze eigen minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking reisde van 9 tot 12 juli 2014 naar Luanda toe, vergezeld door een uitgebreide handelsdelegatie waar grote oliebedrijven als Shell, maar ook enkele scheepvaartbedrijven en bijvoorbeeld een eierproducent deel van uitmaakten. Als er geld te verdienen valt is de vrijheid van meningsuiting kennelijk opeens niet meer zo belangrijk.

Is dat activisme? Jazeker. Conflicteert dat met mijn journalistieke werk? Dat weet ik niet

Marques: “De media met nationaal bereik zijn in handen van de staat en niet veel meer dan een mondstuk van het regime. De radiostations zijn in eigendom van het groepje generaals dat goede vrienden is met de president. ZAP, het grootste televisiestation van Angola, is zoals zoveel in het Afrikaanse land eigendom van de dochter van de president. Van de tien weekbladen in circulatie is er welgeteld eentje die een kritische positie tegenover de regering durft in te nemen. Dat blad heet Folha 8 en zetelt in Luanda. Het heeft een oplage van een luttele 5.000 exemplaren per week. Een druppel op een gloeiende plaats in een stad die tussen de zes en acht miljoen inwoners telt.”

Endemische corruptie
Angola mag dan wel geen fullblown politiestaat zijn, het regime doet er desondanks alles aan om kritiek zoveel mogelijk in de kiem te smoren, zegt Marques: “Vorig jaar werden er zeven jongeren gearresteerd simpelweg omdat ze met mij hadden gesproken. De rechter stelde de borg vast op 28.000 dollar. Dus heb ik via Maka Angola geld ingezameld om die jongens vrij te krijgen. Is dat activisme? Jazeker. Conflicteert dat met mijn journalistieke werk? Dat weet ik niet. Maar als burger moest ik opstaan voor het recht van die jongens om met mij te spreken. Hoe kan ik immers journalist zijn zonder dat ik bronnen heb?”

Een decennialange geschiedenis van oorlog en corruptie heeft zijn effect gehad op de gehele Angolese maatschappij, vertelt Marques strijdlustig: “Geïnstitutionaliseerde corruptie is in Angola een veel effectiever repressiemiddel geworden dan rechtstreekse onderdrukking. Mensen zijn gaan geloven dat hun enige kans op een beter leven is als ze meegaan in die corruptie. De Angolese samenleving is eerder vernietigd door die endemische corruptie dan door jaren van burgeroorlog. Als een onafhankelijk rechtssysteem in een maatschappij ontbreekt, de politieke oppositie zo zwak is als in Angola en het maatschappelijke middenveld in stukken ligt, dan is een geëngageerde journalistiek het enige dat overblijft als potentiële bedreiging voor de macht.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
hans

Over de auteur

Hans Wetzels is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool en NRC …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier