Als je de Wereldbank moet geloven, kun je maar beter geen zaken doen in de Democratische Republiek Congo. Het land bungelt onderaan de jaarlijkse Ease of doing business-lijst (nr. 178 van 183). Daniel Knoop deed het toch. Sinds september 2010 heeft hij een cassavemeelfabriek op 325 kilometer van de hoofdstad Kinshasa. Speciaal voor OneWorld deelt hij zijn tien tips om een onderneming in Congo een succes te maken.

1.  Betaal alleen smeergeld voor verantwoorde doeleinden
Congo schopt het jaarlijks weer tot het land met het beroerdste ondernemersklimaat. Zelfs het ongeregelde Somalië doet het beter. Eén van de verklaringen voor de stuitende jaarcijfers is dat de Wereldbank de hobbels op de officiële weg telt. Zodra je echter met een kratje bier bij de autoriteiten aanklopt, gaat het zakendoen veel makkelijker. Wil je niets te maken hebben met dat soort achterdeurpraktijken, dan kun je maar beter geen zaken doen in Congo. Gebruik smeergeld waar nodig om legale activiteiten op de rails te zetten, maar probeer dubieuze praktijken zo officieel mogelijk te organiseren.

2.  Maak gebruik van bijgeloof
In Congo sneuvelden al vele idealen. Ook met de waarheid neem ik het niet zo nauw meer. Toen ik als zeventienjarige mijn oom in Nigeria opzocht, raadde hij me aan me als katholiek voor te doen. “Dan hoef je tenminste niets uit te leggen.” Onlangs kwam ik erachter dat de dorpelingen in het gebied waar ik werk, geloven dat ik de gereïncarneerde grootvader ben van mijn trouwe manager Rosaire. Hoe anders moet je zijn loyaliteit verklaren? Als ik naar Nederland vertrek, trekt hij naar verluidt mijn blanke huid aan en zorgt zo dat alles op rolletjes loopt. Regelmatig beleggen wij nu een geheime vergadering op de stierenhuid in m’n woonkamer om te laten weten dat het ons menens is.

3.  Doe het voor jezelf – niet uit medelijden
De nonnen in Mukila, die al tien jaar lang een prachtig ziekenhuis draaiende houden met geld van inmiddels berooide Spaanse katholieken, worden er door de lokale bevolking van beticht miljoenen te verdienen aan hun hardnekkige kwalen en plagen. Ironie: een winstoogmerk zou ervoor kunnen zorgen dat het ziekenhuis wél behouden blijft voor de lokale bevolking. Vooralsnog zien de dorpelingen de nonnen als cash cows en rekenen gerust het dubbele van hetgeen ik betaal voor lokale diensten. Stank voor dank. Bespaar uzelf de illusie van dankbare zielepieten en verzin een manier om stinkend rijk te worden. Grenzeloos respect zal u ten deel vallen.

4. Zorg voor een goede paraplu (Schrik niet Mam: er liggen drie Kalasjnikovs op de achterbank!)
Iedereen in Congo heeft een zogenaamde paraplu – een hooggeplaatste persoon die in kan grijpen als het mis gaat. Zo ook jij te zijner tijd, tenminste, als je het dan allemaal nog ziet zitten om een bedrijf te starten in Congo. Bij het kiezen van een paraplu is het zaak een waterdicht exemplaar te kiezen. Dat lijkt een open deur, maar ik kan het niet genoeg benadrukken. Zie bovenstaande noot tussen haakjes.

5.  Leer van andermans cynisme
Voor ik aan mijn ondernemersavontuur begon, ging ik te rade bij een oude Belg, Tony. Een bedrijf in Congo – kan dat? Vanuit zijn flat in hartje Kinshasa hadden we uitzicht over de gehavende stad, het chaotische verkeer en de tuinen die het volk in leven houden. Tony vertelde een mop over een man die naar de hel gaat en geconfronteerd wordt met mensen die in een gigantische pan met dito deksel gekookt worden. “Europeanen,” aldus de hellegids. Op het deksel van een andere pan ontwaart de man een hoop fikse keien. “Joden,” licht de gids toe “Zonder die stenen ontsnappen ze.” “Maar wie zitten er dan in die pan?” vraagt de man, wijzend op een reusachtige pan zonder enige vorm van afdekking. “O,” verzuchtte de gids, “Dat zijn de Congolezen.” “Mocht er al één uitklimmen, dan trekt de rest hem wel terug.”
Ik lachte als een boer met kiespijn, maar welhaast wekelijks zit ik in gedachten even bij oude Tony op de bank.

6. Een goed begin is het halve werk
Maar niet in Congo. Je kunt maar beter gewoon beginnen. Hoe langer je nadenkt, hoe groter de kans dat je afziet van je plannen. 
Hop, volgende tip. Niet stil blijven staan.

7.  Ga logeren bij duurbetaalde ontwikkelingswerkers
Een maatje van me heeft sinds kort een dure baan bij een grote ontwikkelingsorganisatie in Congo. Hij weet dat ik weet dat hij eigenlijk niets ziet in ontwikkelingssamenwerking. Slimme ontwikkelingswerkers geven het toe: hun werk kost veel meer dan het oplevert. Maar ik sta boven dat soort zaken, ik begrijp dat er brood op de plank moet komen. En dat je mensen moet helpen. Daarom ga ik geregeld bij mijn maatje in het zwembad liggen en geniet ik van het gezelschap van eveneens duurbetaalde dames. Wees niet principieel of jaloers, maar compenseer je schrale start-up jaren in goed gezelschap van weldoeners. Je hebt het verdiend.

8. Zoek geen troost in vuige kroegen
Het water zal je geregeld aan de lippen staan als ondernemer in Congo. Leveranciers die niet leveren, botsingen met taxi’s zonder remmen en urenlange files veroorzaakt door politieagenten – na zo’n dag smaakt niets lekkerder dan een ijskoude Primus. En als je je eenzaam voelt? Op zo’n moment komt het aan op discipline. Wat een kennis overkwam was nog de minste van mogelijke kwaden: niet alleen zijn bedgezelschap was opeens verdwenen, maar ook zijn portemonnee en het zojuist gebruikte condoom.

9. Publiceer nooit over je ervaringen in het land waar je investeerders zoekt.
Zelfs Congo went. Zo keek ik onlangs schaapachtig toe hoe een uit de kluiten gewassen politievrouw de motorkap van mijn draaiende auto opentrok, de zorgvuldig bevestigde nieuwe accu losrukte en ons achterliet in de file. Mogelijk nog erger: in discussie gaan over de geldigheid van je rijbewijs met een dronken politieman die het op de kop probeert te lezen. Na verloop van tijd sta je nergens meer van te kijken. Dat is het moment om op te passen. Wat voor jou normaal is geworden, kan investeerders afschrikken. Praat er dus niet over en ga vooral niet bloggen of schrijven voor een blad. Voor je er erg in hebt, spreekt iedereen er schande van dat je de helft van je aankoopfacturen koopt op de lokale markt.

10. Tot slot: ga nog eens langs bij oude Tony
Een man verlaat ’s ochtends z’n dorp en gaat naar zijn akker. Aan de bosrand, net voordat hij z’n velden betreedt, openbaart God zich. “Sterveling, dit is uw dag,” aldus God. “Doet een wens, en deze zal in vervulling gaan. Maar”, zo waarschuwt God, “Uw buurman zal het dubbele ontvangen van hetgeen u wenst.” Na een halve dag piekeren is de lol de arme boer vergaan. Meer vrouwen, grotere akkers – in alles zal de buurman zijn meerdere zijn. “Nou, wat wordt het?” vraagt God tegen zonsondergang. De man smeekt om enig uitstel. Pas als de schemer goed en wel is ingevallen, weet hij het. “Heer!” roept de man, “Ik weet het!” “Steekt u mij alstublieft één oog uit!”

Foto: cc Rachel Strohm

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier