Equatoriaal Guinee, een olierijk landje met minder dan één miljoen inwoners, organiseerde in 2012 ook al de Afrika Cup, maar deed dat indertijd samen met buurland Gabon. Nu moeten ze alleen binnen twee maanden een internationaal voetbaltoernooi uit de grond stampen, maar dat heeft ook een voordeel: Equitoriaal Guinee werd in augustus door de Confederation of African Football (CAF) gediskwalificeerd wegens het opstellen van een niet-speelgerechtigde speler. Nu, als gastland, strijden de Nzalang Nacional gewoon mee om de titel.


Equitoriaal Guinee ligt in het midden van Afrika, duizenden kilometers van de landen waar de ebola-epidemie heerst.

Een paar dagen geleden bevond de CAF zich nog een bijzonder lastig parket. Begin oktober ontving de bond een formeel verzoek van Marokko om de dertigste editie van de Afrika Cup voor enkele maanden tot een jaar uit te stellen. Het Marokkaanse ministerie van Gezondheid was (en is) van mening dat het ongewenst is om ‘evenementen te organiseren waarbij landen betrokken zijn die zijn getroffen door ebola.’

Op dat moment had het ebolavirus al meer dan 4.000 levens geëist, hoofdzakelijk in West-Afrika. Het sterftecijfer ligt nu boven de 5.000 en de epidemie lijkt nog geenszins onder controle te zijn.

De CAF was faliekant tegen uitstel. ‘Sinds de eerste editie in 1957 heeft er nog nooit een wijziging plaatsgevonden in het schema van het toernooi’, meldde de bond in een persbericht. De CAF haalde de Wereldgezondheidsorganisatie WHO aan, dat gezegd zou hebben dat het houden van Afrika’s grootste voetbaltoernooi geen gevaren voor de volksgezondheid oplevert. En dus stelde de CAF Marokko een ultimatum; vóór 8 november moest het land duidelijkheid verschaffen. Die duidelijkheid kwam er: Marokko trok zich terug en is voorlopig uitgesloten van deelname aan de Afrika Cup.

Het is ongewenst evenementen te organiseren waarbij landen betrokken zijn die zijn getroffen door ebola

Hachelijke onderneming
Als gevolg van de ebola-uitbraak is voetballen een hachelijke onderneming in Guinee, Liberia en Sierra Leone. In het laatstgenoemde land zijn voetbalwedstrijden tot nader order verboden en alle drie landen mogen van de CAF geen internationale wedstrijden in eigen land organiseren. Hierdoor moeten Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden op neutraal terrein – lees: elders in Afrika – worden afgewerkt. Her en der ging het mis. De Seychellen weigerden een thuiswedstrijd te spelen tegen Sierra Leone en werden gediskwalificeerd.

Ook spelers ondervinden de angst voor ebola aan den lijve. Nadat Sierra Leone een kwalificatiewedstrijd in en tegen Kameroen speelde, deed de Griekse werkgever (de club PAS Lamia) haar Sierra Leoonse speler John Kamara in de ban. Hij mag zich de komende tijd niet op het trainingsveld laten zien. ‘De club heeft me laten weten dat ik 15 tot 21 dagen (de incubatieperiode van het virus, red.) niet welkom ben’,  zei Kamara tegen de BBC.

Het is een van de redenen waarom de Ghanese sportjournalist en tv-persoonlijkheid Nana Kwaku Agyemang pleit voor uitstel van het toernooi. “Kun je je voorstellen dat (de Ivoriaanse middenvelder, red.) Yaya Touré terugkeert bij [zijn club] Manchester City en dan 21 dagen in quarantaine moet? Het kan City de Premier League titel kosten!”,  zegt hij. Dergelijke maatregelen zouden de toch al broze relatie tussen Europa’s grootste clubs en het Afrikaanse toernooi verder op scherp stellen. Deze clubs staan hun beste voetballers af en betalen ondertussen de salarissen door, terwijl hun spelers soms geblesseerd terugkeren. Daar komt nu de vrees voor ebola bij.

Kun je je voorstellen dat Yaya Touré terug keert bij Manchester City en dan 21 dagen in quarantaine moet? Het kan City de titel kosten!

Overdreven
Toch is het de vraag hoe groot het risico op ebola nu werkelijk is als het toernooi in januari wordt gehouden. In het geval van John Kamara lijkt het besluit van zijn Griekse werkgever overdreven. Net als de meeste van zijn collega’s bij de nationale ploeg is Kamara in dienst bij een club in Europa; hij was al in geen tijden in Sierra Leone geweest. Dat was hij zelfs niet tijdens de kwalificatiewedstrijd, die plaatsvond in een Afrikaans land (Kameroen) waar ebola op dit moment niet voorkomt.

De reacties van sommige clubs in Europa doen denken aan de algemene reactie van het Westen op de ebola-epidemie. De ziekte woedt voornamelijk in slechts drie landen in Afrika – het continent zelf telt er in totaal 54. En ook al liggen Sierra Leone, Liberia en Guinee dichter bij Barcelona dan bij Kaapstad, toch hebben Afrikanen in het algemeen last van de wereldwijde angst voor het virus. Verschillende Westerse regeringen zijn huiverig om Afrikanen in hun land toe te laten.

De voetballer Kamara had daar overigens een passend antwoord op. Tijdens een wedstrijd in de Griekse competitie toonde Kamara uit protest een tekst op zijn shirt: ‘We zijn West-Afrikanen. Wij zijn geen virus.’ De actie levert hem waarschijnlijk een schorsing op.

Gevaar ligt bij supporters
Het gevaar van ebola ligt niet per se bij de voetballers, die immers vooral buiten Afrika spelen, maar eerder bij de supporters. De drie zwaarst getroffen landen doen hoogstwaarschijnlijk geen van alle mee. Zo zijn Sierra Leone en Liberia al uitgeschakeld; Guinee moet op 19 november in een rechtstreeks duel met Oeganda uitmaken wie er naar de Afrika Cup mag. Met de uitschakeling van de nationale elftallen van twee en mogelijk alle drie de landen is de kans dat fans uit deze landen het toernooi zullen bezoeken gering.

Als er één constante is in het bijna zestigjarige bestaan van Afrika’s grootste voetbaltoernooi, is dat de stadions voornamelijk worden bevolkt door fans van het gastland en door fans uit andere delen van Afrika die al tijden in het gastland wonen. Als het gastland speelt, dan vindt er steevast een waar volksfeest plaats. Treden andere landen aan, dan zijn de tribunes nagenoeg leeg. Geldgebrek lijkt de belangrijkste reden te zijn, en het handjevol fans dat alsnog de Afrika Cup aandoet, heeft dat vooral kunnen doen met financiële hulp van hun eigen nationale voetbalbonden.

Normaal gesproken heeft de CAF er een handje van bezoekersaantallen mooier voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. Toen Marokko zich terug dreigde te trekken, nam de bond om evidente redenen een wat realistischer standpunt in. ‘Historisch gezien trekt de Afrika Cup weinig bezoekers [van buiten het gastland] aan’, merkte secretaris-generaal Hicham El Amrani van de CAF op. ‘In het geval van Marokko verwachten wij vooral een golf aan fans uit andere Noord-Afrikaanse landen zoals Algerije, Tunesië en Egypte. Vanuit West-Afrika verwachten wij rond de 1.000 bezoekers.’

Desalniettemin is David Kyei, sportverslaggever in Ghana, van mening dat de CAF er beter aan had gedaan de Afrika Cup uit te stellen. “Een paar maanden uitstel was verstandig geweest”, zegt hij. “We hebben tot nu toe het virus nog niet adequaat kunnen indammen. Omdat voetbal altijd draait om de fans, en omdat we niet kunnen weten wie er allemaal naar de Afrika Cup komt, zouden we er goed aan doen te wachten en te kijken hoe deze toestand zich ontwikkelt.”

We zouden er goed aan doen te wachten en te kijken hoe deze toestand zich ontwikkelt

Cash cow
De CAF lijkt nimmer te hebben overwogen de Afrika Cup uit te stellen. Volgens CAF-voorzitter Issa Hayatou zou de organisatie daarmee ‘haar eigen doodvonnis’ hebben getekend. ‘Het schaadt onze sponsoren en onze partners. Iedereen zal zeggen dat we er niet klaar voor zijn en uiteindelijk betaalt de CAF de prijs’, zei de Kameroener. ‘Het is dodelijk voor het Afrikaanse voetbal. Gedurende 57 jaar hebben we geduldig dit toernooi opgebouwd en het is de trots van alle Afrikanen.’

“De CAF had dit toernooi al veel eerder moeten uitstellen”, zegt sportjournalist Nana Kwaku Agyemang, “de leiders van de CAF laten zich puur door de commercie leiden, terwijl gezondheid en veiligheid altijd op nummer één moeten staan.” De CAF laat zich inderdaad (mede) door commerciële motieven leiden – dat geven ze zelf grif toe. Dat is ergens begrijpelijk. Net zoals het WK de ‘cash cow’ van de FIFA is, zo is de Afrika Cup de grootste bron van inkomsten van de CAF. En dus brengt het houden van het toernooi om de twee jaar vele miljoenen euro’s in het laatje.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Sinds 2003 doet voetbalantropoloog Arnold Pannenborg onderzoek naar de spirituele, financiële en politieke kant van het voetbal in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief