Als we de hoek omdraaien, klinkt er twee keer een doffe knal. Eén keer van het rempedaal dat Stokely diep moet intrappen om een botsing te voorkomen, en één keer van de boxen en subwoofers die kennelijk los staan in zijn kofferbak. De zoveelste file in tropisch Trinidad.

I hate this’, roept de jonge rastafari boven zijn lievelingsgangsta-hit uit. ‘We hebben Pitch Lake, een meer vol natuurlijk asfalt en leggen overal in de wereld wegen aan, zelfs in China. Behalve hier.’

Stokely, een Trini in hart en nieren, vindt het verbazingwekkend hoe snel zijn eilandje dichtslibt. Het veel kleinere vakantieparadijs Tobago lijkt vooralsnog aan dit lot te ontsnappen. Maar sinds de markt is vrijgegeven voor goedkope import van Japanse auto’s lijkt er op Trinidad geen houden aan. Het derdewereldbrommerstadium is overgeslagen.

De enige weg waarop je nog lekker kunt doorrijden, voert over de voormalige spoorlijn. Vrij snel na de onafhankelijkheid van de Britten in 1962, raakte deze lijn in verval. De rails werden verwijderd en het traject geasfalteerd. Nu is het exclusief rijdomein van 'maxi taxi’s' (minibusjes) en rijksambtenaren die er met vergunning mogen scheuren.

'Praten kunnen we als de besten'

In 2008 leek er nog even een lichtpuntje te gloren. Er zouden weer treinen gaan rijden op Trinidad. En het statige negentiende-eeuwse kopstation in hoofdstad Port-of-Spain zou in ere worden hersteld. ‘Maar voorlopig wordt er alleen over gepraat’, zegt mr. Robert, een gepensioneerde onderwijzer uit een naburig forensenstadje. ‘Want dat kunnen wij Trini’s, en vooral dan de politici, als de beste.’

Niettemin werden er plannen gesmeed. Een consortium van drie Franse bedrijven meldde zich bereid. De Trinidad Rapid Railway zou 105 kilometer tellen. Maar twee jaar later werd de hele onderneming afgeblazen. Kosten tot dan toe aan onderzoek? 67 miljoen euro. Uitkomst? 'No viable economic plan has emerged from all this waste', aldus de toenmalige minister van Financiën. In totaal zou het project meer dan 2,5 miljard euro hebben gekost. Er ging een streep door heen.

La Fantasie

De Trini's zouden moeten zwemmen in de olie- en gasdollars. Het groene Tobago trekt massa’s toeristen naar zijn weelderig koraal, kokospalmen en kreeften. Toch leeft een kwart van de eilandbewoners onder de armoedegrens. De beschuldigende vinger wijst inmiddels niet alleen naar malafide bestuurders, maar ook naar het groeiende aantal Chinezen op het hoofdeiland. Niet te verwarren met de kleine vierduizend Trini-Chinezen die er al generaties wonen. Velen werden ooit onder dwangcontracten naar het eilandenduo verscheept. De Chinese migrant van nu is tijdelijk, en komt met een zak geld en bouwtekeningen.

De residentie van de premier is bijvoorbeeld volledig van Chinese makelij, en doet zijn naam 'La Fantasie' meer dan eer aan. Geroemd om hun efficiëntie en vooral de zestig procent korting op hun loonkosten, bouwden honderden Chinese bouwvakkers verder vijf nieuwe politiebureaus, een stadion en een campus voor de universiteit. Ik hoorde eens een minister van arbeidszaken zonder blikken of blozen me vertellen over de ‘kokosnootmentaliteit’ van zijn landgenoten. Arbeiders komen niet opdagen, klussen komen niet op tijd af en het budget is vaak net zo rekbaar als het teer uit Pitch Lake, Trinidads beroemde asfaltmeer.

De Shanghai Construction Group legde ook de eerste steen van een nieuwe kerk neer voor de spirituele adviseur van voormalig premier Patrick Manning. Voor een vriendenprijsje was de bedoeling, 'by way of an act of goodwill to the people of Trinidad and Tobago'. Het leidde tot een groots corruptieonderzoek en een Chinese miljoenenclaim.

De mooiste wegen

Kamla Persad-Bissessar, de huidige en eerste vrouwelijke premier in de geschiedenis van het land, beloofde na het vertrek van Manning schoon schip te maken. Maar dat lukt haar matig. Ondertussen proberen Trini’s als Stokely van A naar B te komen over pokdalige wegen. ‘We zouden de mooiste wegen van de wereld moeten hebben, maar wat doen we? We repareren de gaten niet, maar omcirkelen ze met krijt ter waarschuwing.’ Aan de bas van zijn geluidsinstallatie mankeert in ieder geval niets.

Journalist Mirjam van Immerzeel reist en schrijft onder meer voor National Geographic Traveler, Starters Magazine en Management Team. Ze woonde en werkte enige tijd als correspondent Zuidoost Azië Standplaats Melaka, Maleisië. Voor haar nieuwe boek reist ze de wereld rond.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief