De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft deze maand voor het eerst in zijn 18-jarige bestaan een mondiaal handelsakkoord gesloten dat door alle 159 aangesloten landen is ondertekend. Bedrijven en internationale organisaties struikelden over elkaar heen om het succes van de overeenkomst te onderstrepen. Maar als het akkoord door velen zo bejubeld wordt, waarom kostte het dan zoveel bloed, zweet en tranen om het rond te krijgen? Het antwoord op die vraagt ligt vooral bij de voedselsubsidies van India.

Roberto Azevedo, directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie, liet voorzichtig een traan van blijdschap. Eindelijk was de eerste unanieme WTO-overeenkomst een feit. Het historische verdrag werd op het Indonesische eiland Bali ondertekend door de bevoegde ministers van alle 159 WTO-landen. Minister Lilliane Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking was er om namens Nederland de handtekening te zetten. Azevedo verklaarde die zaterdagochtend van 7 december tegen de pers: “Voor het eerst in de geschiedenis heeft de WTO daadwerkelijk gepresteerd. Dit keer kwamen alle leden tot elkaar. We hebben het woord ‘wereld’ teruggebracht in het begrip Wereldhandelsorganisatie.”

Iedereen blij
De internationale handelsovereenkomst moet ervoor zorgen dat de douanecontroles versimpeld worden, waardoor goederen sneller de grens kunnen passeren. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank waren positief. Ook verladersorganisatie EVO, belangenbehartiger van 20.000 handels- en productiebedrijven, was blij: ‘Als de hindernissen in de internationale goederenstroom worden aangepakt, is dit een enorme winst voor het bedrijfsleven. Een container die stilstaat, kost bedrijven namelijk duizend euro per dag.’ De International Chamber of Commerce berekende dat de deal de gemiddelde transportkosten met 10 tot 15 procent laat afnemen en de mondiale output met 1 biljoen dollar kan worden vergroot.

Moeizaam
De vraag rest waarom een multilaterale organisatie zo lang doet – de onderhandelingen lopen al vanaf 2001 – over een verdrag dat de bureaucratie bij de grens vermindert. Gerrit Meester, emeritus-hoogleraar Landbouweconomie en voormalig topambtenaar bij het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, legt uit: “Het akkoord dat er nu ligt, gaat eigenlijk maar over een klein deel van de onderhandelingen. De WTO is een organisatie die export- en importsubsidies wil afschaffen en de internationale handel wil liberaliseren. Niet alle landen gaan daar even makkelijk in mee.”

India
Een tegenligger was India, die – samen met Cuba – als laatste dwars lag. “India heeft protectionistische maatregelen genomen omtrent zijn landbouw,” vertelt Meester, die momenteel een vooraanstaand lid is van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, een adviescollege van de Nederlandse regering. “Daarmee wil India vermijden dat niet al zijn binnenlands geproduceerde voedsel wordt geëxporteerd naar rijkere landen. Dan blijft er namelijk geen voedsel, of alleen heel duur voedsel, over voor de eigen bewoners.” De regering van India wil binnenkort een programma lanceren dat er voor zorgt dat meer dan 800 miljoen arme inwoners voor kunstmatig lage prijzen voedsel kunnen kopen. Dat druist in tegen het doel van WTO, die juist liberalisering predikt.

De Indiase minister van Handel, Anand Sharma, zei tijdens vierdaagse onderhandelingen op Bali: “Voor India is de voedselzekerheid niet onderhandelbaar. De voorbijgestreefde regels van WTO moeten worden gecorrigeerd. De bepalingen over de beperkingen op subsidies kunnen niet in de huidige vorm worden aanvaard.” India kreeg in het akkoord zijn zin en mag zijn voedselprogramma voortzetten. Er is vastgesteld om tijdelijk geen subsidiegrens voor ontwikkelingslanden in te voeren, waardoor dit punt uitgesteld is tot een later moment.

In de groei
Op termijn is het dus wel de bedoeling dat India van zijn voedselsubsidies afziet. Je kunt je afvragen of deze liberalisering rechtvaardig is, geeft Meester toe. ‘Het Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog en het Groot Brittannië van tijdens de industriële revolutie zijn immers ook economisch volwassen geworden dankzij protectionisme. Veel Afrikaanse en Aziatisch landen zijn nog infant industries – net zoals Duitsland en Groot-Brittannië vroeger.” Infant industry is een term voor een economie die zich niet goed kan ontwikkelen zonder protectionisme, omdat het nog niet in staat is om te concurreren met andere landen.

Meester waarschuwt echter dat infant industries als India niet te veel door moeten slaan naar directe subsidies. “Er zijn verschillende vormen van subsidiëren. Je kunt het indirect doen door bijvoorbeeld innovatie en ontwikkeling financieel te ondersteunen, maar ook door directe import- en exportsubsidies, zoals India nu doet.” Volgens de landbouweconoom is een combinatie een ontwikkelingsland en de rest van de wereld. Wanneer iedereen, net zoals India, de prijs kunstmatig laag houdt voor de eigen bevolking, kan er namelijk een handelsoorlog ontstaan. “Het WTO spreekt dan terecht van handelsverstorende subsidies.”

Aanklagen
Behalve het sluiten van handelsakkoorden, kunnen WTO-landen elkaar ook aanklagen op basis van bestaande regels bij het Dispute Settlement Body, het rechtsspraakorgaan van de organisatie. Lidstaten kunnen zo afdwingen dat onterechte handelsbelemmeringen verdwijnen. Ook op deze manier probeert WTO de vrije handelsmarkt te bevorderen. “Men heeft het altijd maar over die moeizame onderhandelingen. Maar het WTO is veel meer dan dat. Het Dispute Settlement Body is redelijk succesvol en heeft al verschillende zaken opgelost. Ook zijn veel handelsconflicten tussen landen in een vroeg stadium onderling opgelost omdat zij een uitspraak van het WTO voor wilden zijn,” aldus Meester.

Een voorbeeld van een handelsconflict was het EU-verbod op vlees dat behandeld wordt met groeihormonen. De Verenigde Staten was het hier niet mee eens en stapte naar het WTO, die uiteindelijk oordeelde dat Europa het vlees van deze koeien niet meer mocht weren. Daarnaast loopt er momenteel een zaak bij het WTO van de VS tegen de Chinese importheffingen op kippenvlees.

Bloed zweet tranen
Onenigheid over hoe en met welk tempo de wereldmarkt moet worden geliberaliseerd zal nog lang blijven bestaan, erkent Meester. Maar het akkoord – dat met bloed, zweet en tranen in elkaar is gezet – is van levensbelang voor WTO. “De onderhandelingen liepen al ruim twaalf jaar en er zat soms volstrekt geen vooruitgang in. Er ontstond daardoor steeds meer twijfel over het nut van de WTO organisatie. Met deze unanieme deal kunnen ze hun bestaansrecht aantonen en een moeizame periode afsluiten.” De organisatie kan zich gaan richten op een nieuwe ronde onderhandelingen. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Ruben Munsterman is een Nederlandse freelance journalist en schrijft vooral artikelen over de financiële sector. Hij werkt op dit moment …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief