Met een luide klap stortte op 24 april 2013 het acht verdiepingen tellende Rana Plaza gebouw in elkaar. Er vielen zeker 1135 doden en drieduizend fabrieksarbeiders raakten gewond. “Het leek wel een oorlogsgebied, loeiende sirenes, geschreeuw, gehuil, lichaamsdelen die onder het puin uitstaken, heel heftig.” Ferdous, net 24, wist op dat moment niet wat hij moest doen: fotograferen of helpen. Hij deed beiden. “Totdat ik twee doden onder het puin zag, die elkaar omhelsden. Toen wist ik dat ik foto’s moest maken, om dit de wereld te laten zien, zodat ze deze ramp niet vergeten.”

Traumatische ervaring

Drie weken lang fotografeerde Ferdous van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de reddingswerkzaamheden. Zittend in een trendy koffiezaak in een elitewijk van Dhaka, schets hij de chaos en het leed dat uit zijn duizenden opnamen spreekt. Het staat haarscherp in zijn geheugen geëtst: de geur van lijken, het verdriet van rouwende families. Hoe traumatisch die ervaring was, besefte Ferdous  pas maanden later, in New York. “Lopend over 5th Avenue, langs modewinkels als H&M, GAP, Joe Fresh, kreeg ik flashbacks van de labels die ik tussen het puin had zien liggen. Schokkerend! Ineens zag ik Rana Plaza en de Bangladeshi kledingsindustrie weerspiegelt in de etalages van de modezaken in New York.”

ramp rana plaza
Het ingestorte complex van Rana Plaza. Bij de ramp kwamen meer dan duizend mensen om. Foto: WIkimedia

Ferdous ging ermee aan de slag. Ter plekke confronteerde hij Amerikaanse consumenten met wat er in zijn land speelde. Tijdens de New York Fashion Week in 2014 projecteerde hij zijn Rana Plaza foto’s op de gevels van het Lincoln Centre en modehuizen. Op de eerste verjaardag van de ramp lanceerde de NYTimes zijn film The Deadly Cost of Fashion online. Ferdous ging schrijven over documentaire fotografie en activisme, hield een TEDx Talk in Maastricht, en dacht na over zijn vervolgproject ‘After Rana Plaza’. “Terug naar de textielarbeiders, om hun verhaal te vertellen, nu ze niet langer voorpaginanieuws waren.”

In april 2015, precies twee jaar na de ramp, plaatste Ferdous in april 2015 zijn eerste foto en geluidsfragment op Instagram. Dat blijft hij doen, dag in, dag uit, een jaar lang. “Ik wil mensen geen ruimte laten om het onderwerp Rana Plaza te negeren.” Voor Ferdous is Instagram een ideaal platform: een populair entertainment tool dat ook geschikt is voor educatie en bewustwording. “Met Instagram kan ik het verhaal in beeld, geluid en schrift presenteren, én een groot publiek bereiken.”

Eindelijk aandacht

Aan verhalen geen gebrek. Het contact met slachtoffers en nabestaanden is snel gelegd. Al ronddwalend in de buurt ontmoet Ferdous de een na de ander, oude bekenden en nieuwe gezichten. “Ik was meer dan welkom, werd thuis uitgenodigd en geïntroduceerd bij buren en collega’s. Ze hadden nooit verwacht dat iemand na twee jaar bij hen zou aankloppen en vragen hoe het gaat. Ze willen hun verhaal vertellen, gehoord worden.” Ferdous gaat voorzichtig te werk. Hij neemt de tijd en haalt zijn camera en recorder pas te voorschijn als mensen zich op hun gemak voelen. “De emoties zijn heel rauw, het is een open wond. Mensen zijn zwaar getraumatiseerd. Een jongen, Chancal, kan zelfs nauwelijks meer praten.”

Ze hadden nooit verwachten dat iemand na twee jaar bij hen zou aankloppen om te vragen hoe het gaat

Chancal is de zoon van riksjafietser Monimul, die als eerste zijn verhaal vertelde. Zijn vrouw Sharvanu en hun toen twaalfjarige zoon werkten destijds in het Rana Plaza complex. Monimul zocht hen dagenlang onder het puin, tussen de levenden en de doden. Zijn zoon vond hij in het ziekenhuis, zijn vrouw dacht hij in het mortuarium te herkennen. Monimul stond op het punt haar te begraven, toen hij een telefoontje kreeg dat zijn vrouw net een zware schedeloperatie had ondergaan. Sharvanu heeft het overleefd, maar ze is nooit meer de oude geworden. Chancal evenmin. Beiden zitten werkloos thuis, lichamelijk en mentaal verminkt. “Het gezin is vlak voor de ramp naar Dhaka gekomen om aan de armoede te ontsnappen, maar is nu veel slechter af dan voorheen.”

Plastic dromen

De kledingsindustrie is in korte tijd explosief gegroeid. Dankzij de lage lonen. Maar voor miljoenen ongeschoolde Bangladeshi, vooral vrouwen, is het een van de weinige plekken om werk te krijgen. Met een koffer vol dromen verhuizen ze naar Dhaka. Voor de duizenden mensen die in Rana Plaza werkten zijn de dromen een nachtmerrie geworden. “Soms zit het leed diep weggestopt, zoals bij de 24-jarige Raihan met zijn plastic been. Hij verloor zijn been, maar wat hem veel meer raakt is het verlies van de liefde van zijn leven, Rupa. Zijn aanstaande vrouw stierf onder het puin.”

De Instagram fotoserie maakt pijnlijk duidelijk met welke problemen de fabrieksarbeiders kampen: beroerde arbeidsomstandigheden, verdwenen hulpgelden en niet uitgekeerde compensatie. Ferdous geeft ze een stem. “Ik heb geen pasklare oplossing, maar laat zien wat er speelt. Ik wil een omslag forceren, mensen aan het denken zetten en inspireren.” Daarom heeft Ferdous het project uitgebreid en andere betrokken partijen erbij gehaald, zoals de ILO, ambassades, fairtrade organisaties, de Amsterdamse modebibliotheek Lena, modeontwerpers. En binnenkort ook fabriekseigenaren en investeerders. “Ik wil verschillende aspecten belichten, alle stippen tussen producent en consument verbinden. Het is een lange termijn project. Ik ga gewoon door.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?