Er gaat geen dag voorbij of de kranten berichten over stijgende inkomensongelijkheid. Deze berichten gaan vrijwel zonder uitzondering over ongelijkheid binnen landen. Verschillen tussen de topverdieners en bijstandsgerechtigden spreken ook meer tot de verbeelding dan de vrij abstracte vergelijkingen tussen landen. Het goede nieuws is echter dat de inkomensongelijkheid tussen landen al ruim 20 jaar daalt. De wereld is anno 2015 een stuk minder ongelijk dan in 1990. De daling van inkomensongelijkheid tussen landen is groter is dan de stijging van inkomensongelijkheid binnen landen (die overigens ook niet voor alle landen geldt).

Met de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030 geeft de VN een vervolg op de millennium- doelstellingen uit 2000. De voorlopige lijst bestaat uit 17 duurzame ontwikkelingsdoelen voor de komende 15 jaar. Op nummer 10 van deze lijst staat de wens om  ongelijkheid zowel binnen als tussen landen te verminderen.

Economische groei in China en India
Grote en snelgroeiende landen als China en India zijn de drijvende krachten achter de dalende wereldwijde inkomensongelijkheid. Met een economische groei van ongeveer 7 procent per jaar lopen deze landen snel in op de westerse wereld. Omdat 37 procent van de wereldbewoners in één van deze twee landen woont, ‘weegt’ deze inhaalslag heel zwaar in het wereldtotaal. Ook voor de komende decennia is de verwachting dat grote delen van Azië economisch (veel) sneller zullen groeien dan Europa, Noord-Amerika en Japan en zo het gat tussen arm daar en rijk hier verder zullen dichten. Toch betekent dit niet dat de wereldwijde inkomensongelijkheid zal (blijven) afnemen.

Eén van de redenen dat Afrika de spectaculaire groei van Azië niet kan evenaren is de hoge Afrikaanse bevolkingsgroei.

Bevolkingsgroei in Afrika
Terwijl ontwikkelend Azië inloopt op de hogere inkomenslanden  wordt het verschil in inkomen met grote delen van Afrika alleen maar groter. Eén van de redenen dat Afrika de spectaculaire groei van Azië niet kan evenaren is de hoge Afrikaanse bevolkingsgroei. De bevolking van sub-Sahara Afrika zal volgens de Verenigde Naties tussen 2010 en 2050 meer dan verdubbelen, van 850 miljoen naar bijna 2 miljard mensen. Voor de hogere inkomenslanden wordt over dezelfde periode een bescheiden groei van 170 miljoen mensen voorspeld (14%). De Aziatische bevolking groeit iets harder (22%) maar ook daar geldt dat de geboortecijfers de afgelopen decennia al sterk zijn gedaald.

Effect demografie op economie
De invloed van demografie – de omvang, samenstelling en de spreiding van de wereldbevolking – op de economie is groot. Zo heeft Afrika als gevolg van de sterke bevolkingsgroei een jonge bevolking. Slechts 57 procent van de inwoners van het Afrikaanse continent is tussen de 15 en de 64 jaar. In Europa en Azië ligt dit aandeel tien procentpunt hoger. Omdat het merendeel van het inkomen in een land door mensen in de leeftijd 15-64 jaar verdiend moet worden, betekent dit een enorme rem op de economische groei in Afrika. Pas in 2035 is het aandeel inwoners in de werkende leeftijd in Afrika gelijk aan dat van het tegen die tijd sterk vergrijsde Europa: 61 procent. In Azië zal de vergrijzing pas echt gaan spelen na 2030 (met uitzondering van Japan, dat nu al vergrijsd is).

Er zijn in Afrika veel minder werkende mensen die met elkaar inkomen genereren.

Wereldwijde inkomensongelijkheid gaat stijgen
De weerslag hiervan op de wereldwijde inkomensongelijkheid laat zich raden. De economische groei op het Afrikaans continent blijft ook de komende decennia achter bij de groei in Azië: er zijn in Afrika veel minder werkende mensen die met elkaar inkomen genereren. Tegelijkertijd zorgt het verdubbelen van de Afrikaanse bevolking ervoor dat  dit verschil in inkomen steeds zwaarder gaat meewegen in de globale inkomensongelijkheid. De omslag van dalende naar stijgende wereldwijde inkomensongelijkheid voltrekt zich waarschijnlijk al in de komende tien jaar.

Duurzaam ontwikkelingsdoel nr. 10 lastig te behalen
Deze ontwikkeling betekent een extra uitdaging om ongelijkheid wereldwijd terug te brengen. Binnen landen bestaan tal van mogelijkheden om ongelijkheid te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan het stelsel van sociale zekerheid of een progressief belastingstelsel. Met voldoende politieke wil zouden China en India op deze manier de stijgende binnenlandse inkomensongelijkheid kunnen stoppen. Inkomensongelijkheid tussen landen en regio’s verminderen is veel lastiger. Concrete beleidsinstrumenten zijn op dit niveau eigenlijk niet voor handen. Demografische ontwikkelingen hangen met veel factoren samen en een bevolkingsopbouw verandert maar langzaam. Dat betekent een extra horde om de ongelijkheid tussen landen te verkleinen, zoals nu verwoord is in het tiende duurzame ontwikkelingsdoel.

Dit artikel is gebaseerd op een recent gepubliceerd artikel in het wetenschappelijke tijdschrift World Development.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Ward Rougoor is onderzoeker bij SEO Economisch Onderzoek.
Bezoek auteurspagina
670

Over de auteur

Charles van Marrewijk is professor economie verbonden aan Xi'an Jiaotong – Liverpool University en de Universiteit van Utrecht.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief